VN MediagidsDe val van de Don

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 06.11.2007

Door Max van Weezel

Voorjaar 2006 stond Piet Hein Donner op het toppunt van zijn macht. Zijn eigen CDA droeg de minister van Justitie in het tweede kabinet-Balkenende op handen. Niet de premier, maar de ouderling van de Haagse Duinzichtkerk was het geweten van het kabinet. In affaires als die rond prinses Margarita had Donner een stuurloze minister-president door moeilijke Kamerdebatten heen geloodst. Donner was Vader en Heilige Geest tegelijk, Balkenende hoogstens het zoontje dat aan zijn hand mocht lopen.

De oppositie was minstens zo tevreden over de telg uit een oud juristengeslacht. PvdA’ers waren hem dankbaar voor zijn rol tijdens de kabinetsformatie van 2003 (Don­ner zette zich anders dan Balkenende in voor een centrum-linkse coalitie). Termen als ‘een baken van rust en evenwicht’ vielen. Fem­ke Halsema van GroenLinks vond zelfs dat Don­ner en niet Balkenende de volgende premier van Nederland moest worden: ‘Hij gebruikt weinig jargon, debatteert open met de Tweede Kamer en is niet regentesk.’

Moslims prezen hem omdat hij de eerste steen van de Amsterdamse Westermoskee had gelegd en zich bij die gelegenheid tegen de secularisering had uitgesproken: ‘Zonder religie is een duurzaam en vreedzaam leven niet mogelijk.’ Dat was andere taal dan Rita Verdonk, zijn ganggenoot op Justitie, sprak. In de probleemwijken dwong hij gezag af toen hij ook nog eens over het vermogen bleek te beschikken net zo goed te rappen als Ali B.: ‘Hier spreekt Donner van justitie / Ik doe het samen met politie / Schuif die dope maar aan de kant / Want een addict Nederland / Zijn zaken die ik liever niet zie.’ De videoclip van De Don werd wel veertigduizend keer gedownload.
Vervolgens liep het mis.

Het rapport-Van Vollenhoven over de Schip­hol­brand verscheen en Donner zag zich genoodzaakt af te treden. Stilletjes koesterde hij de wens om na de kabinetsformatie naar de Sche­del­doeks­haven – het ministerie van Justitie – terug te keren. Maar die vlieger ging niet op. Wou­ter Bos had hem hoog zitten, maar vreesde dat zo’n herbenoeming bij de kiezers verkeerd zou vallen. Het CDA legde zich bij dat oordeel neer. Dus bleef Ernst Hirsch Ballin op de Sche­deldoekshaven en werd Donner verbannen naar de Anna van Hann­over­straat: het ministerie van Sociale Za­ken. Daar ging hij samen met staatssecretaris Abou­ta­leb de verzorgingsstaat hervormen.

Mosterd na de maaltijd, want voorganger Aart Jan de Geus had al flink huisgehouden in WAO en WW en de fiscalisering van de AOW was door het CDA bij de formatie taboe verklaard. Eigenlijk lag er nog maar één boeiende beslissing te wachten op de nieuwe bewindsman. Werkgevers en werknemers hadden, onder leiding van Alexander Rinnooy Kan, maandenlang over versoepeling van het ontslagrecht gesproken en waren het niet eens geworden. Donner zette onmiddellijk zijn tanden in het dossier.

De briljante jurist bleek al snel niet in de wieg gelegd voor minister van Sociale Zaken. Tijdens de honderd dagen-tour van het kabinet deed hij aanvankelijk zijn best om bouwketen en bakkerijen te bezoeken. Het leverde surrealistische dialogen op. ‘Wat is uw kwalificatie?’ wilde de altijd in driedelig grijs geklede politicus weten. En zo’n bakkersknecht wist dan weer niet wat de term kwalificatie betekende. Na een paar mislukte pogingen raadden zijn ambtenaren hem aan een voortijdig eind aan zulke contacten met de werkvloer te maken. Ook de gebruiken en rituelen van het poldermodel kreeg hij niet onder de knie. Bij de versoepeling van het ontslagrecht liet Donner zijn oren wel erg eenzijdig hangen naar VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes. Tot woede van de vakbeweging. Toen Agnes Jongerius van de FNV hem voor leugenaar uitmaakte, deed hij dat niet af als ouderwetse vakbondsretoriek, maar trok hij het zich persoonlijk aan. Wat hem in conflict bracht met coalitiepartner PvdA.

Aanvankelijk leek er met die partij over het ontslagrecht te praten. Maar toen Jongerius de hakken in het zand zette, durfden de sociaal-democraten geen moment meer van haar zijde te wijken. Op het partijcongres in de RAI spraken vice-premier Wouter Bos, fractievoorzitter Jacques Tichelaar en het invloedrijke Kamerlid Mariëtte Hamer hun veto uit over het flitsontslag zoals Donner dat wil.
Rond het Binnenhof ontmoet je geen PvdA-politici meer die de vroeger zo gewaardeerde rechtsgeleerde een ‘baken van rust en evenwicht’ noemen. Hirsch Ballin, daar bestaat veel waardering voor, en Camiel Eurlings. Donner wordt een loner genoemd, een eigenwijze en koppige man. Hij functioneert niet binnen het poldermodel. Als minister van Sociale Zaken is hij een miscast. Zo denken niet alleen de sociaal-democraten erover. Zijn eigen fractievoorzitter Pieter van Geel slaakte vanaf Sint-Eustatius een noodkreet: Donner moet leren compromissen te sluiten. Het CNV verwijt de minister dat hij van plan is ‘de kwetsbaren te duperen’. Met het oog op het komende partijcongres bereiden de CDA-afdelingen Hoogeveen, Leerdam en Ommen moties voor tegen het flitsontslag. Zijn geestverwanten bij Trouw constateren dat Donner totaal geïsoleerd is geraakt.

Niet erg verstandig van Balkenende geweest om zijn Vader weg te promoveren naar Sociale Zaken.