VN MediagidsDe trieste sinaasappels

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 08.01.2009

Door Max van Weezel

Afbeelding bij De trieste sinaasappels

Voorjaar 1996 nuttigde ik de lunch in café-restaurant Le Mirage in Gaza. De Palestijnse stad aan de Middellandse Zee leek een stralende toekomst tegemoet te gaan. Het vredesakkoord met Israël was net gesloten en PLO-leider Yasser Arafat was uit ballingschap in Tunesië naar Gaza teruggekeerd. Met in zijn kielzog de eigenaar van Le Mirage, die de fouragering van de PLO-top in Tunis had verzorgd.

De elegante woonbuurt Rimal was uitgegroeid tot een paradijsje voor guerrillastrijders in ruste. Arafat had er een villa betrokken, net als zijn rechterhand Aboe Mazen, de huidige president Abbas. Er waren strandtenten waar je waterpijp kon roken. Er was zelfs een nachtclub met optredens van buikdanseressen. Toch maakte de eigenaar van Le Mirage een verweesde indruk. In Tunis had hij de beste Franse wijnen geschonken, vertelde hij. Nu zette hij zijn gasten uitsluitend sinaasappelsap voor. De PLO moest rekening houden met de vele conservatieve islamieten die de Gazastrook bevolkten. Bovendien leefde er in vluchtelingenkampen als Jabalia en Shati nogal wat jaloezie op het luxebestaan van Arafat en zijn entourage. Enige soberheid was dus wel geboden. Net als een gezonde dosis patriottisme. In zijn bistro hing een wanddoek met de tekst: ‘Voor de martelaren van het land van de trieste sinaasappels… en voor hen die nog als martelaar zullen vallen.’ Die laatste toevoeging getuigde van een profetische blik.

Sinds mijn lunch aan de boulevard van Gaza voltrok zich de ene na de andere ramp. Conservatieve groeperingen als Hamas en de Islamitische Jihad bleken meer tegen Arafat te hebben dan dat hij in het geniep wel eens naar een glas Schotse whisky snakte. Met zelfmoordaanslagen op Israëlische caféterrassen en stadsbussen doorkruisten ze op een hoogst effectieve wijze het vredesproces. Kort na mijn bezoek verloor de sociaal-democraat Shimon Peres in zijn deel van het Heilige Land de verkiezingen van de nationalist Benjamin Netanyahu. De spanning tussen Israëliërs en Palestijnen liep opnieuw op.

In de zomer van 2000 mislukte de vredesconferentie van Camp David. Arafat zag zich genoodzaakt de tweede Intifada te beginnen. Een nieuwe Israëlische premier – Ariel Sharon – sloeg die hardhandig neer. Dezelfde Sharon besloot in 2005 het leger uit de Gazastrook terug te trekken. Joodse nederzettingen als Netzarim werden ontmanteld. Zonder het verhoopte resultaat. De Palestijnse verkiezingen van het jaar daarop brachten de fundamentalisten aan de macht. De bejaarde PLO-strijders werden Gaza uit gejaagd. Bioscopen en bistro’s moesten hun deuren sluiten. De commandanten van de Izz ad-Din al-Qassam-brigades – de gewapende arm van Hamas – gebruikten de dichtstbevolkte zandstrook van de hele wereld voortaan om raketten af te schieten op slaperige Israëlische provincieplaatsjes als Sderot en Ashkelon. Totdat de regering in Jeruzalem op Tweede Kerstdag besloot dat niet langer te nemen.

Zoals altijd bij het conflict in het Midden-Oosten is de verleiding groot een van de twee strijdende partijen de schuld in de schoenen te schuiven. De deelnemers aan de demonstratie op het Museumplein wisten dit weekend precies te benoemen wie het kwaad belichaamt: het agressieve, imperialistische Israël. Terwijl Marokkaanse jongetjes uit West met de vlag van Hamas zwaaiden, riepen sprekers als SP-Kamerlid Harry van Bommel het Nederlandse kabinet op zijn steun aan de aanval op Gaza te staken. Want nu maakte Balkenende zich medeplichtig aan oorlogsmisdaden. De buitenlandwoordvoerder ging zelfs zo ver dat hij de Palestijnen tot een derde Intifada opriep. Een geweldloze, voegde hij er pas een dag later aan toe. Ondertussen werden leuzen gescandeerd als ‘Allah Akbar’ en ‘Israel burn in hell!’ Over de raketten op Sderot geen woord. Net zo voorspelbaar is de reactie van pro-Israëlische groeperingen als het CIDI. Niet leuk voor de burgerslachtoffers, zo’n oorlog, maar dan had Hamas maar geen raketten op Zuid-Israël moeten afvuren! In Nederland blijft elk gesprek over het Midden-Oosten steken in een dialoog tussen doven.

Een jaar geleden hield minister Verhagen van Buitenlandse Zaken een van de beste toespraken uit zijn loopbaan in de Israëlische badplaats Herzliya. Hij veroordeelde de pogingen van de joodse staat om de Gaza-strook economisch te wurgen net zo hard als de raketaanvallen van Hamas. Mochten er weer vredesonderhandelingen worden geopend, dan moest volgens Verhagen een internationale troepenmacht in de regio worden gestationeerd om de partijen van elkaar te scheiden. Royaal bood hij aan Nederlandse militairen ter beschikking te stellen. Zaterdag kreeg Verhagen voorzichtig bijval van zijn partijgenoot De Hoop Scheffer. Zo’n troepenmacht viel te overwegen, zei de secretaris-generaal van de NAVO op Radio 1.

Wie weet breekt er voor de inwoners van Gaza ooit weer een tijd aan zonder Israëlisch kanongebulder én zonder de dwingelandij van moslimfundamentalisten. Of zit ik me nu te verheugen op een fata morgana?

[reageren]