VN MediagidsDe sfinx Job
Politiek 17.03.2010

Wat kan een land plotseling veranderen! Boezemvriend V., tot voor kort aanhanger van Wouter Bos omdat die zo'n jeugdige uitstraling had, laat me via Facebook weten dat een nieuwe groep is opgericht: 'Yes we Cohen!' Buurman N., die overwoog op Halsema of Pechtold te stemmen, steekt bij de voordeur joviaal zijn duim op: 'Geweldig, hè, wat de PvdA heeft besloten!' Collega T., die zich plechtig had voorgenomen nooit meer een stem op de regenteske sociaal-democraten uit te brengen, gaat dat op 9 juni toch doen. Zoals Amerika vorig jaar uitliep voor Barack Obama, omhelst Nederland nu Job Cohen.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik me een beetje verbaas over de gretigheid waarmee de nieuwe lijsttrekker van de PvdA - ook door de media - op het schild is gehesen. Obama was een outsider die geloofwaardig kon betogen dat hij een eind ging maken aan de heerschappij van Wall Street en de bestuurlijke elite in Washington. Zijn speeches brachten de gewone Amerikaan in vervoering. Geen wonder dat de kiezer in hem de president zag die change we can believe in zou brengen.
Een outsider en een begenadigd spreker kun je Cohen met geen mogelijkheid noemen. Hij is zestien jaar ouder dan zijn voorganger Bos en dus een representant van de door velen gehate generatie van babyboomers. Hij heeft een lange bestuurlijke carrière achter de rug: van rector magnificus van de Universiteit Maastricht via staatssecretaris onder Lubbers en Kok tot burgemeester van Amsterdam. Hij beheerde de portefeuille vreemdelingenzaken in een paars kabinet dat volgens de commentatoren die wijlen Pim Fortuyn napapegaaiden, uitsluitend ronkende puinhopen heeft nagelaten. Volgens Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali en Afshin Ellian dronk hij de hele dag muntthee met foute imams. Retoriek is niet de sterkste kant van deze geboren pragmaticus.
- Zijn we na al het kabaal toe aan een premier die de rust zelve is?
Hij zelf zal de eerste zijn om toe te geven dat hij geen visionaire politicus is en eerder doener dan denker. Al zegt Cohen er wel altijd bij dat hij als geen ander in staat is mensen met visie aan zich te binden. Dat klopt. Bij de Wiardi Beckman Stichting, de denktank van de PvdA, ging de vlag uit toen bekend werd dat Cohen, voorzitter van het curatorium van de stichting en samen met directeur Monica Sie Dhian Ho bezig met een notitie over de rechtsstaat, het stokje van Wouter Bos overnam. Maar op de persconferentie die hij vrijdag in het partijhoofdkwartier aan de Herengracht gaf, ontbrak het aan weidse vergezichten. Cohen bleef voornamelijk herhalen dat hij voor 'een fatsoenlijke samenleving' was.
Raar volk, die Nederlanders. Negen jaar lang zijn ze in de ban geweest van conservatieve populisten als Pim Fortuyn, Rita Verdonk en Geert Wilders. Na de puinhopen die Paars had aangericht, was het land aan een periode van wederopbouw toe (de term is van de inmiddels bijna vergeten christen-democratische politicus Jan Peter Balkenende). Er mochten nooit meer compromissen in achterkamertjes worden gesloten. Iedereen moest doen wat hij zei en zeggen wat hij dacht - ook als dat denigrerend was voor migranten. Het mondde uit in een soort nationale schreeuwtherapie. Met als dieptepunt de Kamerdebatten over Uruzgan ('U heeft een rood aangelopen hoofd, meneer Bos. Weet u wat dat zegt? U bent een leugenaar en een draaikont') en het glossy magazine Gerda ('Waarom zegt u geen sorry, mevrouw Verburg, zal ik het voor u spellen: s-o-r-r-y').
En nu valt een groot deel van Nederland als een blok voor een man die gepokt en gemazeld is in het sluiten van compromissen en die in alle omstandigheden de rust en kalmte in hoogsteigen persoon blijft. Dat laatste heb ik zelf meegemaakt. Begin jaren negentig interviewden Leonard Ornstein en ik de bedachtzame Cohen toen hij staatssecretaris van Onderwijs was. Hoe hadden zijn joodse achtergrond en de onderduiktijd van zijn ouders in de Tweede Wereldoorlog hem beïnvloed, wilden we weten. Goede vraag, zei de staatssecretaris. Hij wist er alleen geen antwoord op. Wat volgde, was een lange pauze. Uiteindelijk kwamen we over zijn joods zijn niet verder dan de uitspraak: 'Ik sta er niet mee op. Ik ga er niet mee naar bed. Maar ik voel me ook zeker niet niét-joods.' Sindsdien stond hij bij ons op de redactie bekend als 'de sfinx van Zoetermeer' (waar het ministerie toen was gevestigd) en 'Job de Zwijger'.
Is Nederland na al het kabaal toe aan een premier die de rust zelve is? Dan hebben we aan Job Cohen een goede.
