Illustratie: Bas van der Schot Illustratie: Bas van der Schot

De inkapselingsstrategie van het CDA

25 april 2012
Leestijd:

De balans van de ‘inkapselingsstrategie’ van het CDA: jammerlijk mislukt

Begin augustus 2010 nam Hans Hillen me in vertrouwen. De latere minister van Defensie stond toen nog bekend als spindoctor en trait-d’union tussen de CDA-top en de Haagse journalisten. Bovendien was hij een vertrouweling van Maxime Verhagen, toen net van vakantie op Bonaire teruggekeerd om met Mark Rutte en Geert Wilders over een nieuw kabinet te gaan onderhandelen. Na een optreden van Hillen bij TROS Kamerbreed dronken we in Hilversum koffie. Bij die gelegenheid wijdde hij me in de ‘inkapselingsstrategie’ in.

Anderhalf miljoen gefrustreerde Nederlanders hadden op Wilders gestemd en het CDA kon die kiezers niet in de kou laten staan. In de woelige jaren zestig waren KVP-kopstukken als Piet de Jong en Gerhard Veringa erin geslaagd de linkse studentenopstand in goede banen te leiden. Luister naar de hemelbestormers, doe ze concessies, geef ze desnoods baantjes, was het devies. ‘Verend opvangen’, noemde De Jong die strategie. Bestuurlijk Nederland was overeind gebleven en dat voorbeeld verdiende volgens Hillen navolging. Anno 2010 waren het de rechtse populisten die door het CDA moesten worden ‘ingekapseld’. Door met hen te pacteren. Als Wilders in de fout ging, moest het CDA zijn tanden laten zien. Maar van deelname aan de macht moest je de PVV niet uitsluiten. If you can’t beat them, join them, vond Hillen.

Toen ondanks de tegenstand op het partijcongres in Arnhem het minderheidskabinet met gedoogsteun van Wilders was gevormd, voorzag Piet Hein Donner de ‘inkapselingsstrategie’ van een ideologische onderbouwing. In het tijdschrift Christen Democratische Verkenningen schreef hij: ‘De beste manier om een populistische partij te bestrijden is niet door de confrontatie met haar te zoeken, maar door de zorgen van haar kiezers serieus te nemen.’ Zo konden de boze burgers ervan worden doordrongen dat ze ook recht moesten doen aan de ‘belangen en de waardigheid van anderen’ (lees: de moslims en Poolse loodgieters). Nu Wilders meeregeerde, zou hij inzien wat het nut van compromissen sluiten was. ‘Niets werkt zo louterend als zelf betrokken te zijn, zelf deelnemer te zijn,’ heette dat in donneriaans proza. Vicepremier Verhagen ging in de zomer van 2011 nog een stapje verder. Tijdens een toespraak in de Haagse Sociëteit De Witte wilde hij ook laten zien dat hij de zorgen van de kiezers serieus nam. De oplossingen van Wilders waren niet de juiste maar Verhagen kon begrip opbrengen voor vragen als: ‘Blijft Nederland nog wel Nederland als er zo veel buitenlanders bij komen? Blijft mijn buurt wel mijn buurt als er weer een kerk gesloten wordt en er een moskee wordt gebouwd? Waarom passen de nieuwkomers zich niet aan ons aan? Ze pikken toch niet de baan van mijn zoon in?’ Het leverde Verhagen – kleinzoon van een overlevende van Buchenwald – het verwijt op dat hij zelf met het rechts-populisme flirtte.

De ‘inkapselingsstrategie’ van Donner, Hillen en Verhagen was op drie uitgangspunten gebaseerd. De verkiezingsuitslag van 2010 had ook tot de vorming van een paars-groen kabinet kunnen leiden. Dan zou het CDA tot de oppositie zijn veroordeeld, tot een barre tocht door de woestijn. Verhagen en Hillen hadden dat in de jaren negentig meegemaakt. Alle aandacht van de media ging toen uit naar paarse kopstukken als Frits Bolkestein, geen cameraploeg dook meer op bij de fractie van het CDA. Alles beter dan langzaam wegvegeteren, was de redenering. Het pact met Wilders zou ervoor zorgen dat de christendemocraten in de schijnwerpers bleven staan. De tweede premisse lag besloten in Donners ‘Niets werkt zo louterend als zelf deelnemer te zijn.’ Eenmaal aan de macht zou Wilders vanzelf zijn toon matigen – net als de NieuwLinksers van de jaren zestig hadden gedaan. Wie een kabinet steunde, onthield zich van ordinaire scheldpartijen op ‘knettergekke’ ministers en staatssecretarissen met een dubbele loyaliteit. Wilders zou effe gaan dimmen. Deed hij dat niet, dan kon het CDA zijn onverantwoordelijke gedrag aan de kaak stellen. Met als heilzaam effect dat de kiezers in Brabant en Limburg die in 2010 op de PVV hadden gestemd, met razende vaart in de moederschoot zouden terugkeren.

Van het 'als het nodig is, geven we Wilders lik op stuk' van Hillen kwam weinig terecht

Derde pijler onder de ‘inkapselingsstrategie’ was dat het CDA vertrouwde op zijn eigen bestuurlijk vermogen. Geen politieke stroming had sinds het eind van de Eerste Wereldoorlog zo vaak aan een kabinet deelgenomen als de confessionelen. De enige uitzondering vormden de jaren negentig. Afgezien daarvan waren het CDA en zijn voorlopers altijd aan de macht geweest, of samen met links of samen met rechts. Nu de politieke verhoudingen totaal onvoorspelbaar waren geworden, kon van de reputatie dat het CDA solid as a rock was, worden geprofiteerd. Rutte was alleen staatssecretaris en nooit minister geweest. Of hij zich als premier kon bewijzen, moest nog maar blijken. De PVV’ers leken in bestuurlijk opzicht het meest op opgewonden pubers. Wat een verschil met een partij die kon bogen op reeksen oud-premiers, oud-bewindslieden en andere bestuurlijke zwaargewichten. Als het kabinet met gedoogsteun van Wilders er eenmaal zat, zou vanzelf blijken wat voor kwaliteit de christendemocraten in huis hadden. Zoals Hillen vorig jaar september tegen Thijs Broer en mij zei: ‘Onze strategie is niet om morgen weer helemaal terug te zijn. Het is de oude uitspraak: vertrouwen gaat te paard en komt te voet. Vertrouwen kan je alleen langzaam terugwinnen. Dat moet je doen doordat je je beloftes waarmaakt, door gedegenheid. Wij hebben de luxe dat we met zes ministers en vier staatssecretarissen in beeld kunnen zijn. Die moeten de tijd krijgen om goed werk af te leveren.’

Na achttien spannende maanden liep Wilders weg uit het Catshuis. Tijd om de balans op te maken: de hele opzet om Geert Wilders, Fleur Agema en Martin Bosma langzaam in te palmen blijkt jammerlijk te zijn mislukt. Omdat alle drie de pijlers waarop de ‘inkapselingsstrategie’ rustte op drijfzand waren gebouwd. Leverde het CDA betere bestuurders dan de liberalen? Dat viel tegen. Niet omdat het de partij aan talent ontbrak, maar vanwege het omstreden karakter van het avontuur dat Verhagen en de zijnen aangingen. ‘Doe dit onze partij en het land niet aan,’ riep Ernst Hirsch Ballin, drie keer minister van Justitie geweest, vol pathos uit op het beslissende partijcongres in de Arnhemse Rijnhal. ‘Don’t do it,’ voegde partijideoloog en oud-minister van VWS Ab Klink eraan toe: ‘De PVV is erop uit verschillen tussen mensen groter te maken in plaats van te overbruggen.’ Ze gingen nog liever in de innere Emigration dan een ministerspost in het gedoogkabinet te aanvaarden. Het zelfde gold voor bestuurlijke zwaargewichten als Cees Veerman en Herman Wijffels.

Van de oude garde schaarden alleen Donner en Hillen zich aan de kant van Verhagen. Premier Rutte werd opgescheept met onervaren kandidaten als Marlies Veldhuijzen van Zanten, Ben Knapen, Gerd Leers en Henk Bleker. Tweede tegenvaller: anders dan de barricadebestormers van de jaren zestig matigde Geert Wilders zijn toon níét. De PvdA bleef voor hem de Partij van de Arabieren. Moskeeën waren ‘islamitische haatpaleizen.’ Polen en andere Midden- en Oost-Europeanen alcoholici die de banen van Nederlanders inpikten en overlast bezorgden door hun auto op de stoep te parkeren. De Turkse president Gül een christenpester, Koerdenmepper en Hamasvriend. Allemaal uitlatingen die tijdens de regeerperiode van het kabinet-Rutte werden gedaan. Van het ‘als het nodig is, geven we Wilders lik op stuk’ van Hillen kwam in de praktijk weinig tot niets terecht. Een enkele keer brak Leers een lans voor talentvolle immigranten of zei Bleker dat hij walgde van het door de PVV voorgestane hoofddoekjesverbod. Meestal volgde een woedend telefoontje van Verhagen. Of ze maar even excuses aan de gedoogpartner aanboden. En dat gebeurde dan. Om een ouderwets linkse term te gebruiken: het CDA liet de ideologische hegemonie over aan Wilders. Enige uitzondering was fractieleider Sybrand Buma die bij de Algemene Beschouwingen van 2011 opmerkte dat hij het taalgebruik van de gedoogpartner ‘respectloos’ vond.

De uitgekiende strategie van najaar 2010 heeft maar in één opzicht gewerkt: dankzij de regeringsdeelname verdween het CDA niet volledig uit de schijnwerpers. Maar als de partij in de publiciteit kwam, was het meestal met extravagante incidenten als het briefje van Bleker aan Mauro. De sappige oneliners van Wilders haalden met meer gemak de media dan de genuanceerde betogen van Kamerleden als Madeleine van Toorenburg en Henk Jan Ormel. Ondertussen daalde het CDA tot net boven de tien zetels in de peilingen.Nu de ‘inpolderingsstrategie’ in gruzelementen ligt, maakt Maxime Verhagen de PVV-leider uit voor een politieke vandaal. Een man die geen verantwoordelijkheid op zich durft te nemen, die zestien miljoen Nederlanders in de steek heeft gelaten. Het komt twee jaar te laat. Had Verhagen in Arnhem maar naar het ‘Don’t do it’ van Ab Klink geluisterd!

Over Max van Weezel

Max van Weezel (1951) werkt sinds 1976 voor Vrij Nederland. Vanaf 1981 als politiek redacteur, vanaf 1998 redacteur opiniepagina. Van 2000 tot 2004 was hij adjunct-hoofdredacteur van VN. Sindsdien is hij een van de toonaangevende columnisten van Vrij Nederland.

Bladwijzer

Leon Verdonschot

Video: De grappen van Obama

Jon Favreau en Mitch Stewart over het werk achter de schermen van een politieke campagne

Column

Ko Colijn

Het klokkenspel van de Boliviaanse president

De méér dan grappige klok-actie van Evo Morales is een wake-upcall voor het Westen

Column

Kees Kraaijeveld

De overheid moet eerst zelf doen waar ze anderen toe wil verplichten

Vast werk, meer vrouwen? De overheid moet eerst zelf doen waar ze anderen toe wil verplichten

Beschouwing

Harry Lensink / Jaco Alberts

Oorlog per computer: hoe doe je dat fatsoenlijk?

Waarom 'cyberleger' voor het eerst in de miljoenennota staat

Interview

Max van Weezel / Map Oberndorff

President Algemene Rekenkamer: ‘Er is een totale kanteling nodig’

Algemene Rekenkamer-president Saskia Stuiveling bekritiseert de overheid

Column

Ko Colijn

'Is de Koude Oorlog terug, mijnheer Colijn?'

De Koude Oorlog: oud conflict in een nieuw jasje?

Dit is goed! Ik ontvang graag wekelijks verhalen in mijn inbox

E-mailadres *
Ja, ik wil graag de VN Nieuwsbrief ontvangen

Neem nu een
abonnement
Jaar
Half jaar
Kwartaal
Proef
Papier en digitaal
Alleen digitaal