VN MediagidsDe angst van Bos
Politiek 28.08.2007
Het heeft iets van Verdi’s Intocht der gladiatoren: binnen een week is Jan Pronk erin geslaagd Geert Wilders en Ehsan Jami van de voorpagina’s te verdrijven.
De kandidatuur van de ideologische krachtpatser voor het voorzitterschap van de PvdA heeft de aandacht getrokken. De ene journalist deelt nog een groter compliment uit dan de andere. Even mijn mapje doornemen: de hoofdredactioneel commentator van Trouw vergelijkt Pronk met Foppe de Haan, de Friese voetbaltrainer op leeftijd die het Nederlandse jeugdelftal nieuw leven wist in te blazen. Cartoonist Vonk beeldt hem in hetzelfde dagblad uit als Superman met een roos in de vuist. Veteranen van de sociaal-democratische beweging doen alsof Jezus terug op aarde is. ‘Een oude rot die het klappen van de zweep kent,’ noemt Ed. van Thijn (73) zijn zes jaar jongere partijgenoot. ‘Jan Pronk is topkwaliteit. Het is een godsgeschenk dat hij de partij weer op koers kan gaan zetten. De zon gaat weer schijnen,’ zwijmelt oud-minister Bram Peper (die net als Pronk dit jaar de gezegende leeftijd van zevenenzestig heeft bereikt). Maar ook de afdeling Maastricht en Heuvelland van de Jonge Socialisten dweept met de AOW’er die zich graag met idealistische jongeren omringt. En de Volkskrant-lezers menen: ‘Pronk is zo lekker koppig.’
Dat koppige is nou precies wat de kring van adviseurs rond Wouter Bos slapeloze nachten bezorgt. Van de week lunchte ik met een aantal van hen. Ze probeerden zichzelf moed in te spreken. Pronk is zeventien jaar minister geweest, dus een echte brokkenpiloot kan hij niet zijn. In de jaren tachtig schreef hij mee aan het realistische partijrapport Schuivende panelen. Hij steunde Wim Kok toen die vanwege de bezuinigingen op de WAO door de radicale achterban voor ‘moordenaar van de verzorgingsstaat’ werd uitgemaakt. Hij zat acht jaar lang in een kabinet met de liberalen. In een interview met het AD noemde hij zichzelf begin augustus ‘een bruggenbouwer’: ‘Vroeger misschien wat minder, maar de tijden zijn veranderd en ik misschien ook wel.’
Onder het genot van een kopje koffie aan het Plein geven de adviseurs van Bos toe dat hun idool fouten heeft gemaakt: te veel geleund op mannetjesmakers bij de verkiezingen, de hypotheekrente en het onderzoek naar Irak uit handen gegeven in Beetsterzwaag, zijn politieke antenne niet gebruikt bij een zaak als de topinkomens.
De sociaal-liberale koers die Bos bij zijn aantreden in 2002 wilde inslaan, is doodgelopen. Aan de ene kant zwepen de coalitiepartners CDA en ChristenUnie de vice-premier op tot moralistische standpunten die haaks staan op het lang gekoesterde streven naar individualisering en emancipatie. Aan de andere kant rukt de gemeenschapspartij SP op. Bos dreigt te worden platgedrukt.
Misschien kan hij de helpende hand van de held van de Nederlandse Derde Wereldbeweging dus wel gebruiken.
Maar Bos – zeggen zijn adviseurs – zal niet dulden dat aan zijn partijleiderschap wordt getornd. Hij ziet het liefst een voorzitter die de ledenadministratie beheert en de website bijhoudt. Geen oud-minister die zich als het linkse geweten van de PvdA opwerpt. Pronk doet hem te veel denken aan zijn vader Jone die hem tijdens zijn jeugd in Odijk voortdurend trakteerde op zedenpreken over de schrijnende honger in Afrika en de broodnodige strijd tegen de apartheid.
Bovendien is de vice-premier bang dat de choc des opinions waar Pronk op uit is, de partij zal verdelen. Dat kan de christelijk-sociale coalitie vleugellam maken. Balkenende vond het al niet leuk dat hij bij de vorming van het kabinet over zijn eigen schaduw heen moest springen. Na vijf jaar met de VVD moest hij toegeven dat zijn vorige kabinetten met de rug naar de samenleving hadden gestaan. Die concessie deed hij. Maar als de PvdA nu een koerszwenking naar links maakt, gooit Balkenende wellicht zijn kont tegen de krib. Vreest Bos.
De grootste angst is een herhaling van het debacle van mei 1982. De PvdA was toen ook junior partner in een coalitie met het CDA (het kabinet-Van Agt II). Partijleider Den Uyl vervulde – net als Bos – de functie van vice-premier. Naast het zuur (bezuinigingen op de ziektewet) bleef het zoet (meer werkgelegenheid) uit. Bovendien was er een begroting in voorbereiding die tot gevolg had dat de minimuminkomens daalden.
Vanaf de Nicolaas Witsenkade (het toenmalige hoofdkwartier van de PvdA) greep partijvoorzitter Max van den Berg in. Een daling van de minima met meer dan één procent was voor hem politiek onaanvaardbaar. De sociaal-democratische bewindslieden zagen zich gedwongen zich bij het besluit van de partijvoorzitter – die veel aanhang in het land had – neer te leggen. Ze stapten uit het kabinet.
Bij de verkiezingen van 8 september won de PvdA licht, maar de VVD spectaculair. Lubbers kon zijn eerste coalitie met de liberalen vormen. De PvdA ging oppositie voeren. De zege van Van den Berg maakte een einde aan het sprookje dat een PvdA-voorzitter geen politieke macht heeft.
Krachtpatser Pronk kent die geschiedenis vast ook.
