VN MediagidsDe TV regeert

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 24.03.2009

Door Max van Weezel

De wetenschappers Joop van den Berg en Henk Molle­man signaleerden in 1975 voor het eerst een crisis in de Neder­land­se politiek: traditionele partijen als KVP, ARP en CHU verloren in snel tempo kiezers, protestgroeperingen als D’66, DS’70 en Boeren­par­tij scoorden daarentegen goed. Dat zelfde jaar startte het PvdA-tijdschrift Socialisme en Democratie een discussie over de vraag: overleeft de parlementaire democratie 1984? De Twee­de Ka­mer verzoop in de details en kwam niet meer toe aan de controle op de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid, constateerde journalist Harry van Wijnen.

Een van de oorzaken: de snelle doorstroming die sinds de verkiezingen van 1971 op gang was gekomen. ‘De ervaring van de Ka­mer­le­den in het wetgevende werk gaat meer en meer verloren, waardoor knutselwerk bij het formuleren van amendementen aan de orde van de dag is,’ citeerde hij de parlementariër Huub Franssen. Ook maakte Van Wij­nen zich zorgen over de positie van het parlement in het tv-tijdperk: ‘Het komt mij voor, dat de tekortkomingen voor een deel op rekening van de publiciteitsbelustheid van veel Ka­mer­le­den moet worden geschreven.’

De ‘gemakkelijke toegang’ van Ka­mer­le­den tot de media droeg zijns inziens bij tot ‘verwarring en oriëntatieverlies’. De journalist adviseerde de praatzuchtige politici ‘meer eigen prioriteiten te stellen’. In een reactie gaf PvdA-fractieleider Ed van Thijn toe: ‘De grotere rol van de media heeft ertoe geleid dat het parlement hijgend van incident naar incident holt en publiciteitsgeile Ka­mer­le­den het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken beginnen te verliezen.’ Ook erkende hij dat de bewoners van het Bin­nen­hof omkwamen in de papierlawine die de departementen over hen uitstortten. Toch was er hoop. Maar dan moesten de volksvertegenwoordigers er wel in slagen ‘de politieke hoofdlijnen van de te nemen besluiten te overzien’.

Bijna vijfendertig jaar zijn inmiddels verstreken en de nood is opnieuw aan de man. In juli 2007 nam de Kamer de motie-Schin­kels­hoek aan. De christen-democratische oudgediende (Schin­kels­hoek was in het verleden onder meer directeur communicatie bij de Rabobank, voorlichter van het ministerie van Jus­ti­tie en hoofdredacteur van de Haagsche Courant) zag de reputatie van het parlement in gevaar komen en drong daarom aan op een ‘proces van zelfreflectie’. Wat heeft geresulteerd in een reeks lunchgesprekken met nieuwe en langer zittende Kamerleden, discussies met ‘beeldbepalende persoonlijkheden uit de wetenschap, de cultuur en het bedrijfsleven’, het vuistdikke rapport Vertrouwen en zelfvertrouwen en een conferentie op het Bin­nen­hof. Precies dezelfde tekortkomingen worden geconstateerd als in de tijd van het kabinet-Den Uyl: de Kamerleden bedrijven incidentenpolitiek, leven bij de waan van de dag en lopen hijgerig achter elke mediahype aan. Ze zijn te gevoelig voor de druk die bewindslieden, ambtenaren en lobbyisten op hen uitoefenen. En de snelle doorstroming sinds de verkiezingen van 2002 wordt als een van de oorzaken gezien.

Is er in bijna een halve eeuw nooit geprobeerd de werkwijze van de Kamer te verbeteren? Jawel. Kamervoorzitter Vondeling spoorde de volksvertegenwoordiging aan ‘meer leeuw dan lam’ te zijn. Kamervoorzitter Dolman wilde een eind maken aan het gemier in het parlement. Kamervoorzitter Deet­man gaf leiding aan een commissie die de bezorgdheid over het functioneren van het parlementaire stelsel moest bestuderen. Staatsraad Rein Jan Hoekstra bracht advies uit over de verhouding tussen de regering en het parlement. Het hielp alleen niet. In werkelijkheid namen de incidentenpolitiek, de mediageilheid en de gevoeligheid voor lobby’s hand over hand toe.

Deels als gevolg van de For­tuyn-revolte van 2002. Bedachtzame CDA-, PvdA- en VVD-parlementariërs moesten de blauwe stoelen voortaan delen met nieuwkomers die niet het landsbelang maar hun eigen standpunt voorop stelden en daar luidruchtig van getuigden. Me­nig Ka­mer­de­bat staat sindsdien in het teken van de inbreng van de Partij voor de Vrij­heid (‘Stuur het leger naar Gou­da’), Trots op Ne­der­land (‘Ri­ta weet hoe je binnen een dag de files moet oplossen’) en de Die­ren­partij (‘Ver­bied de vissenkom’) – mede­de­lin­gen die eerder de media halen dan de afgewogen inbreng van de geachte afgevaardigden Bas van der Vlies en Pie­ter van Geel. Het maakt de vertegenwoordigers van de traditionele partijen stikjaloers. Want ook zij zijn voor hun herverkiezing afhankelijk van de aandacht die ze krijgen van kranten, radio en – vooral – tv. Dus doen ze ook steeds meer hun best leuk en gezellig over te komen. Wie Nieuws­poort frequenteert, weet hoeveel politici er zijn voor wie de wereld nog alleen uit Pauw & Wit­te­man, Matthijs van Nieuw­kerk, Frits Wes­ter en Fer­ry Min­ge­len bestaat. Wat ten koste gaat van nobele doelstellingen als ‘erin slagen de politieke hoofdlijnen te overzien’.

Goed idee van de Kamer om haar eigen functioneren nog eens onder de loep te nemen. Maar of het zal helpen? Zolang er televisie is, niet.

[reageren]