VN MediagidsDag hippies! Dag liberalen!

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 15.12.2008

Door Max van Weezel

Het leerstuk dat burgers op eigen benen dienen te staan wordt meestal toegeschreven aan de babyboomers in de jaren zestig. Aangezien ik er zelf een ben, weet ik wel beter.

De hemelbestormers van 1968 predikten de seksuele revolutie, de gelijkheid van man en vrouw en de emancipatie van de arbeidersklasse. Verder geloofden we per abuis dat in exotische oorden als China, Cuba en Vietnam de heilstaat was verrezen. Dat we voor ongebreidelde individualisering waren, is ons pas later in de schoenen geschoven. Tot mijn verbazing. Zelf stoorde ik me vooral aan uitwassen van het collectivisme: het partijbestuur bepaalt wie met wie naar bed mag en op zomerkamp mogen geen platen van The Beatles worden gedraaid maar alleen van Corry & De Rekels, want van die muziek houden de arbeiders. Dat denkers en politici als Andreas Kinneging, Bart Jan Spruyt, Ab Klink en André Rouvoet ons nu als de geestelijke vaders en moeders van de individualisering zien, moet op een misverstand berusten.

Zelf denk ik dat het de liberalen waren die met een deel van de erfenis van de jaren zestig (het ideaal van de emancipatie) op de loop gingen. In 1982 voerde VVD-leider Ed Nijpels verkiezingscampagne met de leus: ‘Gewoon jezelf zijn’. Het leverde hem bijna veertig zetels op. De publieke tribune van de Tweede Kamer zat vol tienermeisjes die niets liever wilden dan met hem op de foto gaan. De liberalen voelden de tijdgeest van de jaren tachtig perfect aan. Want pas toen raakte het in de mode om de bevrijding van het individu los te zien van de behoefte van de 68’ers aan sociale samenhang en solidariteit met de zwakken in de samenleving.

We hebben het geweten! Toen mijn dochter in de jaren negentig naar de middelbare school ging, bleken bijna al haar klasgenootjes in de ban te zijn geraakt van een vorm van egoïstisch en materialistisch denken die weinig ruimte liet voor mededogen met mensen die niet waren geboren in de Concert-gebouwbuurt. Wie geen Tommy Hilfiger of Dolce & Gabbana droeg, was niet welkom op verjaardagsfeestjes. Wie een vader had die in minder dan een Jaguar reed, was een loser. Soms hadden we een logeetje dat geen zin had om voor de derde keer dat jaar met haar ouders te gaan funshoppen in Manhattan (‘so boring!’). Sommigen kregen op hun zestiende verjaardag een eigen beleggingsportefeuilletje cadeau – meestal gevuld met aandelen in kindvriendelijke bedrijven als McDonald’s en The Disney Company.

De grote politieke partijen speelden 
behendig in op het consumentisme van 
de nieuwe generatie kiezers. De VVD, maar ook het CDA en – in mindere mate – de PvdA. Ronald Reagan en Margaret Thatcher hadden het goede voorbeeld gegeven. In de Angelsaksische landen was de economie dankzij dereguleringsoperaties en privatisering van overheidsdiensten krachtig opgebloeid. Dat leende zich voor imitatie.

Christen-democraten als Lubbers en Ruding vergaten bijbelse noties als ‘heb uw naaste lief’ en pleitten voor meer marktwerking. De verzorgingsstaat was te ver doorgeschoten en moest afslanken. De mensen aan de onderkant waren verslaafd geraakt aan overheidszorg en moesten weer leren op eigen benen te staan. Vervang het sociale vangnet door een trampoline, heette dat bij de VVD.

Ook de sociaal-democraten onderschreven tot op zekere hoogte het evangelie volgens Ruud, Ed en Onno. PvdA-ideoloog Paul Scheffer vond dat zijn partij er niet alleen voor de ‘zieken, zwakken en misselijken’ moest zijn. De dynamische middenklasse, dat was pas een interessante kiezersmarkt! Partijleider Wim Kok beperkte de rechten van de arbeidsongeschikten, sloot een coalitie met de liberalen van VVD en D66 en merkte in een toespraak op dat de PvdA haar ideologische veren af moest schudden.

Dat leek Kok een ‘bevrijdende ervaring’. Ook in de acht jaar dat hij premier was, stuurde de overheid aan op deregulering, privatisering en reïntegratie van uitkeringsgerechtigden op de arbeidsmarkt. Een ander woord voor: een schop onder hun kont kunnen ze krijgen. Zijn opvolger Balkenende betoonde zich zo mogelijk nog neoliberaler: de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van de mensen moest centraal worden gesteld.

Het liep mis waar de opmars van het superkapitalistische denken was begonnen: op Wall Street. Onder president Bush was per ongeluk ook het toezicht op de banken gedereguleerd. Met de huidige kredietcrisis als gevolg. Van Nicolas Sarkozy tot Barack Obama, van Gordon Brown tot Wouter Bos – de toon van de politici is in één klap veranderd. Bos vertrouwt niemand meer op zijn blauwe ogen, zei hij in Trouw: ‘Zelfregulering als enige oplossing heb ik afgeschreven.’

De nieuwe assertiviteit van de overheid geldt niet alleen voor te kwistig met hypotheken en leningen rondstrooiende bankiers, maar ook voor kroegbazen die het rookverbod ontduiken, coffeeshophouders, Marokkaanse en Antilliaanse relschoppers en burgers die graag paddo’s eten. Dag, hippies! Dag, werkschuwe uitkeringsgerechtigden! Dag, liberalen! De tijd van het ‘zoek het zelf maar uit’ is definitief voorbij.