Vrij Nederland 'Creatieve klasse' wil doorwerken
In Amerika ga ik altijd even naar de bioscoop. Niet vanwege de popcorn en de megabekers Diet Coke maar in de hoop die prachtige reclamefilm van Harley-Davidson te zien. Een bejaarde hippie rijdt – zijn grijze haren wapperend in de wind – een steile heuvel op en af. Tekst: ‘We’re not over the hill yet.’
Een normale boodschap in een land dat van senioren verwacht dat ze tot op hoge leeftijd een handje blijven helpen als baliemedewerker van de bibliotheek of bij de kassa in de Wal-Mart. Een land dat 50-plussers niet afschildert als een ‘grijze plaag’ van nietsnutten die van de jongeren profiteren (NRC Handelsblad van 14 april 2007) of ‘hangouderen, met of zonder rollator’ die het verkeer op straat hinderen en de vooruitgang van de economie blokkeren (de Volkskrant van 17 november 2005).
Nederland weet bij benadering niet hoe het met zijn oudere werknemers moet omgaan. Tot voor kort gold dat ze tegen hun zestigste uit het zicht moesten zijn verdwenen. De overheid subsidieerde regelingen als VUT en prepensioen. Brandweerlieden kenden functioneel leeftijdsontslag op hun vijfenvijftigste. In het leger zorgden de tropenjaren ervoor dat officieren nog veel vroeger afscheid mochten nemen. In mijn tienertijd had ik een generaal buiten dienst als buurman die de hele dag niets anders deed dan controleren of de bloemen in zijn achtertuin wel in het gelid stonden. De kabinetten-Kok en -Balkenende veranderden van beleidsfilosofie.
- Wat mij betreft werk ik door tot mijn zeventigste.
De verzorgingsstaat werd steeds duurder en om de kosten daarvan op te brengen moesten 55-plussers blijven doorwerken. Ondanks boze vakbonden en een Museumplein vol spandoekteksten als ‘JP Bak Ellende’ en ‘Zalm, we gooien je terug in de Rijn’, verdwenen de VUT en het prepensioen. Toen er ook nog een financiële crisis uitbrak, besloten CDA, PvdA en ChristenUnie tot verhoging van de AOW-leeftijd tot zevenenzestig jaar. Persoonlijk voel ik me verwant met die gemotoriseerde hippie die zijn laatste heuvel nog lang niet hoopt te hebben genomen. Wat mij betreft werk ik door tot mijn zeventigste. Het vervelende is dat de maatregelen van dit kabinet de kans daarop niet vergroten. Wat wordt in dit polderland alles toch nodeloos ingewikkeld gemaakt!
Eerst werden – uit angst voor Agnes Jongerius – alle 55-plussers van de verhoging van de AOW-leeftijd uitgezonderd. Toen moest minister Donner van Sociale Zaken beloven dat hij een speciale regeling zou treffen voor mensen met ‘zware beroepen’. Een ondoenlijke opgave, bleek al snel. De minister wil nu uitsluitend een uitzondering maken voor werknemers die aan een onomkeerbare vorm van fysieke slijtage lijden. Die moeten gedurende hun loopbaan worden omgeschoold tot kantoorklerk of krijgen – als dat niet lukt – alsnog AOW op hun vijfenzestigste. Op kosten van de werkgevers die daar dan ook weinig voor voelen. Vooral het midden- en kleinbedrijf zegt niet aan de desiderata van Donner te kunnen voldoen. Reden waarom de sociale partners zich nu over een ander plan hebben gebogen: laat iedereen die minder dan 35.000 euro per jaar verdient tot zijn vijfenzestigste doorwerken en iedereen daarboven tot zevenenzestig. Maar daar blijkt de vakbeweging niet als één man achter te staan.
Politiebond ACP heeft al geprotesteerd: waarom zouden dienders die meer dan 35.000 euro verdienen maar tijdens Oud en Nieuw in Culemborg wel door Molukkers en Marokkanen worden belaagd, langer moeten doorwerken dan bijvoorbeeld bouwvakkers en stratenmakers? Iedereen beweert zieliger en kwetsbaarder te zijn dan de anderen. Alle kans dat er door al dat getouwtrek helemaal geen regeling voor de ‘zware beroepen’ komt. Een tijdbom onder de christelijk-sociale coalitie want Mariëtte Hamer heeft al gezegd dat zonder zo’n regeling de hele verhoging van de AOW-leeftijd voor haar op losse schroeven staat.
Zelf behoor ik tot een beroepsgroep die het liefst in het harnas wil sterven. Maar juist die ‘creatieve klasse’ (de term is van de Amerikaanse socioloog Richard Florida) lijkt dat niet te worden gegund. Overal om me heen hoor ik de verhalen van vrienden die door de kaalslag bij de kranten, de komst van nieuwe omroepen en de tegenspoed in de reclamebranche tegen hun wil dreigen te worden weggestuurd. Wie wil ophouden, moet doorwerken. Wie wil doorwerken, moet stoppen. Wat een geschifte wereld!
Kon ik daar maar wat tegen ondernemen. Weet iemand waar ik me kan aanmelden bij een afdeling van de Grijze Panters?
Over Max van Weezel
Max van Weezel (1951) werkt sinds 1976 voor Vrij Nederland. Vanaf 1981 als politiek redacteur, vanaf 1998 redacteur opiniepagina. Van 2000 tot 2004 was hij adjunct-hoofdredacteur van VN. Sindsdien is hij een van de toonaangevende columnisten van Vrij Nederland.