VN MediagidsCoalitie is een misverstandshuwelijk

Wie zou op het idee zijn gekomen om Jan Peter Balkenende, Wouter Bos, Bert Koenders, Maxime Verhagen en Jack de Vries samen in een kabinet te zetten? Het was vragen om moeilijkheden. De heren kenden elkaar van de mislukte kabinetsformatie van 2003. Namens Hare Majesteit probeerden Piet Hein Donner en Frans Leijnse toen een centrumlinkse coalitie te vormen. Slagen deden de informateurs niet. CDA en PvdA ruzieden over de bezuinigingen die nodig waren en over de oorlog in Irak. De informateurs werden hinderlijk voor de voeten gelopen door een leger van spindoctors en partijstrategen die de journalisten tegen de 'onbetrouwbare rooien' respectievelijk de 'roomse gluipkoppen' waarschuwden. Een van die spindoctors was Jack de Vries, de Raspoetin van de premier.
Hoe hoog de emoties soms opliepen, valt na te lezen in het rapport van de commissie-Davids over de Nederlandse steun aan de mars op Bagdad. Balkenende en zijn vleugeladjudant Maxime Verhagen koesterden de overtuiging dat PvdA-leider Bos en diens buitenlandwoordvoerder Koenders in ruil voor regeringsdeelname bereid waren de invasie als fait accompli te accepteren. Dat bleek uiteindelijk niet het geval. In de wandelgangen betichtte Verhagen de huidige vice-premier van 'verraad'. Had Bos binnenskamers het tegendeel gesuggereerd van wat hij naar buiten toe zei? In die dagen moet de term 'draaikont' voor hem zijn verzonnen. Een thema dat opnieuw opdook tijdens de verkiezingscampagne van 2006. 'U draait en bent niet eerlijk,' voegde de premier Bos tijdens een radiodebat toe. De suggestie om het zo hard te spelen, was afkomstig van De Vries en diens opvolger als politiek adviseur op het Torentje, Jeroen de Graaf. De PvdA-leider reageerde ontgoocheld. Hij vond het een slag onder de gordel.
- Trauma's van Bos, Balkenende en Verhagen wreken zich
De kemphanen van toen zijn nu collega's. Bos moest met Balkenende en Verhagen onderhandelen over de kabinetsreactie op Davids. Hij dwong van de christen-democraten de erkenning af dat de Kamer onvoldoende was geïnformeerd en dat aan de invasie een adequater volkenrechtelijk mandaat ten grondslag had moeten liggen. Nu voelde Balkenende zich vernederd. Als De Hoop Scheffer in de Volkskrant zijn gal spuit over de vooringenomenheid van de commissie-Davids, mag worden aangenomen dat de premier daar à titre personnel precies hetzelfde over denkt.
In de zeshoek die een standpunt over Uruzgan voorbereidt, zaten Balkenende en Verhagen wekenlang met geslepen messen tegenover Bos en Koenders. De evangelisch bevlogen ministers Rouvoet en Van Middelkoop hadden er een dagtaak aan de gemoederen tot bedaren te brengen. Tevergeefs. Terwijl de premier in Vancouver genoot van brood en spelen, maakten Verhagen en Bos elkaar voor de televisiecamera's voor leugenaar uit. De volgende dag bleek alle opwinding op een reeks van onderlinge misverstanden te hebben berust. Althans: dat werd gezegd. Deze coalitie is niet langer een verstandshuwelijk maar een misverstandshuwelijk.
De trauma's die Balkenende, Verhagen en Bos elkaar bezorgden in 2003 en 2006 wreken zich nu een oplossing voor Afghanistan moet worden gezocht. Complicerende factor is dat de christen-democraten er al maandenlang niet achter kunnen komen wie op het gebied van de buitenlandse politiek de baas is bij de PvdA. Balkenende en Verhagen dachten het verst te kunnen komen met minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking, die uit hoofde van zijn verantwoordelijkheid in de Uruzgan-zeshoek zit. Samen bezochten Verhagen en Koenders eind januari de Afghanistan-top in Lancaster House in Londen. Met zijn tweeën incasseerden ze de complimenten uit het buitenland voor de Nederlandse aanpak (development, diplomacy and defense) in Uruzgan.
Koenders had zich al eerder uitgesproken voor voortzetting van het zegenrijke werk van hulpverleningsorganisaties als Cordaid, HealthNet en Save the Children in Uruzgan. Hij moest ervan overtuigd kunnen worden dat die hulpverleners voor hun bescherming militairen nodig hadden, dacht Verhagen. Als het even kon: Nederlandse militairen. Het was buiten de waard gerekend. Inzake Uruzgan moeten Koenders en Bos de macht in de PvdA delen met fractiewoordvoerder Martijn van Dam, door Ko Colijn in dit blad de 'Task Force Martijn' genoemd. Hij is van de harde lijn. Zijn antwoord op verzoeken de Nederlandse militaire missie in de rebelse provincie te prolongeren, bestond uit een onverbiddellijk njet. Zo viel elk opzetje van Verhagen op rotsige bodem. En laaide het diepgewortelde wantrouwen tussen Verhagen en Bos in alle hevigheid op.
Uit de gang van zaken rond Uruzgan blijkt het gelijk van de feministen uit de jaren zeventig: ook het persoonlijke is politiek. Voorál het persoonlijke.
