VN MediagidsBeschikt Donner over genoeg ruggengraat om onderkoning van Nederland te worden?

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Politiek 16.09.2011

Door Max van Weezel

Illustratie: Bas van der Schot
Illustratie: Bas van der Schot

Beschikt Donner over genoeg ruggengraat om onderkoning van Nederland te worden?

Eind augustus opende Piet Hein Donner in de Haagse Kloosterkerk de conferentie 'Bouwen aan vertrouwen' van het Montesquieu Instituut. De minister van Binnenlandse Zaken hield zijn gehoor voor dat voortaan niet te veel van de overheid moest worden verwacht. Het geld was op. Maar het ging Donner om iets anders: als de overheid te veel naar zich toetrok, ontliep de burger zijn eigen verantwoordelijkheid. Waar dat toe kon leiden, bleek uit de rellen in Londen, waar nihilistische jongeren winkels plunderden. Donner wilde niet de socioloog of criminoloog uithangen, maar hij zag verband: 'Als dat de mentaliteit is die we met decennia van overheidszorg hebben gegenereerd, zitten we op het verkeerde spoor.' De CDA'er prees de Britse premier Cameron, die ook vond dat de gebroken samenleving het resultaat was van een te grote en actieve overheid.
Op de receptie na afloop vormde de toespraak van Donner hét onderwerp van gesprek. Hier stond niet alleen een minister, maar ook een neoconservatieve ideoloog.

Dat is Piet Hein Donner niet altijd geweest. In 2003 zagen PvdA'ers als Wouter Bos in hem de man die een brug kon slaan tussen de twee grote volkspartijen. Samen met zijn mede-informateur Frans Leijnse werkte hij aan de totstandkoming van een centrum-links kabinet. Dat het faliekant mislukte, weet Bos aan Balkenende en Verhagen. Niet aan Donner. Ook Femke Halsema had niets dan lof voor de gereformeerde bewindsman: 'Hij gebruikt weinig jargon, debatteert open met de Tweede Kamer en is niet regentesk.' Maar inmiddels is de minister van achtereenvolgens Justitie, Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken het intellectuele uithangbord geworden van de rechtervleugel van het CDA.

- Donner is niet altijd een neo-conservatieve ideoloog geweest

Donner gold als steunpilaar van Balkenende toen die met de VVD de verzorgingsstaat op de schop nam. In 2007 werd hij minister van Sociale Zaken in het centrum-linkse kabinet-Balkenende IV. Al snel ontwikkelde hij zich tot de pestkop van de coalitie. Donner raakte in een loopgravenoorlog met de PvdA verwikkeld over de versoepeling van het ontslagrecht en de verkorting van de duur van de WW. De sociaal-democraten noemden hem een dwarsligger en een lastpost. Donner was zo flexibel als een loden deur, observeerde staatssecretaris Timmermans. De afkeer van de sociaal-democraten zat bij de CDA'er zo diep dat hij in 2010 opteerde voor een rechts kabinet met gedoogsteun van Wilders. Anders dan partijgenoten als Hirsch Ballin en Klink was hij bereid zijn ministerschap te continueren. 'De beste manier om een populistische partij te bestrijden, is niet door de confrontatie met haar te zoeken, maar door de zorgen van haar kiezers serieus te nemen,' legde hij uit in het tijdschrift Christen Democratische Verkenningen.

Dat Donner jaren als steile calvinist en rechtlijnige jurist was omschreven, bleek niet terecht. Als minister van Binnenlandse Zaken, ook verantwoordelijk voor het integratiebeleid, valt juist zijn rekkelijkheid op. In een interview met Vrij Nederland betoonde de toenmalige minister van Justitie zich in 2006 nog een enthousiast voorstander van de multiculturele samenleving. Hij hekelde de harde toon die tegen moslims werd aangeslagen. Imams die een vrouw geen hand wilden geven, vormden voor hem geen punt. Als tweederde van het parlement de sharia wilde invoeren, moest dat mogelijk zijn: 'Dat is de essentie van de democratie.' Wilders kondigde een motie van wantrouwen aan en op internet maakte de boze burger gehakt van 'Donner Kebab'. Nu, in het kabinet met de PVV, staat zijn handtekening onder een integratienota die een heel andere geest ademt. Donner wil afstand nemen van 'het relativisme dat besloten ligt in het concept van de multiculturele samenleving'. De Nederlandse waarden dienen voorop te staan. Er komt een boerkaverbod en migranten moeten hun inburgeringscursus voortaan zelf betalen. Wie voor het examen zakt, kan zijn verblijfsvergunning verspelen. 'De meest elastische minister ooit,' noemde GroenLinkser Tofik Dibi hem bij het Kamerdebat over de integratienota: 'Past u elk verhaal aan naar de kleur van het kabinet waar u in zit?'

Begin 2012 vertrekt Herman Tjeenk Willink als vicepresident van de Raad van State. Donner is een serieuze kanshebber om hem op te volgen (anderen die worden genoemd zijn Yvonne Timmerman-Buck en Wim van de Donk). Donner is telg uit een geslacht van gerenommeerde juristen. Zijn vader was rechter bij het Europees Hof van Justitie, zijn grootvader president van de Hoge Raad. Voor wie in predestinatie gelooft, is hij dus de geknipte kandidaat. Donner geldt als een gezaghebbend bewindsman en een ervaren bestuurder. Maar beschikt hij ook over genoeg ruggengraat om onderkoning van Nederland te kunnen worden? Of is hij daarvoor te veel een politieke kameleon?