VN MediagidsBalkenende bleek reus op lemen voeten

Ze beginnen weer binnen te komen, de telefoontjes van collega's van buitenlandse bladen als Die Zeit, The Economist en The Christian Science Monitor. Het wordt een elke twee jaar terugkerend ritueel: hallo Max, ken je me nog, kun je me uitleggen hoe ik de uitspraak die de Nederlandse kiezers hebben gedaan nu weer moet interpreteren?
Het eerlijke antwoord zou zijn: ik snap er zelf ook geen snars van. Maar dat doe je niet als ze je in de Dorotheenstrasse in Berlijn en St. James Street in Londen voor een gezaghebbend politiek commentator aanzien. Dus legde ik in 2002 uit wat de Nederlanders in de Goddelijke Kale, Pim Fortuyn, zagen ('Hij is geen klassieke rechts-extremist. Pim neemt het op voor de homo's en heeft het in de sauna met Marokkaanse jongetjes gedaan').
Driekwart jaar later wilden de collega's uit den vreemde weten waarom de LPF-stemmers nu dweepten met wonderboy Wouter Bos ('Wouter is niet rechts maar links, maar hij drinkt wel koffie met de gewone man in een snackbar in het Laakkwartier'). In 2006 wekte de opmars van Jan Marijnissen verbazing ('Jan komt uit Oss en hij is een populist van progressieve komaf. Nee, ik zou hem niet meteen vergelijken met de Venezolaanse president Chávez').
Nu moet de vraag worden beantwoord waarom Jan Peter Balkenende opeens van het politieke toneel is verdwenen ('Wir nennen es Balkenende-Verdrossenheit') en hoe het komt dat de verkiezingen anders dan verwacht niet over de economische crisis maar toch over de massa-immigratie gingen ('De Haagse elite veronderstelde dat Geert Wilders over zijn hoogtepunt heen was. Ze noemden hem passé. Maar in Volendam, Rucphen, Kerkrade en Onderbanken wordt daar kennelijk anders over gedacht'). En passant memoreer ik nog even de lotgevallen van Rita Verdonk die binnen één jaar van zesentwintig zetels naar nul daalde. Zo geleerd mogelijk: 'Dat heet bij ons het jojo-effect.'
- Vooral in het katholieke zuiden knapten ze af op het CDA
Het neemt niet weg dat van de uitslag niet veel te begrijpen valt. Hoe koersloos zijn kiezers die een door de hele wereld bewierookt Paars kabinet wegstemden, een schuchtere kamergeleerde van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA aan de macht brachten en vervolgens achter een geblondeerde volksmenner uit Venlo aan liepen? Waarom zetten modale Nederlanders, die zich het slachtoffer van de kredietcrisis voelen, dit jaar een partij - de VVD - op de troon die de kampioen van de vrijemarkteconomie is? Terwijl PvdA en SP, die het ongebreidelde kapitalisme aan banden wilden leggen, zetels verloren? Hoe valt te verklaren dat inwoners van gemeenten, waarin geen velden of wegen een allochtoon te bekennen is, en masse stemden op een anti-immigrantenpartij? Waarom stelden de kiezers in 2002, 2003 en 2006 hun vertrouwen in Jan Peter Balkenende en maken ze nu gehakt van de christen-democraten? Wie het weet, mag het zeggen.
Zelf heb ik van deze verkiezingen twee dingen geleerd. Eén: leuk als campagnemanagers, spindoctors, opiniepeilers en anchormen van de televisie het er met zijn allen over eens zijn dat de kiezers zich vooral door economische motieven laten leiden en de gevestigde partijen een one issue-groepering als de PVV dús zullen verslaan. Maar hun gezamenlijke profetie hield niets in. De campagneleiders van Cohen en Rutte, de bureaus Synovate en TNS NIPO, de Ferry Mingelens en Frits Westers onderschatten dat Wilders wel degelijk over een economische agenda beschikte: stop de ontwikkelingshulp, de Nederlandse afdracht aan Europa en de subsidies aan integratieprojecten voor minderheden en er blijft opeens meer dan genoeg geld over voor de grootmoeder van Henk en Ingrid die in het bejaardenhuis urenlang op een nieuwe incontinentieluier moet wachten. Die boodschap sprak meer kiezers aan dan de Haagse professionals dachten.
Twee: interessant dat de christen-democraten jarenlang de indruk hebben weten te vestigen dat zij de enige stroming waren die het niet moesten hebben van de staat of de markt maar van hun stevige positie in het maatschappelijk middenveld. Zij hadden het verenigingsleven in handen en wisten wat zich in de samenleving afspeelde, hielden ze hun concurrenten aan het Binnenhof voor. Nu blijkt dat de partij van Balkenende al die tijd een reus op lemen voeten is geweest. Vooral de kiezers in het katholieke zuiden knapten af op christen-democraten die zij zagen als het symbool van regentendom en randstedelijke arrogantie. Na de vorige verpletterende nederlaag - in 1994 - waarschuwde de commissie-Gardeniers dat het CDA een 'afstandelijke bestuurderspartij' was geworden die de regeringsmacht als 'te vanzelfsprekend beschouwde'. Droevig dat zestien jaar later precies dezelfde conclusie moet worden getrokken.
