Max van Weezel
Over Max van Weezel
Max van Weezel (1951) werkt sinds 1976 voor Vrij Nederland. Hij is een van de bekendste politiek journalisten van Nederland. Hij begon bij VN als medewerker van de roddelrubriek 'Het Wereldje'. Vanaf 1981 was hij politiek redacteur, vanaf 1998 redacteur opiniepagina. Van 2000 tot 2004 was hij adjunct-hoofdredacteur van VN. Sindsdien is hij een van de toonaangevende columnisten van Vrij Nederland. Daarnaast presenteert hij de radioprogramma's Met het oog op morgen (NOS) en Argos (VPRO).
Meer over Max van Weezel
Illustraties: Bas van der Schot
-
Hatemail

Sytze Faber, oud-Kamerlid voor het CDA, oud-burgemeester van Hoogeveen en nu columnist van het Friesch Dagblad, weet wat het is om met hoon te worden overladen. Als Kamerlid hoorde hij ooit bij de ‘loyalisten’ die liever met de PvdA dan met de VVD regeerden, en vonden dat het centrum-rechtse kabinet-Van Agt/Wiegel niet akkoord moest gaan met plaatsing van kruisraketten in Nederland. Het kwam hen op bittere verwijten te staan. Fractiegenoten maakten Faber en de zijnen uit voor ‘kwaadaardige intriganten’ en ‘achterbakse sujetten’. Het conservatieve deel van de achterban betichtte hen van ‘heulen met de vijand’.
-
Overleeft het CDA een nieuwe pamflettenoorlog?

Het manifest dat plaatselijke CDA-prominenten in de jaren zeventig publiceerden heette 'Wij horen bij elkaar'. Het verscheen op een moment dat het ernaar uitzag dat Nederland nog maar twee grote politieke partijen zou overhouden: de linkse PvdA en de rechtse VVD. Het confessionele midden maakte zichzelf het leven moeilijk.
De rooms-katholieke KVP had in een mum van tijd de helft van haar kiezers verloren en was zwaar gedemoraliseerd. De gereformeerde ARP werd geteisterd door interne twisten. De hervormden van de CHU telden nauwelijks meer mee. Tot overmaat van ramp sloegen de partijleiders Willem Aantjes, Frans Andriessen en Roelof Kruisinga elkaar de hersens in. Er moest een nieuwe christen-democratische groepering komen: het CDA. -
Bestuurders moeten het stadhuis uit
Foto: Jacqueline de Haas/HH
Waar schrikt u ’s nachts wakker van? En wat zou u doen met een miljoen? Met die vragen onderzoekt Pieter Winsemius de kloof tussen burger en overheid. ‘De buurtagent zit achter in de gang, alsof hij er niet toe doet.’
Pieter Winsemius (die twee keer minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu was) begint uit te groeien tot de belangrijkste antropoloog van het hedendaagse Nederland. Als lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) blijft hij niet op zijn zolderkamertje vlak bij het Binnenhof zitten, maar doet hij hoogstpersoonlijk veldonderzoek. Voor het rapport ‘Vertrouwen in de buurt’ werden honderdtachtig mensen geïnterviewd. De presentatie ervan vond met opzet niet plaats in Pulchri of Nieuwspoort maar in een tent in een Rotterdamse volkswijk. Het volgende rapport ‘Vertrouwen in de school’ ging over jongeren die hun opleiding niet afmaken – en dat zijn er in Nederland heel veel. Winsemius en zijn team bezochten tientallen scholen en spraken met directeuren, leraren en psychologen. Het lukte hem zich in te leven in de wereld van de drop-outs. ‘Je moet van deze jongeren houden. Liefde en aandacht, dat is zo belangrijk,’ zei hij destijds in een interview in Vrij Nederland. Het rapport waar hij nu aan werkt, is nog veel ambitieuzer. ‘Vertrouwen in de burger’ is de voorlopige titel en het gaat over iedereen die zich niet serieus genomen voelt door de overheid – van voetbalvandalen die klagen over het bruuske optreden van de ME tot Limburgers die uit protest tegen de arrogantie van de Randstad op Wilders hebben gestemd. De WRR hoopt dat door het veldonderzoek van Winsemius duidelijk wordt hoe de betrokkenheid van de burger bij de overheid kan worden vergroot. Misschien zal de nu al jaren voortdurende ontevredenheid en boosheid dan eindelijk afnemen.
Winsemius weet dat het dit keer een hele klus wordt. Buurten vormen een afgebakend geheel, net als scholen. Nu moet het hele land in kaart worden gebracht. Want wie voelt zich tegenwoordig niet vervreemd van de overheid? ‘Ik vind al die boeken over dé kloof tussen dé politiek en dé burger te simplistisch,’ zegt hij, terwijl we koffiedrinken op een terrasje in de Haagse binnenstad. Hij wordt vergezeld door een van zijn onderzoekers, de jonge filosofe Jona Specker. Maar de ongerustheid over die kloof is wel de aanleiding voor het rapport. Over de ophanden zijnde kabinetsformatie tussen zijn VVD en het CDA met gedoogsteun van de PVV wil de in zijn partij als ‘links’ bekendstaande Winsemius alleen met afgemeten stem kwijt dat de situatie hem zorgen baart: ‘Ik word niet blij van al dat gedoe in Den Haag op dit moment. Juist bij de kabinetsformatie is het zaak de meest kwetsbaren in de samenleving op je netvlies te hebben. Voor sociaal-liberalen hoort dat een toetssteen te zijn.’
Pragmatische burgers
Pieter Winsemius is sowieso bezorgd: ‘Sinds mijn team mensen aan het interviewen is en daarover vertelt, raak ik gealarmeerd door de afbrokkelende belangstelling voor de gevestigde politiek. Als zo veel mensen het eigenlijk niet meer zien zitten met die overheid, dan beginnen we een aardig probleem te krijgen.’
Dé burger bestaat niet, vindt hij. Hij scheurt een papiertje uit ons opschrijfboekje en tekent een schema. Rechtsboven staan mensen als hijzelf: de actieve burgers. ‘Ze zijn goed opgeleid, lezen ’s ochtends de Volkskrant en ’s avonds de NRC, ze zijn lid van een omroepvereniging, geven geld aan Amnesty en gaan niet naar de Lidl maar naar Albert Heijn. Zij voelen zich nog aangesproken door de gevestigde politiek. De landelijke partijen rekruteren hun actieve leden nog vrijwel alleen uit deze groep.’
Hij trekt een pijl naar linksonder op het blaadje. Daar zet hij de ‘volgzame burgers’ neer. Die hij schetst als ‘een tikkeltje ouder, vaak woonachtig op het platteland. Ze stemden vroeger meestal op het CDA, maar dat is niet vanzelfsprekend meer. Ze zijn van nature gezagsgetrouw maar kunnen het tempo van de modernisering niet meer bijbenen. De ontwikkelingen in de wereld gaan hun te snel. Ze waren gehecht aan hun buurtschool en hun buurtwinkel en die zien ze verdwijnen. Daarom haken ze af.’
Tot zover de groepen die nog een beetje bij de les zijn.
Nu wordt zijn verhaal alarmerender.
Loodrecht boven de volgzame burger tekent Winsemius de ‘overvraagden’, de lageropgeleiden in de grote steden, de suburbs en de vinexwijken. Nederlanders die het gevoel hebben dat er steeds meer eisen aan hen worden gesteld waaraan ze niet kunnen voldoen: de diploma’s die je moet halen, de examens die je moet doen, de belastingformulieren die je moet invullen. Ze zitten klem tussen een kosmopolitische elite die op hen neerkijkt en de migranten die naar hun idee te veel aandacht krijgen. Dit is de groep waaruit eerst de LPF en nu de PVV een groot deel van zijn aanhang rekruteert.
Blijft over: de minst bekende maar misschien meest interessante groep, die door Winsemius de ‘pragmatische burgers’ wordt genoemd. Die hebben op het eerste gezicht niets te klagen. Ze wonen – net als de ‘actieven’ – in de betere buurten en zijn goed opgeleid. Maar ze hebben hun belangstelling voor de traditionele politiek verloren. Ze maken zich hoogstens nog druk over hun parkeervergunning die niet wordt verlengd of de sluitingstijd van de cafés in hun buurt. Als ze problemen hebben, zoeken ze zelf wel naar een oplossing. De landelijke politiek vinden ze zó 2009. Facebook en Twitter zijn voor hen veel belangrijker dan de PvdA en GroenLinks. Het is deze groep die wel eens de toekomst van het land zou kunnen bepalen.
Op dit moment beslaat elk van de vier groepen die de WRR onderscheidt, ongeveer een kwart van de bevolking.
Maar dat is snel aan het veranderen.
Democratische nachtmerrie
Voor hun boek De grenzeloze generatie, dat eind vorig jaar verscheen, ondervroegen Frits Spangenberg en Martijn Lampert van het bureau Motivaction jongeren vanaf achttien jaar en hun ouders en grootouders. Zo kregen ze zicht op de verschuivingen die zich tussen ‘actieven’, ‘volgzamen’, ‘overvraagden’ en ‘niet-uitgedaagden’ (de pragmatici) voordoen. De plichtsgetrouwe en verantwoordelijke burgers, waar iedere minister van droomt, kwamen eigenlijk alleen nog onder de oudere generatie voor. Die noemde het vanzelfsprekend dat je je voor een ander en voor de samenleving diende in te zetten.
Onder de jongste generatie vormden de pragmatici en overvraagden met elk veertig procent veruit de grootste groepen. Kortom: als je niet oppast, is de toekomst aan degenen die op de gevestigde politiek zijn afgeknapt.
Pieter Winsemius: ‘Motivaction voorspelt dat je op den duur alleen de pragmatici en de overvraagden overhoudt. Vanuit democratisch oogpunt is dat een nachtmerrie. Ik denk dat Den Haag dat nog nauwelijks doorheeft. De overvraagden zijn nu enigszins in het vizier gekomen door het succes van de PVV. Maar de pragmatici, “de niet-uitgedaagden” die helemaal geen belangstelling meer hebben voor de overheid, zijn eigenlijk veel spannender. En die staan nog helemaal niet op het netvlies van Den Haag.’ -
Hoezo een stabiel kabinet?

Op de hoofdkantoren van de multinationals volgden ze de koppen in de buitenlandse kranten deze week met angst en beven. Hoe zou de vorming van het knetterrechtse kabinet-Rutte zijn overgekomen bij de clientèle waarvan dit exportland afhankelijk is? De columns en commentaren waren gematigder dan gevreesd.
Zeker, The New York Times maakte zich zorgen over de opkomst van 'the outspoken populist Mr. Wilders'. De 'clearly recognizable figure with bleached-blond hair' werd nu een van de meest invloedrijke politici van de Lage Landen. De spreekbuis van de links-liberale elite aan de East Coast vergeleek Nederland alvast met Oostenrijk onder Jörg Haider - de Alpenrepubliek stond destijds op de officiële boycotlijst van de EU. -
Zal Lubbers de weg banen voor een rechtse regering die de steun geniet van de PVV?

De paniek was groot op Paleis Noordeinde. Na de even ontspannen als doelloze gesprekken over Paars-plus leek de kabinetsformatie terug bij af. Mark Rutte had à titre personnel misschien best gewild, maar de politieke verhoudingen waren er niet naar.
De VVD-site stond vol reacties van vertoornde kiezers die niet op rechts hadden gestemd om te worden opgezadeld met Cohen, Pechtold en Halsema. Ze verweten de liberale leider kiezersbedrog en volksverlakkerij. Hij werd zelfs beticht van landverraad. Op zijn partijcoryfeeën kon Rutte niet rekenen. Wiegel, Nijpels, Bolkestein, De Grave en Linschoten keerden zich zonder uitzondering tegen Paars-plus. Maurice de Hond, die kennelijk niet weet dat de verkiezingen voorbij zijn, publiceerde de ene na de andere desastreuze peiling: de PVV groeide stormachtig terwijl de VVD pijlsnel daalde. Geen wonder dat Rutte het bijltje erbij neergooide.
