VN MediagidsPerverse redenering om de snor te drukken
Buitenland / Politiek / Afghanistan 01.05.2010

U las op 13 februari in dit weekboek dat er een Binnenhof-sudoku aan de gang was. De vraag was: hoe nu verder met Afghanistan? Voor de PvdA waren trainers goed, maar was Uruzgan fout. De rest van Afghanistan was goed, maar er vechten was fout.
Vechten in Uruzgan was dus foutfout, trainen buiten Uruzgan was goedgoed. Je kon nog kibbelen over het aantal militairen dat je nodig hebt om die trainers te beschermen, maar niet over het feit dat die beschermers nodig waren. Twee weken later viel het kabinet.
Daarop las u in dit weekboek dat het heel raar was dat één optie, tussen de verhitte koppen en rechte ruggen, wel op een ruime Kamermeerderheid kon rekenen, maar in het crisisgeweld was vergeten. Er stond: 'Een niet-militaire missie buiten Uruzgan. Dat werd dus uiteindelijk de enige politiek aanvaardbare optie voor de PvdA. Trainen, liefst van politiemensen, in veilige, hoogommuurde garnizoenskampen. (...) Bevrijd van de giftige crisisdamp zou (...) de vierde optie, weliswaar niet als de meest geslaagde, maar politiek wel haalbare nooduitgang aan de Tweede Kamer voorgelegd kunnen worden'.
Weer een week later maakte collega Thijs Broer een rondje langs de sleutelpersonen in de Tweede Kamer. Tot ieders verrassing bleek een ruime meerderheid inderdaad vóór. Een trainingsmissie zou zomaar geregeld kunnen worden. Afghanistan niet in de steek gelaten, toch nog een beetje schade beperkt.
En daarom nodigden Mariko Peters (GroenLinks) en Alexander Pechtold (D66) de regering vorige week uit zo'n missie voor te stellen. Want zo moet het volgens de grondwet; artikel 100 zegt: 'De regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict.'
De motie Peters-Pechtold luidde dat Nederland 'conform de artikel 100-procedure' zo'n 'civiele politietraining en opleiding in Afghanistan' wel zag zitten. De motie haalde een meerderheid, dus na 9 juni komt het nieuwe kabinet met een voorstel van die strekking naar de nieuwe Kamer.
Het was interessant om te zien of de PvdA deze kans zou aangrijpen om te doen wat zij steeds beweerd had, namelijk Afghanistan niet in de steek laten en dat ze heus wel voelde voor een trainingsmissie. Die kans greep de PvdA, tot woede van Peters en Pechtold, niet. De rug bleef recht, al moet je ontzettend je best doen om de redenering te volgen. Het gaat om twee argumenten.
- Is Uruzgan soms een besmettelijke ziekte?
De (eigen) motie-Van Dam had vorig jaar het kabinet gedwongen 'alle Nederlandse militairen terug te trekken uit Uruzgan'. Nu sluit de motie Peters-Pechtold het trainingsgebied Uruzgan inderdaad niet letterlijk uit. Maar dat hoeft ook niet, de motie Van Dam ligt er immers nog. En het blijft natuurlijk gezeur: waarom wel militaire bewakers buiten Uruzgan, en niet erbinnen? Is Uruzgan soms een besmettelijke ziekte?
Nog een argument: de motie van Peters-Pechtold spreekt over artikel 100, en dat is volgens Van Dam niet van toepassing omdat het om een civiele Europese politiemissie gaat. Als je over artikel 100 spreekt, moet het wel om een krijgsmachtmissie, dus een verkapte vechtmissie gaan, is zijn redenering. Met een minister als Maxime Verhagen weet je het immers maar nooit.
Dit getuigt niet van verantwoordelijkheidsbesef, zelfs niet van spitsvondigheid, het is ronduit kleinzielig. In het conceptverkiezingsprogramma van de PvdA (waarin het woord Afghanistan overigens niet eens voorkomt) staat: 'vanzelfsprekend geldt voor elke militaire inzet het toetsingskader voor de inzet van de krijgsmacht'. Het gaat om het woord krijgsmacht, niet om 'vechtmissie'. Als er politietrainers worden ingezet, waar de PvdA zelf niet tegen zegt te zijn, is daar ook inzet van de krijgsmacht voor nodig om die trainers te beschermen. En daar is het toetsingskader en dus de artikel 100-procedure voor nodig.
Dat gebeurde ook bij het sturen van militaire waarnemers en politiefunctionarissen van de UNMIS-missie naar Zuid-Soedan. En bij een politiemissie van de EU in Bosnië-Herzegovina. Dat waren geen vechtmissies. Nu de redenering omkeren door te zeggen dat toepassing van de artikel 100-procedure, nota bene een grondwettelijke plicht jegens de volksvertegenwoordiging, zou kunnen wijzen op een heimelijke voortzetting van een vechtmissie is kwalijk. En een perverse redenering om je rug recht te houden en je snor te drukken.
Update:
Wij kunnen het ook! De Dutch approach: hoe Nederland voor de maakbare samenleving in Boeroendi en Uruzgan zorgt. Zie deze powerpoint-presentatie van TNO en de powerpoint die The New York Times publiceerde.
