Vrij Nederland Comeback kit?
Foto: Joost van den Broek
Comeback kit?
De maakbaarheid van een wijk
De maakbaarheid van een wijk
De Kolenkitbuurt in Amsterdam-West gold als de slechtste wijk van Nederland. Mooie plannen volgden, maar toen werd het crisis. Een reportage.
'Het is wel even slikken allemaal.' In een fraai penthouse op de zeventiende verdieping van het appartementencomplex de New Kit vat Peter Visser samen wat de effecten zijn van de economische crisis op de bouwplannen in de Amsterdamse Kolenkitbuurt. Als gebiedsontwikkelaar van woningstichting Eigen Haard is Visser al acht jaar betrokken bij die grootscheepse operatie. De New Kit, opvallend omdat hij schuiner staat dan de toren van Pisa, is een paradepaardje van de vernieuwingsdrift, maar de verkoop loopt moeizaam. Een flink deel van de appartementen wordt inmiddels verhuurd, de spectaculaire penthouses - 212 m², fenomenaal uitzicht - staan vooralsnog leeg. 'Ze kosten de helft van een vergelijkbare woning aan de IJ-oever,' zegt Visser in de galmende, door de ochtendzon gegeselde ruimte. 'En daar heb je veel minder uitzicht. Dan denk ik: dit is toch veel mooier?'
Dat kan wezen, maar de buurt die als een maquette aan onze voeten ligt, is de roemruchte Kolenkitbuurt - drie jaar geleden nog uitgeroepen tot de slechtste wijk van Nederland, en in kringen van beleidsmakers al vermaard sinds Felix Rottenberg er in 2002 zijn documentaireserie over de Akbarstraat maakte. De buurt, net aan de overkant van de ringweg A10 gelegen en daardoor wat geïsoleerd, was toen een snelkookpan van grootsteedse, multiculturele problemen. Er stonden oude, slecht onderhouden huizen waar te grote gezinnen in woonden. Ruim tachtig procent van de bewoners was allochtoon, een groot deel daarvan behoorde sociaal economisch tot de moeilijkste groep. 'Het was een triestig verhaal,' zegt Visser. 'Veel bewoners waren niet zelfredzaam, hadden te maken met meerdere instanties. Er was schooluitval, overlast en troep op straat, er heerste lamlendigheid en een gevoel van onveiligheid. De leefbaarheid was in het geding.'
Een supermarkt zal er waarschijnlijk de komende tien jaar niet komen
En dus werd er in 2003 door de gemeente en de woningbouwcorporaties een groots 'masterplan' gesmeed voor een 'integrale' aanpak van de buurt. Duizend woningen zouden worden gesloopt, en veertienhonderd gebouwd - een deel koop of luxere huurwoning, zodat er ook hoger opgeleiden en mensen uit andere bevolkingsgroepen naar de buurt zouden trekken. Want de Turkse bewoonster die zich in Rottenbergs documentaire vertwijfeld afvroeg met wíé ze dan in hemelsnaam moest integreren, had natuurlijk een punt. Mengen, dat wordt tegenwoordig alom gezien als de enige manier om een probleembuurt uit de modder te trekken.
Giga-onrendabele investeringen
Vanuit de hoogte laat Visser niet zonder trots zien wat er inmiddels is bereikt. Aan de westkant van de buurt liggen de nieuwe huizenblokken erbij alsof ze net uit het cadeaupapier zijn gehaald. Mooie, ruime woningen, brede straten, hier en daar een ontluikend geveltuintje. In mei was er een groot buurtfeest om de oplevering van de eerste vernieuwde straat te vieren. Maar daarachter beginnen deprimerende, eenvormige straten, te kleine, grauwe huizen met naargeestige balkonnetjes. De schotels, in de nieuwe gebouwen vervangen door een centrale antenne, domineren het straatbeeld. 'Een flink deel van die blokken zou er allang niet meer moeten staan,' zegt Visser. Zijn werkgever, Eigen Haard, heeft onlangs besloten de bouwplannen door te zetten, zij het in een aanmerkelijk lager tempo dan gepland. Elders in de buurt zijn de plannen voorlopig helemaal van tafel omdat woningcorporatie Far West (een cluster van meerdere corporaties) vorig jaar werd ontbonden vanwege de stagnerende verkoop. Een flink deel van hun nieuwe woningen raakt niet verkocht, de parkeergarages onder de huizen staan voor een groot deel leeg. 'Wij hebben met Eigen Haard een béétje een probleem,' zegt Visser. 'Maar voor de andere corporaties in de buurt is het een giga-onrendabele investering geworden.' Het lastige van een 'integrale' aanpak, zo schetst de gebiedsontwikkelaar, is dat je er niet zomaar een onderdeel uit kunt halen zonder een domino-effect te creëren. Hij wijst op de haveloos ogende winkelrij op de Bos en Lommerweg, de doorgangsroute die de Kolenkitbuurt in tweeën splijt. Die moest door de gemeente worden teruggekocht van de failliete corporatie en zal nu worden nu opgeknapt in plaats van gesloopt. Geen prettige voorwaarde voor nieuwe ondernemers. 'En dat is de achilleshiel voor vernieuwing,' meent Visser. 'Er moeten voorzieningen zijn in de buurt en aantrekkelijke winkels voor de nieuwe bewoners. Maar dat wordt nu een hele opgave.' Anders gezegd: een supermarkt zal er waarschijnlijk de komende tien jaar niet komen in de Kolenkitbuurt, een leuk café evenmin. Je kunt er terecht voor laminaat, een Marokkaanse jurk of een glimmende vaas, maar voor vrijwel al het andere moet je de ringweg over.
Een grote teleurstelling
De pas op de plaats is ook een bron van zorg voor Godfried Lambriex, portefeuillehouder stedelijke vernieuwing van Stadsdeel West. De bijeenkomst waarop hij buurtbewoners moest vertellen dat hun nieuwe huizen er niet zouden komen, herinnert hij zich als het moeilijkste moment van de tweeënhalf jaar dat hij de Kolenkitbuurt onder zijn hoede heeft. 'Er gebeurde niks,' zegt Lambriex. 'Niemand zei wat. Juist die apathie vond ik verschrikkelijk moeilijk.'
Foto: Joost van den Broek
Op het onguur uitziende Ernest Staesplein wijst Lambriex op de gammele gebouwtjes van een moskee en een sportschool. Jarenlang verdroegen ze er de slechte behuizing omdat er iets heel nieuws zou verrijzen, nu zullen ze het moeten doen met een opknapbeurt. 'En ik ben blij dat ik niet iedereen te eten moet geven die ze iets beters heeft beloofd.' En dan zijn er, verderop, nog de nieuwkomers die wel de stap waagden, in de overtuiging dat het over vijf jaar allemaal af zou zijn. 'Voor hen is het afblazen van de bouwprojecten ook een grote teleurstelling,' zegt Lambriex. 'Ze zaten te wachten op hun vrienden, en die komen er nu niet wonen.' Tijdens een wandeling door de buurt laten Lambriex en projectmanager Margot Lötters zien dat er in de Kolenkitbuurt een soort tussenfase is ontstaan. 'Door de crisis zie je dat we meer in kleine stukjes moeten denken,' zegt Lötters. 'Is het rendabel of niet? En dat vraagt om een veel creatievere aanpak.' We lopen langs huizenblokken die nu blijven staan, maar waaruit de oorspronkelijke bewoners al zijn vertrokken. Nu trekken er steeds meer studenten in de leegstaande woningen, vaak met 'sociale contracten': in ruil voor goedkoop wonen moeten ze iets terugdoen voor de buurt. Sommigen geven via Project VoorUit huiswerkbegeleiding aan schoolkinderen en taallessen aan ouders. Op het Ernest Staesplein is het hip ogende ruilwinkeltje Lost Property gevestigd. Daarnaast zijn Rietveldstudenten bezig de muren van galerie The Bookstore te schilderen. 'De corporaties stellen de woningen beschikbaar,' zegt Lambriex, 'en wij betalen de verf en een telefoonkabeltje.' De Rietvelders organiseren debatten en filmavonden. Een week eerder stond er een openluchtfilmfestival gepland, Cinema Al Kolenkit, maar dat moest worden afgeblazen vanwege het slechte weer. Een blijvend effect op de buurt zal het waarschijnlijk niet hebben, geeft Lambriex toe. Hij verwacht dat de meeste studenten over tien jaar niet meer in de Kolenkitbuurt zullen wonen. 'Maar ondertussen wordt het er wel levendiger op.'
En er zijn meer voorbeelden waar van de nood een deugd wordt gemaakt. In overleg met woningbouwvereniging Rochdale zijn vijftien leegstaande woningen apart gezet om een aantal probleemgezinnen te ontlasten. Lambriex vertelt over een stel met een kind op komst, dat bovenop elkaar woonde, met ouders, broertjes en zussen én opa en oma. 'In dit soort woningen is dat vragen om problemen. En dan kun je zeggen: het is maar tijdelijk en volgens de regeltjes mag het eigenlijk niet, maar ja, als zij weg kunnen geeft dat zo'n gezin wel vijf jaar lucht.'
Kippenhokken en barbecues
Op het Jan van Schaffelaarplantsoen, een weelderig bebloemd grasveld langs de A10, staat aan het eind van de middag een groep kinderen te barbecueën. Hun oudere zussen houden toezicht. 'Vorig jaar was hier niks,' zegt de achttienjarige Mesrun uit de Akbarstraat. 'Er stond een hek omheen. Maar nu kom ik hier graag.' Op de bankjes zitten gehoofddoekte moeders te keuvelen, de allerkleinsten darren rond bij de kippenhokken die verderop staan.
Het plantsoen is al jaren een knelpunt in de buurt. Hoogbouw zou er komen, met winkels. Belangrijk omdat het de Kolenkitbuurt zou afschermen van het immer voortrazende verkeer. Maar aannemer Hillen & Roosen ging failliet en het terrein lag sindsdien braak. Nu is er de 'HoutsKolenkit', een project van het kunstenaarscollectief Cascoland, dat sinds anderhalf jaar actief is in de buurt. De hekken verdwenen, er werd gras ingezaaid, er kwamen kippenhokken en barbecues - op de grijze mag je varkensvlees bakken, op de zwarte niet. Alles 'vandaalproof' en zo gebouwd dat het binnen twee dagen weg kan zijn, mocht er zich een investeerder melden. Klein bier wellicht voor een buurt met zulke grote problemen, maar het is dan ook niet duur en het effect is zichtbaar. Zodra het weer het toelaat, wordt er dankbaar gebruik van gemaakt, vooral door moeders met jonge kinderen.
Overvallen zijn er nauwelijks, want er zijn bijna geen bedrijven
'Wij springen in de ruimte die ontstaat door stilstand en crisis,' zegt kunstenaar Roel Schoenmakers op het terras van het huisje waar Cascoland kantoor houdt. Het collectief bedrijft 'community art': hun projecten zijn gericht op het algemeen nut voor de buurt, en de betrokkenheid van de bewoners is cruciaal. Schoenmakers: 'Veel mensen hier hebben een gevoel van inertie omdat hun leven bepaald wordt door de grote molochs: de woningbouwvereniging, het stadsdeel, de sociale dienst. Wij proberen ze het gevoel te geven: hé, ik kan zelf iets gedaan krijgen.' Hij vertelt over de kippen op het plantsoen, die zijn geadopteerd door twaalf families. Verderop zijn in een binnentuin zestien moestuinen aangelegd, die door bewoners worden gehuurd en beplant. Naast het plantsoen is sinds een jaar het 'logeerhuis' gevestigd. Als klein behuisde gezinnen familie uit het land van herkomst op bezoek krijgen, kunnen die daar tegen een kleine vergoeding slapen - een goedkope oplossing voor een hardnekkig probleem. Het onderhoud en de financiën worden geregeld door Aicha en Asma, twee Marokkaanse vrouwen die vandaag in het keukentje pizzasaus aan het bereiden zijn voor het schoolfeest dat later in de week gehouden wordt. Op de vraag wat de projecten voor hen betekenen, zegt Aicha breed lachend: 'Nou, anders zat ik nu thuis.'
Aanvankelijk was er flink wat scepsis tegenover Cascoland, zegt Schoenmakers. 'Vooral bij de autochtone bewoners. Die riepen: "Kom maar lekker mijn voordeur schilderen in plaats van geld uit te geven aan die onzin." Maar volgens mij is dat gekanteld.' Je moet aanwezig zijn in de buurt, zegt hij. De voordeur open, praatjes maken, helpen waar nodig. 'Een soort buurmanfunctie. We proberen in het weefsel van de buurt te trekken.'
Daarbij helpt het dat het stadsdeel in de 'tussenfase' de teugels ietwat heeft laten vieren. 'Voor een kippenhok in de publieke ruimte zou je normaliter een langdurige procedure ingaan,' zegt Schoenmakers. 'Maar gelukkig heeft een aantal mensen ingezien dat je de Hollandse regelneverij een beetje moet loslaten.' Godfried Lambriex van het stadsdeel, lachend: 'Roel zei eens: "Dit en dat mag niet." Toen zei ik: "Weet je, ik heb liever dat je me dit niet vertelt en het gewoon doet."'
Foto: Joost van den Broek
De juiste mensen
Wie een tijdje rondloopt in de wijk, merkt dat de verbetering van een Kolenkitbuurt, naast het verstandig stapelen van stenen, vooral een kwestie van de juiste mensen is. Veel bewoners kennen Roel Schoenmakers inmiddels. Iederéén kent Saïd Bensellam, de Amsterdammer van het Jaar 2006, opgegroeid in de Kolenkitbuurt, die met zijn Jeugd Preventie Team (JPT) van voornamelijk Marokkaanse jongeren een flinke bijdrage heeft geleverd aan de veiligheid op straat. Hij is deze weken niet aanwezig, maar zijn teams opereren inmiddels zelfstandig. Vier avonden per week trekken ze er op hun mountainbikes op uit om hangjongeren aan te spreken op hun gedrag, ruzies te sussen, overlast aan te pakken en soms een aanhouding te doen. Dan roepen ze via hun walkietalkies de politie op. De straatteams zijn op te roepen voor zaken waar de wijkagenten geen tijd voor hebben, ze kennen de buurt op hun duimpje en spreken de taal van de straat. De tijd dat ze door jongeren voor verrader werden uitgemaakt, is volgens teamleider Anass Afadass voorbij. 'Iedereen is gewend aan ons,' zegt hij. Binnenkort zal de eerste JPT'er aan een carrière bij de politie beginnen - hij kwam net deze week door de keuring heen.
Sinds twee maanden kent ook iedereen Ruud van Buren, organisator van het buurtfeest De Kolenkit leeft. Van Buren was in 2009 nog maar net in zijn woning in het Scalagebouw getrokken, of hij moest via de televisie vernemen dat hij in de slechtste buurt van Nederland woonde. De Kolenkitbuurt stond op de eerste plaats van de lijst van Vogelaarwijken. 'Daar werden we niet blij van,' zegt hij. 'En onze buren ook niet. Collega's zeiden: waar ben jij nou gaan wonen joh? Bij zulke verhalen denk je toch in eerste instantie aan criminaliteit. Maar die is hier nou juist gigantisch laag. Er wordt af en toe wat ingebroken, maar tja, dat gebeurde ook in mijn vorige woning, in het keurige Amsterdam-Zuid.' Dat wordt beaamd door buurtregisseur Johan Schutte. Vergeleken met de Indische buurt, waar hij daarvoor werkte, is de Kolenkitbuurt volgens hem een eitje. 'Ik kom hier helemaal tot rust,' zegt Schutte lachend. 'Wat criminaliteit betreft is het niveautje Amstelveen.' Overvallen zijn er nauwelijks, want er zijn bijna geen bedrijven. Straatroof komt ook weinig voor, mede omdat vrijwel iedereen elkaar via via wel kent. Schuttes werk bestaat voornamelijk uit het ingrijpen bij 'sociale ellende', die weliswaar aanzienlijk is, maar doorgaans 'achter de voordeur' blijft. Overigens, zegt de buurtregisseur, wil dat natuurlijk niet zeggen dat 'zijn jongens' allemaal zulke lieverdjes zijn. 'Het kan heel goed zijn dat ze elders in de stad rottigheid uithalen.'
Het stigma van 'slechtste buurt' zat Ruud van Buren niet lekker. Hij en zijn partner waren er nou juist dik tevreden. 'Ik heb nog geen seconde spijt gehad van onze move, en dat komt vooral door dit heerlijke huis.' Hij leidt rond door zijn in de avondzon badende appartement. 93 m², ruim balkon met fraai uitzicht over het groen van Slotermeer. De metro om de hoek, in de vaart beneden paren karpers met veel geplons en gespetter. Dat alles voor nog geen twee ton. Voor relatief late starters als hij is er nergens in Amsterdam een betere deal te vinden, zegt Van Buren.
Daarbij kwam dat de status van Vogelaarwijk ook betekent dat er geld beschikbaar is voor van alles en nog wat. 'Het was voor mij een openbaring,' zegt hij, 'wat er hier allemaal gebeurt, wat de gemeente doet. Al die organisaties, kunstprojecten, buurtparticipatie. Er heerst een enorme bedrijvigheid.'
'Nu begint er eindelijk weer een beetje power te komen'
Via de vereniging van eigenaren van zijn gebouw drong Van Buren al snel door tot de haarvaten van de buurt. Hij diende een 'bewonersinitiatief' in voor, zoals het op de website staat, 'een feest ter ere van een bloeiende wijk, waarin culturen samenkomen en waar buren elkaar glimlachend gedag zeggen'. Dat klinkt misschien wat al te blij, en Van Buren schuift niet onder het tapijt dat hij geconfronteerd werd met 'flink wat - hoe zeg ik dat nou netjes? - lijdzaamheid. Ik ging ook heel erg uit van vrijwilligerswerk, maar als ik dan een clubje uit de buurt bij het feest wilde betrekken, kreeg ik toch wel vaak te horen: wat schuift het? En dan draaide telkens mijn maag om.'
Iedereen wilde zijn buurthuisje
Niettemin: volgens iedereen die je spreekt was het feest, waar naar schatting zo'n tweeduizend buurtbewoners hun gezicht lieten zien, een groot succes. 'Op die dag had ik echt het idee dat er een belangrijke stap voorwaarts werd gezet,' zegt Jolly Schuringa, een kordate Amsterdamse die zes jaar lang buurtregisseur was en de bijnaam 'moeder van het JPT' geniet. 'Een kroon op al het werk hier. Iedereen die de Kolenkitbuurt vertegenwoordigt was er - oud, jong, uit alle bevolkingsgroepen. En het belangrijkste was: het waren geen eilandjes, maar eindelijk iedereen samen.'
Dat was lange tijd wel anders, zegt Schuringa. De weg naar de beschikbare potjes werd wel gevonden, maar de meeste bewonersinitiatieven waren gericht op een specifieke groep - de buurtvaders, de Marokkaanse vrouwen, enzovoort. 'Iedereen wilde zijn buurthuisje en zijn dit en dat,' zegt Schuringa. 'Maar al die leuke festivalletjes en barbecues hebben niet zoveel zin als het op een apart clubje gericht is. Het gaat om binding.'
Het is een klacht die je in de Kolenkitbuurt wel vaker hoort. Trudy van den Berg, directrice van de Bos en Lommerschool, zegt dat ze last heeft gehad van wat ze de 'welzijnsmaffia' noemt. 'Er is veel geld gestort in deze buurt, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, maar ik vind dat het vaak niet goed is uitgegeven. De instanties bleven vaak hangen in: wij zullen die allochtoontjes wel eens even helpen. En er werd ook misbruik van gemaakt.'
Voorbeelden te over heeft ze: de buurtvaders die hun eigen kantoortje op slot deden, verordonneerden dat er geen vrouwen binnen mochten en er een 'veredeld moskeetje' van maakten. Een kostbaar voetbalproject, dat als gevolg had dat de kinderen zich niet bij een club aanmeldden - terwijl ook daarvoor subsidie beschikbaar is. De gratis reisjes naar Duinrell voor Marokkaanse vrouwen én hun kinderen. 'Daardoor zat ik hier met een moeder die ons schoolreisje niet wilde betalen,' zegt Van den Berg. 'Je moet die dingen niet gratis doen, vind ik. Vraag een bijdrage, hoe klein ook. Het jagen op subsidie is erg sterk verankerd in de buurt. Ik zeg: kraan dicht, en alleen maar de juiste dingen kiezen, geënt op integratie en betrokkenheid.'
In die denkwijze vindt Van den Berg steeds meer medestanders, zegt ze, ook op het Stadsdeel. De buurtvaders zijn hun kantoortje inmiddels kwijt. Van nieuwe initiatieven, zo vertelt Godfried Lambriex, wordt verlangd dat er een duidelijk programma is, met toetsbare resultaten. 'Als je dat te beperkend vindt, dan is het jammer,' zegt hij. 'Om het in trainersjargon te zeggen: we kunnen geen mensen gebruiken die zich groter wanen dan het team. En het is mijn taak om dat in de gaten te houden.' Wat in de praktijk nog best lastig is. 'Op een bewonersinitiatief moet je niet twee ambtenaren zetten, dan is het geen bewonersinitiatief meer. Wij toetsen ook op zottigheid, maar goed: er schiet er wel eens eentje doorheen.'
'Topsport'
Van den Berg bevestigt: 'Ik merk dat ik niet meer zo hoef te strijden als voorheen. De tijden dat ze, hup!, weer dertigduizend euro in een of ander onzinnig project stortten, die zijn wel voorbij.'
Haar school is, ondertussen, een van de grootste succesverhalen van de Kolenkitbuurt. Jarenlang gold de 'Bos en Lommer', die bijna helemaal 'zwart' is, als een zwakke school. Drie jaar geleden werd hij onderdeel van de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA), de nieuwe, onorthodoxe methode van onderwijswethouder Lodewijk Asscher. Van den Berg, type niet-lullen-maar-poetsen, trad op hetzelfde moment aan. Er kwam geld vrij, er werden nieuwe leerkrachten aangenomen en oude ontslagen, nieuwe lesmethodes ingevoerd, er kwam een nieuwe intern begeleider, er werd besloten niet langer klassikaal les te geven en geen kinderen meer door te sturen naar het speciaal onderwijs. Ze deden het voortaan allemaal zelf. Het was voor iedereen 'topsport', aldus de directrice. Maar zie: sinds twee jaar scoort de Bos en Lommerschool op de CITO-toets boven het landelijk gemiddelde. Er hebben zich inmiddels vijftig nieuwe leerlingen aangemeld, veelal kinderen van hoger opgeleide allochtonen, soms van buiten de buurt. De 'bakfietsen' trappen vooralsnog door naar Westerpark, maar ook daar wordt aan gewerkt.
Van den Berg verwacht die stijgende lijn vast te kunnen houden, ook nu het 'KBA-traject' is afgelopen. 'Als de resultaten eenmaal beter zijn, moet je het verder zelf doen. Dat vind ik terecht. In het verleden heb ik wel gezien dat extra middelen voor een opleving zorgden, maar dat het daarna - flop! - weer inzakte. Nu zit de investering verankerd in de leerkrachten en in de methode. We kunnen niet meer terug.'
En dat is niet het enige wat Trudy van den Berg tevreden stemt. Eind jaren tachtig begon ze haar carrière als lerares op deze school. Het was de tijd dat de buurt in rap tempo 'zwart' werd. 'De witte mensen trokken massaal naar Purmerend, en hier op straat voelde je de depressie. Nu begint er eindelijk weer een beetje power te komen.' Een aantal van haar oud-leerlingen heeft inmiddels zelf kinderen op haar school.' En die zeggen: ik ga het anders doen dan míjn ouders het deden. Ik neem echt geen tien kinderen. Het wordt allemaal wat vrolijker, hoe langzaam het soms ook gaat.'
Eigen verantwoordelijkheid, zegt Van den Berg, is het centrale begrip van haar aanpak. 'Help mij om te leren' is het motto dat ze haar leerlingen inprent. In het contact met de ouders is besloten om voortaan niet meer te tolken. Wel biedt ze hun taallessen aan. 'De gedachte was altijd: ah zielig, alles moet vertaald worden. Dat vind ik onzin. Dit is het land waar ze hun kind willen opvoeden. En als je dat gewoon zegt, is er niemand die vindt dat ik ongelijk heb.'
Foto: Joost van den Broek
Maar streng zijn in een buurt als deze heeft alleen effect als je ook meedenkt. Ze vindt het belangrijk dat iedereen meedoet met gym. 'Als er dan zo veel gedoe is over het douchen, zeg ik: was dan maar je handen en je gezicht. Je kunt het jezelf ook onnodig moeilijk maken.' De ouderbijdrage voor het schoolreisje stelde ze verplicht, en voerde tegelijkertijd een spaarsysteem in. 'Eén euro per week, dat moet je kunnen opbrengen voor je kind.' Ze gaf de kok van het schoolreisje een opdracht - 'alleen maar kip' - en voerde een hoop gesprekken met weifelende ouders. 'De laatste twee jaar ging iedereen mee. Drie dagen lang. Daar zijn we heel erg trots op.'
Eén aanspreekpunt
Eigen verantwoordelijkheid, eigen 'kracht' - het is het ook het mantra dat sinds een jaar rondzoemt in kringen van hulpverleners, die traditioneel in groten getale werkzaam zijn in de Kolenkitbuurt. Godfried Lambriex schrok zich een hoedje toen hij in 2010 aantrad. 'Er gingen bakken met geld uit naar tal van initiatieven, sommige gezinnen hadden wel met veertien verschillende instanties te maken, maar de cijfers toonden niet aan dat het ook hielp.' Mede genoodzaakt door de bezuinigingen die Amsterdam moet doorvoeren, zette hij tal van projecten stil. Het stadsdeel stelde Carolien de Jong aan als projectleider van een nieuw 'buurtteam'. Zij werkt volgens de beginselen van het eigen kracht-principe, wat inhoudt dat meervoudige probleemgezinnen niet langer te maken krijgen met allerlei verschillende hulpverleners, maar één centraal aanspreekpunt hebben. En, vooral: dat die gezinnen zelf betrokken worden bij het aandragen van oplossingen. Het is een goedkopere werkwijze, bijvoorbeeld omdat instanties die in het verleden met elkaar concurreerden nu moeten samenwerken. 'Maar dat is voor mij niet eens zo belangrijk,' zegt Carolien de Jong. 'Het is gewoon beter. Een gezin met problemen hoeft niet langer naar allerlei loketten - daar voor de schuld, daar voor de zoon met ADHD, daar voor de dochter met leerproblemen. Ze zien nu steeds dezelfde persoon. Die inventariseert wat er aan de hand is, zet uit wat werkt, en zegt ook eerlijk dat hij niet alles kan oplossen.' Niet zelden kan de oplossing beter in eigen kring gezocht worden, zegt De Jong. Ze vertelt over een jongen die een schuld van dertigduizend euro had opgebouwd. 'Als hij in de schuldsanering gaat, komt zo iemand nooit meer uit de ellende. Maar hij bleek een oom te hebben met een bedrijf, die bereid was de schuld af te betalen. In ruil daarvoor werkt de jongen de komende jaren voor hem.'
Godfried Lambriex omschrijft de nieuwe aanpak als een 'wasstraat'. Het project is begonnen in de Kolenkitbuurt, maar vanwege het succes verspreidt de werkwijze zich als een olievlek over andere buurten in Amsterdam. In de Kolenkitbuurt zijn in acht maanden tijd 380 gezinnen 'bereikt'. 75 daarvan zitten in een 'actief traject'. De Jong: 'We komen makkelijker binnen, want met één aanspreekpunt win je nou eenmaal veel makkelijker het vertrouwen.'
Dat is winst, misschien zelfs wel een stille revolutie. Maar het heeft ook een keerzijde: eenmaal achter die voordeur zie je de ware tragedie van een buurt als de Kolenkit. De Jong rekent voor: 380 gezinnen van meestal minimaal vier personen, op een wijk waar zo'n zevenduizend mensen wonen. 'Dat is behoorlijk veel.' Ze vertelt over de moeder die haar twee kleine kinderen nooit aankeek, over het gezin dat in de winter elke avond alle matrassen naar de huiskamer sleepte, omdat daar de enige kachel stond. En kon je daar nog iets betekenen, dan was er ook nog de oma die bestolen werd door haar kleinzoon, maar weigerde aangifte te doen, of de dealende vader wiens zoon ook dreigde af te glijden, en van wie je alleen maar kon hopen dat hij vaak genoeg in de gevangenis zat.
'Niet alles is maakbaar,' concludeert De Jong. 'In sommige gevallen kun je hooguit zorgen dat de situatie niet escaleert.'
Over Sander Donkers
Sander Donkers (1967) werkt sinds 1999 bij Vrij Nederland. Hij schrijft over een breed scala aan onderwerpen, met speciale aandacht voor globalisering en milieu. Zijn specialisme is popmuziek.