VN MediagidsZzp ok
Economie 12.02.2010

Afkortingen zijn ideale hokjes om mensen in te stoppen. We bestempelen individuen graag met letters. Honderdduizenden zijn dan ineens een groep: AOW'ers bijvoorbeeld, of zzp'ers. Het oordeelt lekker makkelijk, over zo'n groep.
Neem de zzp'er, de 'zelfstandige zonder personeel'. Deze tot voor kort snel groeiende groep mensen - het zijn er meer dan 600.000 - werkt niet in loondienst, maar 'onderneemt'. De afkorting zzp'er heeft geen wettelijke status. Fiscaal gelden wel enkele vuistregels. Zo moet een zzp'er minstens drie opdrachtgevers hebben, omdat anders van verkapt werknemerschap sprake zou kunnen zijn.
Zzp'er is in de bouw al decennia een begrip. In andere sectoren werd de afkorting eind vorige eeuw populair. Sindsdien groeide het aantal zzp'ers met tienduizenden per jaar. IT'ers, timmerlui en verpleegkundigen kozen en masse voor de vrijheid. Geen wonder, want het zzp-schap leek lucratief. De zzp'er krijgt een hoger uurtarief dan in loondienst en betaalt geen sociale premies, zoals pensioenpremie en de premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering, die voor werknemers een flink deel van hun beloning uitmaken. Fiscale voordelen zoals het aanschaffen van laptops en plasmaschermen op kosten van 'de zaak' maken het verschil met het werknemerschap nog groter. Veel zzp'ers liepen de afgelopen jaren lekker binnen.
Zzp'er werd al gauw een geuzennaam voor ondernemende types. Zo kon je ambtenaren horen zeggen dat ze 'de zzp'er van de afdeling' waren, omdat ze initiatiefrijker waren dan de rest. Zzp'ers waren het toonbeeld van de Hollandse ondernemersgeest, de dynamische outsiders die de suffe loonslavensamenleving opschudden. Zzp was helemaal ok.
Maar door de recessie werd de zzp'er ineens de klos. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zag in het derde kwartaal van 2009 het aantal zzp'ers voor het eerst dalen. Zuur voor de zzp'ers zonder werk: ze hebben geen recht op een werkloosheidsuitkering. Als de eigen reserves - indien voorradig - op zijn, rest de bijstand. Duizenden zoeken nu hun heil weer in loondienst. Mensen die nog voor zichzelf beginnen, zijn 'overlevers' die vanwege ontslag niet anders kunnen, meldt de Kamer van Koophandel. Het zijn 'marginalen die geen boterham verdienen', oordeelt econoom Michiel Vergeer van het CBS in Het Financieele Dagblad. Zzp is ineens helemaal niet meer ok.
- Niet langer zzp'er, maar 'autonoom'
Drie jaar geleden waren zzp'ers nog heldhaftige ondernemers, nu zijn het een stel losers. Maar dit beeld is fout. De ruim 600.000 zzp'ers zijn niet over één kam te scheren. Er zijn topwerkers bij, met een goed netwerk en unieke vaardigheden die werk zat hebben. En er zitten flexwerkers tussen, die nu rustig aan doen en dat prima vinden. De pijn zit hem vooral bij de notwerkers, die geen netwerk hebben en weinig unieke competenties. Denk aan de tienduizenden zzp'ers in de bouw, de schoonmaakbranche en de thuiszorg. Juist dit zijn veelal ook de 'schijnzelfstandigen', die de afgelopen jaren tegen wil en dank hun baan hebben verruild voor een zzp-contract.
Hoe schrijnend de situatie van de notwerkers ook is, het is onterecht alle zzp'ers hierom af te schrijven als minkukels en - erger nog - de zzp'er als mislukt experiment bij het grofvuil te zetten. Het leven als zelfstandige is voor honderdduizenden mensen de manier om zichzelf maatschappelijk te manifesteren en hun klanten te bedienen. Zzp'ers zijn flexibel, snel en goedkoop. Met hun doelgerichte netwerken vormen ze een interessant antwoord op de bureaucratische molens van de traditionele arbeidsorganisatie. Het is fout de zzp'er af te danken. De recessie beproeft het zzp-syteem. Maar juist zzp'ers zijn mans genoeg om oplossingen te bedenken voor wat niet deugt, bijvoorbeeld voor het gebrek aan verzekering bij arbeidsongeschiktheid, of het gapende pensioengat van de doorsnee zzp'er.
Wellicht zien ze in de ondergang van de term zzp'er een kans en maken ze van de gelegenheid gebruik om de afkorting te dumpen. Echt iets voor zelfstandigen om zich juist nu te tooien met een nieuwe naam: niet langer 'zzp'er', maar 'autonoom'. Een goede verdediging tegen de wispelturige publieke opinie: 600.000 autonomen, daar plakt straks niemand zomaar een oordeel op.
