VN MediagidsWaar blijft peutergate?

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie 02.06.2009

Door Kees Kraaijeveld

Heeft Nederland nou zo’n weerzin tegen crèches? Of vinden we het gewoon niet interessant hoe het baby’s en peuters vergaat op de kinderopvang? Je vraagt het je toch af als je ziet hoe weinig aandacht er afgelopen week was voor de wetenschappelijke vaststelling dat de kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang onvoldoende is.

Terwijl het explosief materiaal betreft. Iedereen die ook maar enige verantwoordelijkheid draagt voor de gang van zaken in de kinderopvang zou zich moeten schamen. De onderzoeksresultaten zijn goed voor een politieke Peutergate. De feiten:

- Het totale kwaliteitsniveau van de Nederlandse kinderopvang daalt al dertien jaar en is nu beland bij een score van 2,8 op een schaal van zeven. Dat is niet langer matig, maar ronduit onvoldoende.
- Nergens wordt opvang geboden waarvan de algemene pedagogische kwaliteit als goed gekwalificeerd kan worden.
- Van de begeleiders op kinderdagverblijven is 99 procent niet in staat de interactie tussen de kinderen in goede banen te leiden.
- De door de kinderopvang georganiseerde activiteiten (muziek, spel, of sport) is op 86 procent van de locaties onvoldoende en elders matig.
- De kwaliteit van de omgeving (speelgoed, meubels, aankleding) is in de helft van de gevallen onvoldoende, in de andere helft matig.
- In een vijfde van de peutergroepen wordt de wettelijke norm van het aantal kinderen per groep overschreden.
- In vergelijking met het buitenland (Canada, VS, Engeland) doet Nederland het extreem slecht.
En zo gaat het maar door. Het rapport van het Nederlands Consortium Kinderopvang Onderzoek (NCKO) – een samenwerkingsverband tussen de universiteiten van Amsterdam en Nijmegen – staat vol met dit soort onthutsende constateringen. En het gaat niet om broddelwerk. Professor Louis Tavecchio en zijn collega’s hebben gedegen onderzoek gedaan bij tweehonderd centra. Oordeelt u zelf: www.kinderopvangonderzoek.nl.

De vraag is nu: wat is de oorzaak van de almaar kelderende kwaliteit? Dat heeft Tavecchio (nog) niet onderzocht, maar duidelijk is dat de begeleiders in de kinderopvang tekortschieten in kennis, competenties en inzet. Anders gezegd: ze weten niet wat kinderen tussen nul en vier nodig hebben (afgezien van dat boterhammetje pindakaas) en hebben ook niet de energie om iets leuks en leerzaams te ondernemen met de kinderen.

Er zijn verzachtende omstandigheden. De kinderopvang is sinds de nieuwe Wet Kinderopvang (2005) hard gegroeid. Het aantal nul- tot vierjarigen steeg er met ruim dertig procent tot 300.000, blijkt uit de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. De groepen kinderen zijn groter, er is tekort aan pedagogisch medewerkers en er is veel gereorganiseerd.

Vrijwel alle leidinggevenden stellen dat ze de afgelopen jaren maatregelen hebben genomen om de kwaliteit te verbeteren. Het leeuwendeel van deze inspanningen betreft de kennis en vaardigheden van de medewerkers. Staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) heeft vorig jaar maar liefst 2,8 miljard euro uitgegeven aan kinderopvang (een budgetoverschrijding van 45 procent). En ze heeft bijgedragen aan de oprichting van het ‘Bureau Kwaliteit Kinderopvang’, dat zich ten doel stelt de kwaliteit van de pedagogisch medewerkers te verbeteren.

Maar het is te weinig en te laat. Het kabinetsdoel: ‘Kinderopvang is van goede kwaliteit’ gaat Dijksma op deze wijze niet realiseren. En dat is erg. De kinderopvang is een grotendeels publiek gefinancierde dienst van groot maatschappelijk belang, niet alleen omdat ouders dan kunnen werken, maar ook en vooral vanwege de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen.
Nu wetenschappelijk is aangetoond dat deze potentie – ondanks alle miljarden – niet wordt waargemaakt, is het tijd dat Dijksma daadwerkelijk iets doet met de verantwoordelijkheid die ze op haar schouders heeft genomen.