VN MediagidsReëel beschouwd staan de pensioenfondsen fors onderwater
Economie 11.04.2011
In het denken over het nieuwe pensioenstelsel zijn twee kampen te onderscheiden. Tot welk kamp behoort uzelf? Ziet u, zoals de mensen in kamp één, uw pensioen als een zekerheid waarvan u later gegarandeerd kunt leven? Of is, conform het denken van kamp twee, het pensioen voor u meer een appeltje voor de dorst dat, afhankelijk van beleggingsresultaten, renteontwikkelingen en inflatie, groter of kleiner kan uitvallen?
De kans is groot dat u tot het eerste kamp behoort. Het inkomen voor mensen die te oud zijn om te werken moet gegarandeerd zijn. Volgens kamp één moet pensioen 'waardevast' zijn.
Volgens kamp twee is deze visie louter zelfbedrog. Kamp twee telt minder, maar wel opvallend deskundige voorvechters. Het wordt bevolkt door pensioenspecialisten als Lans Bovenberg (Universiteit van Tilburg) en Paul de Beer (Universiteit van Amsterdam). En ook de pensioenonderhandelaars van de vakbonden, Peter Gortzak van de FNV en Jaap Jongejan van het CNV, behoren tot de mensen die de zorgwekkende situatie van de Nederlandse pensioenfondsen op een realistische manier onder ogen proberen te zien.
Volgens het nieuwe denken van kamp twee is pensioen ten principale onzeker. Wie weet hoe de wereld ervoor staat over tien, twintig of dertig jaar? Welke schommelingen maken de beurskoersen? Wat doet de rente? En wat is ons geld dan nog waard?
Zeker is alleen dat veel onzeker is. Daar moet je eerlijk over zijn, betoogde Bovenberg onlangs in de Volkskrant. Het huidige pensioenstelsel, dat de meeste mensen als een zekerheid beschouwen, kent ook niet echt garanties. Pensioenfondsen kunnen pensioenrechten 'afstempelen', wat betekent dat de uitkering daalt. Ook compenseren pensioenfondsen deelnemers niet per se voor de geldontwaarding.
De realisten uit kamp twee willen af van de gegarandeerde nominale pensioenrechten. Garanties maken het lastiger optimaal rendement te halen uit de 745 miljard euro pensioenkapitaal die de Nederlandse fondsen in kas hebben. Risico nemen is noodzakelijk om, juist nu, de pensioenen betaalbaar te houden.
- We lijden collectief aan 'geldillusie'
Welke denkrichting is de juiste? De Nederlandsche Bank (DNB) staat als toezichthouder op de pensioenfondsen boven beide kampen. Dus houdt DNB - idealistisch - vast aan het streven naar een 'waardevast pensioen'. Terwijl de toezichthouder - realistisch - ook pleit voor transparantie over de bestaande onzekerheden. DNB toont de waarheid over onze pensioenen, en die is niet fraai. Ja, de pensioenfondsen hebben meer geld in kas dan ooit. Maar door de lage rente, de oplopende inflatie, de gestegen levensverwachting en de vergrijzing zijn de fondsen minder dan vorig jaar in staat de benodigde pensioenuitkeringen straks ook te betalen.
De pijn blijkt uit de dekkingsgraad: de verhouding tussen het vermogen van de fondsen en de te betalen uitkeringen. Als de dekkingsgraad, zoals nu, gemiddeld honderdzeven is, betekent dit dat tegenover elke honderd euro te betalen pensioen, honderdzeven euro aan vermogen staat. Wat de mensen in kamp één zich niet realiseren is dat de dekkingsgraad, waarover afgelopen jaar zoveel te doen was, de nominale dekkingsgraad betreft. Het gaat hierbij om het te betalen pensioen, afgezien van de inflatie. Door te focussen op de nominale dekkingsgraad lijden we dus collectief aan 'geldillusie', oftewel de fantasie dat de honderd euro van nu over twintig jaar nog dezelfde honderd euro is. Onzin natuurlijk.
DNB wil - leve de transparantie! - dat pensioenfondsen voortaan aangeven hoe hoog hun reële dekkingsgraad is. Dus in hoeverre zij het geld hebben pensionado's te compenseren voor de inflatie. In haar jaarverslag heeft DNB de gemiddelde reële dekkingsgraad van de pensioenfondsen uitgerekend. Deze bedraagt, schrik niet: tachtig procent.
Als we kijken naar de reële pensioenverplichtingen, dan staan de Nederlandse pensioenfondsen fors onderwater. De realisten uit kamp twee hebben dan ook een punt dat onorthodoxe maatregelen noodzakelijk zijn. Zolang het ook door DNB onderschreven ideaal van kamp één - een transparant, begrijpelijk en waardevast pensioen - maar het einddoel blijft.
