VN MediagidsPerversiteit
Economie 06.12.2011
De rijken profiteren niet alleen het meest, maar betalen relatief ook minder dan de armsten
Wie kaatst kan de bal verwachten. Wie stelt dat het pervers is dat rijke hoogopgeleiden in Nederland door de bank genomen meer profiteren van de diensten van de overheid dan de armen en de laagopgeleiden, zoals ik hier afgelopen week deed, die kan verwachten dat rijke hoogopgeleiden gaan sputteren.
Wat is het geval? Het Sociaal Planbureau heeft er in de jongste versie van het onderzoeksrapport De Sociale Staat van Nederland opnieuw fijntjes op gewezen dat het profijt van de overheid niet eerlijk is verdeeld. Zo ontvangen laagopgeleiden jaarlijks voor pakweg 8200 euro aan publieke diensten. Denk hierbij aan thuiszorg, rechtshulp en welzijnsondersteuning. Het profijt voor mensen met een middelbare opleiding ligt met 6900 euro per jaar beduidend lager. Spekkoper zijn de hogeropgeleiden, die jaarlijks voor 8300 euro profiteren van zaken als bibliotheken, musea, hoger onderwijs en de fiscale bevoordeling van de eigen woning.
Waarom dit pervers is? Omdat schaarse overheidsmiddelen primair ingezet moeten worden voor mensen die zo zwak, ziek of dom zijn dat ze niet zonder kunnen. En dat het dan de wereld op zijn kop is als blijkt dat juist de rijke hoogopgeleiden het meest profiteren.
En wat is hierop de meest voorkomende reactie, per mail, telefoon en via Twitter? Dat het helemaal niet pervers is dat de rijken meer van de overheid profiteren. En waarom niet? Omdat zij veel meer belasting betalen: ‘Weet de heer Kraaijeveld dan niet dat de rijkste tien procent goed is voor meer dan de helft van de inkomstenbelasting?’
Nou, dat weet de heer Kraaijeveld wel. Maar de heer Kraaijeveld vindt het alleen niet zo’n sterk argument voor de stelling dat grootverdieners ook meer van de overheid mogen profiteren.
Hiervoor heb ik twee redenen. Ten eerste is het de normaalste zaak van de wereld dat de hogere inkomensgroepen via de inkomstenbelasting bovengemiddeld bijdragen aan de schatkist. Je verdient meer, dus je draagt procentueel meer af. Dat is de prijs die we, als het ons goed gaat, betalen voor de wens solidair te zijn met de mensen met wie we willen samenleven. De prijs voor de beschaving.
Waar komt dan toch het idee vandaan dat meer verdienen en meer belasting betalen ‘recht’ zou geven op een navenant grotere greep uit de schatkist? Meer belasting betalen is een plicht die hoort bij het feit dat je het goed hebt. Het is een zegen, die moreel gezien het recht om aanspraak te maken op overheidsdiensten juist kleiner maakt.
De tweede reden is dat de sterkste schouders van Nederland niet zulke zware lasten torsen als wordt gedacht. De drukverdeling van de belastingen is netjes verdeeld, zeker als we de premies voor sociale verzekeringen, zoals AOW, WW en ziektewet meerekenen.
Het idee dat de rijkste tien procent relatief het meest betaalt, klopt niet. Want als we kijken naar de totale collectieve lastendruk, dan is ons belastingstelsel helemaal niet zo progressief, zo blijkt uit een artikel van Rens Trimp van het CBS en professor Flip de Kam afgelopen week in economenblad ESB. Kijken we naar de gemiddelde belastingdruk op de laagste inkomens, dan is deze 42,1 procent van het bruto-inkomen. Want al betalen deze mensen relatief weinig inkomstenbelasting, de ziektekostenpremie (zeven procent van het inkomen) en de indirecte belastingen zoals BTW en accijnzen (tien procent van het inkomen) tikken zwaar mee.
Kijken we naar de andere kant van de inkomensverdeling – die bovenste tien procent die gezamenlijk ruim de helft van de inkomstenbelasting betalen – dan zien we dat daar de belastingdruk 41,2 procent van het bruto inkomen bedraagt. Lager dus dan bij de armsten. Dit komt doordat de rijke huishoudens relatief weinig geld kwijt zijn aan hun ziektekostenpremie (vier procent), de indirecte belastingen (zes procent) en de sociale verzekeringen (elf procent).
Er is maar één conclusie mogelijk: de best verdienende Nederlanders hebben geen reden om te sputteren over de belastingdruk. Ze profiteren het meest van de diensten van de overheid en betalen in verhouding minder dan de mensen die het minst verdienen. Hierom herhaal ik mijn vraag van vorige week: ‘hoe lang moet de perversiteit nog voortduren, meneer Rutte?’
