VN MediagidsOnvrij, maar blij

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie / arbeidsmarkt 27.12.2008

Door Kees Kraaijeveld

Deze column gaat over de drie miljoen onvrije vrouwen van Nederland. En over hun vrijmaking.
Ze zijn onvrij in economische zin.

Deze vrouwen – ze vormen het merendeel van de dames tussen 16 en 65 jaar – kunnen namelijk financieel niet op eigen benen staan. Ze zijn onvrij omdat ze niet ‘economisch onafhankelijk’ zijn. Dit betekent, volgens het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), dat ze minder verdienen dan een bijstandsuitkering: nog geen 640 euro per maand. Deze vrouwen zijn dus afhankelijk van een (aanvullende) uitkering of van het salaris van hun partner.

De drie miljoen vrouwen leven grotendeels van het geld van hun mannen. Nu vinden vrouwen dit doorgaans geen enkel probleem. Ze zijn onvrij, maar blij. Ze vinden het niet erg financieel afhankelijk te zijn van hun man. Ze werken liever minder en besteden meer tijd aan het huishouden, de kinderen en zichzelf. Betaalde arbeid is voor de meeste vrouwen bijzaak, zo blijkt uit de onlangs gepubliceerde studie Verdeelde Tijd van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).

Het idee dat vrouwen volwaardige burgers zijn, is dan ook relatief nieuw. In de politiek mag de vrouw nog geen eeuw meebeslissen. Juridisch is de getrouwde vrouw nog maar vijftig jaar ‘handelingsbekwaam’. Voor 1957 mocht ze eigenstandig nog geen auto kopen. De financiële handelingsbekwaamheid van de vrouw is nog nieuwer. In 1965 vond 85 procent van de bevolking het (zeer) bezwaarlijk als een gehuwde vrouw met schoolgaande kinderen buitenshuis werkte. De vrouw die zelf haar geld verdient, is een noviteit: we zijn bijna allemaal opgegroeid in een situatie waar een man het geld binnenbracht.

Geen wonder dus, die drie miljoen onvrije vrouwen. Onwenselijk is het wel. En daar zijn ten minste vier argumenten voor:
1) 
De economische afhankelijkheid van vrouwen houdt de machtsongelijkheid tussen man en vrouw in stand. Immers: wie betaalt, bepaalt.
2) Leven van het geld van je partner is riskant in een land waar een op de drie huwelijken strandt. Daardoor belanden vrouwen veel vaker dan mannen in de armoede. Nog altijd blijven jaarlijks duizenden vrouwen berooid achter wanneer zij scheiden van hun kostwinner.
3) Doordat vrouwen er van jongs af aan al rekening mee houden dat hun man straks alles betaalt, ontbreekt de prikkel serieus te werken aan een interessante carrière en de eigen inzetbaarheid. Vrouwen belanden hierdoor in het liever-thuis-cirkeltje. Ze kiezen een perspectiefloos baantje omdat ze straks toch kinderen krijgen en verzorgd gaan worden. En doordat ze geen interessante, goedbetaalde baan hebben, zitten ze al snel liever thuis.
4) Het feit dat vrouwen hier geen moeite hebben met hun economische afhankelijkheid, maakt Nederland tot wereldkampioen deeltijdwerk. Door al die kleine deeltijdbanen profiteert de economie niet van de beschikbare, en op termijn broodnodige, vrouwelijke arbeidskracht.

Economische afhankelijkheid is problematischer dan we denken. De situatie verbetert ook maar langzaam. Daarom bij deze drie uitgangspunten voor verandering:
1) 
Al sinds de klassieke oudheid is economische zelfstandigheid voorwaarde voor volwaardig burgerschap. Voor 90 procent van de mannen is het dan ook vanzelfsprekend de kost te moeten verdienen. Nu vrouwen politiek en juridisch mogen meedoen, is het vreemd weg te lopen voor de bijbehorende economische verantwoordelijkheid.
2) Het krijgen en opvoeden van kinderen is in deze tijd geen levensvervulling meer, maar hooguit een levensfase. Zeg dat die vijftien jaar duurt, dan resten er nog heel wat volwassen jaren die anderszins ingevuld moeten worden.
3) Verwachtingspatronen over geld verdienen en over het invullen van de levensloop ontstaan al op jonge leeftijd. Vrouwen worden nog altijd aangemoedigd om het vooral ‘lekker rustig aan’ te doen, zo blijkt uit het SCP-rapport. Dit liever-thuis-cirkeltje moet worden doorbroken.

Het is tijd dat vrouwen zich bevrijden van de ingebakken verwachtingspatronen. Opdat ze ook in economische zin volwaardige burgers worden.