VN MediagidsMooie magere jaren
Economie / Crisis / Publieke sector 21.07.2009
De financiële crisis overspoelt Nederland in golven. De eerste golf heeft de banken geraakt en de burgers en bedrijven die van die banken afhankelijk waren. De tweede golf raakt nu het bedrijfsleven, met alle bijbehorende ontslaggolfjes. De derde golf, een heuse tsunami, rolt donderend op de publieke sector af; het is een schuldengolf, vele tientallen miljarden euro’s groot.
Dat de schuldengolf eraan komt, is geen geheim. Het Centraal Plan Bureau (CPB) heeft hem onlangs netjes aangekondigd. De jongste ramingen van het CPB (de zogeheten Koninginne-MEV) liegen er niet om: dit jaar bedraagt het financieringstekort 4,1 procent van het nationaal inkomen, volgend jaar een ongekende 6,7 procent.
De percentages verhullen voor de meeste mensen helaas dat het hier gaat om tekorten van tientallen miljarden euro’s. Toch is het zo: elke procentpunt begrotingstekort, oftewel elk streepje in de bovenstaande grafiek, staat voor bijna 6 miljard euro. 4,1 procent begrotingstekort betekent dat de overheid dit jaar 24 miljard euro te kort komt (ter vergelijking: het onderwijs kost jaarlijks pakweg 30 miljard). Volgend jaar is het tekort al 6,7 procent, oftewel 39 miljard. Tel 2009 en 2010 bij elkaar op en voilà: daar is de schuldentsunami, 63 miljard euro groot.
Het effect van de schuldengolf op de overheidsfinanciën is zonneklaar. ‘Nog decennia bezuinigingen’, kopte het Financieele Dagblad onlangs. Om de snel oplopende schuldenlast het hoofd te kunnen bieden, moet de overheid fors de uitgaven inperken.
En dat nu is een probleem. Want al hebben politici sinds de jaren-Lubbers de mond vol van bezuinigingen, erg goed zijn ze er niet in. Balkenende, toch een zuinige Zeeuw, heeft ondanks zijn verhalen over de noodzaak van ‘het zuur’, steeds weer zo veel zoetigheid uitgedeeld dat hij in feite nooit bezuinigd heeft.
Sinds zijn eerste kabinet in 2002 heeft de premier zeven vette jaren lang de overheidsuitgaven laten meegroeien met de economie. Afgelopen jaar gaf de overheid zo nietsvermoedend een
recordbedrag uit van 270 miljard euro. Dit jaar houdt het kabinet, keurig conform de principes van het anticyclisch begrotingsbeleid, de uitgaven op peil als tegenwicht voor de recessie in de private sector. Dat is verstandig voor nu, maar nadat de schuldengolf volgend jaar over ons heen is gekomen, zal hard ingegrepen moeten worden.
Politiek wordt dat dus lastig. Ja, het kabinet heeft in het crisisakkoord al voorzichtige afspraken gemaakt over bezuinigingen. Maar er zal aan de uitgavenkant meer nodig zijn. Denk aan gevoelige en impopulaire maatregelen als het verhogen van de AOW-leeftijd, het inperken van de hypotheekaftrek, het uitkleden van het basispakket voor verzekerde ziekenzorg, het verder inperken van het aantal ambtenaren, of het korten van het onderwijs.
Nare vooruitzichten, met name voor de publieke sector zelf. Wonderlijk is, dat terwijl minister van Financiën Wouter Bos toch duidelijk waarschuwt voor de noodzakelijke bezuinigingen, de sector zelf het slechte nieuws niet lijkt te horen. Uit niets blijkt dat bij de luchtmacht, in de ziekenhuizen of op de universiteiten het naderende einde van de vette jaren al is doorgedrongen. Terwijl de schuldentsunami nadert, zitten de dienaren van de publieke sector zorgeloos te dutten op het strand.
Tijd om wakker te worden. Niet zozeer om te lobbyen voor lijfsbehoud, maar veeleer om de zorg, het onderwijs, de politie en al die andere belangrijke publieke diensten stormklaar te maken. De centrale vraag luidt: hoe zorg ik, als beleidsambtenaar, vmbo-docent of neuroloog, dat de kwaliteit van de publieke dienstverlening ook in 2020 – na tien jaar ingrijpend bezuinigen – nog op peil is?
Het worden magere jaren voor de publieke sector, dat staat vast. De mensen die er werken, staan nu voor de keuze: stilzitten en wachten op de onvermijdelijke scheerbeurt of anticiperen en nadenken hoe tijdens het afslanken de kwaliteit van het werk gegarandeerd of zelfs verbeterd kan worden. Het worden magere jaren, de kunst is er mooie magere jaren van te maken.
