VN MediagidsLoze gelofte
Economie 12.09.2009
Links lullen en rechts vullen kan binnenkort alleen nog bij GroenLinks en D66. Grootverdieners met een voorliefde voor linkse praat zijn bij de PvdA niet meer welkom. PvdA-voorzitter Lilianne Ploumen werkt aan een erecode voor PvdA-bestuurders in de publieke sector. Het idee is dat sociaal-democraten als ziekenhuisdirecteur, woningcorporatiebestuurder of baas van De Nederlandsche Bank, niet meer mogen verdienen dan de Balkenendenorm (181.000 euro bruto per jaar). Verdienen ze meer, dan krijgen ze nooit meer een belangrijke politieke functie, althans niet namens de PvdA.
Het is een leuk idee. Ten eerste omdat het plan voortkomt uit morele verontwaardiging, iets dat de PvdA, sinds het afschudden van de ideologische veren, niet veel meer heeft laten gebeuren. Fijn dat de partij weer meer wil dan technocratisch op de winkel passen en dat Ploumen, evenals partijleider Bos, een poging doet een ideologische invulling te geven aan inkomenspolitiek.
Ook gaat het erecodeplan uit van een helder ethisch uitgangspunt, door de Engelsen kernachtig verwoord als: practice what you preach. Boosheid over bankiersbonussen past de PvdA-elite alleen als zij zelf het goede voorbeeld geeft met financiële zelfbeperking.
Ten derde is het aardig te zien dat Ploumen in tijden van verwarring teruggrijpt op haar katholieke wortels. De erecode van Ploumen is net een kloostergelofte; met de gelofte van armoede ('Ik zal niet meer verdienen dan 181.000 euro per jaar') voorop. De ethiek is terug in de inkomenspolitiek.
Dat Ploumen weerstand oproept in eigen geledingen is logisch. De PvdA-achterban mag dan minder rijk en elitair zijn dan de links-liberale aanhang van D66 en GroenLinks, toch verdient de PvdA-stemmer meer dan gemiddeld en is hij hoger opgeleid. Binnen de partij zelf toucheren velen meer dan Balkenende, ook in publieke functies. Door de erecode kunnen vooraanstaande PvdA'ers als Ad Melkert, Hans Simons, Jo Ritsen, Louise Gunning of Eveline Herfkens fluiten naar een toekomstig politiek ambt.
De erecode laat zich lastig uitleggen, net als de andere nivellerende maatregelen waar de PvdA aan werkt (denk aan de aanpak van bonussen of het voorstel om voor salarissen boven de Balkenendenorm het toptarief van zestig procent weer in te voeren). De nieuwe inkomenspolitiek roept ook talloze vragen op. Waarom geldt het alleen voor bazen in de publieke sector, en niet voor bestuurders van bedrijven? Waarom is de - door de SP gelanceerde - Balkenendenorm ineens de grens? Waarom gaat het alleen over inkomen en bonussen en niet over vermogen? Komen stinkend rijke PvdA'ers straks nog wel in aanmerking voor een burgemeestersplek of een zetel in het kabinet? Hoe valt het verlagen van de successierechten (de overdrachtsbelasting bij een erfenis) te rijmen met de nieuwe nivelleringsdrang?
Partijvoorzitter Ploumen en partijleider Bos hebben hierop domweg geen antwoord. Het probleem is dat ze vooralsnog opereren in een ideologisch vacuüm. De nieuwe ideetjes vormen geen onderdeel van een consistente visie op het verdelingsvraagstuk. In het inmiddels vier jaar oude beginselmanifest refereert de partij in de - uiterst summiere - paragraaf over inkomensverschillen impliciet aan het gedachtegoed van PvdA-economen Jan Tinbergen (1903-1994) en Jan Pen (onlangs doodverklaard, maar nog springlevend), beiden fervent voorstander van de gelijkere verdeling van zowel inkomen als vermogen.
Tinbergen heeft in de jaren zeventig van de vorige eeuw dappere pogingen gedaan om, op basis van zowel economische als sociale en ethische argumenten, te komen tot een afwegingskader voor het rechtvaardigen van verschillen in inkomen en vermogen. Voor Tinbergen waren compensatie voor lange opleiding, inspanning en ongemak redenen voor een hoger loon. Aangeboren talenten zoals leiderschap, of 'psychische' loonbestanddelen als roem en geluk, waren dat niet. Zo rekende Tinbergen voor dat het maximuminkomen niet hoger mag zijn dan vijfmaal het minimum, hetgeen nu zou uitkomen op bruto negentigduizend euro, oftewel de helft van de huidige Balkenendenorm.
Interessanter dan de bedragen is de breedte van het denkraam van waaruit Tinbergen, maar ook Pen en een ethicus als Roscam Abbing, een voorzet hebben gegeven voor een theoretisch kader van waaruit over inkomenspolitiek en herverdeling kan worden nagedacht. Zonder zo'n visie blijft elk plannetje voortkomend uit verontwaardigde nivelleringsdrang hangen in het ideologisch vacuüm en wordt daardoor onmogelijk te verdedigen.
De kloostergelofte van de novice die toetreedt tot een orde zou leeg en onbegrijpelijk zijn als deze niet was ingebed in de brede betekenisgevende levensbeschouwing van de kerk. De PvdA'er die door de erecode afziet van het grote graaien, wil net zo goed weten waartoe. Als Lilianne Ploumen wil dat haar erecode meer wordt dan een loze gelofte, dan moet in de linkse kerk nog veel funderend denkwerk worden verricht.
