VN MediagidsIt's the oil, stupid
De wereldeconomie is soms net een mens: ze raakt makkelijk verslaafd; vindt afkicken moeilijk; en haar verslavingen zijn doorgaans subtiel met elkaar verweven.
De kredietcrisis heeft bloot gelegd hoe afhankelijk de wereldeconomie is van goedkoop geld. We lijden collectief aan een lage rente-addictie. Goedkoop geld is voor de economie een voorwaarde geworden om te floreren. Nu de geldtoevoer door de kredietcrisis is gestokt, belandt het ene na het andere land in een recessie.
De verslavingsmetafoor is inmiddels zo in zwang geraakt dat econoom Han de Jong de renteverlaging van de Amerikaanse centrale bank onlangs in de Volkskrant betitelde als een methadonkuur: nog even wat renteverlaging om de pijn van het afkicken te verzachten. Geldverslaving is nog hanteerbaar. Geld maken we immers zelf. Zo konden de landen van de G20 afgelopen weekeinde afspraken maken over het hervormen van het toezicht op het financiële stelsel, kunnen centrale banken de rente verlagen en kunnen overheden met geldinjecties hun nationale economieën stimuleren.
Helaas zijn we niet alleen verslaafd aan geld. De wereldeconomie is voor haar welbevinden al evenzeer afhankelijk van goedkope olie. We zijn oil addicts. George W. Bush zal vast niet herinnerd worden als een succesvol president. Maar als er iets is dat hij goed heeft gedaan dan is het wel dat hij, als Texaan en voormalig oliehandelaar, volmondig heeft toegegeven dat Amerika verslaafd is aan olie. ‘Here we have a serious problem,’ zei hij twee jaar geleden. Hoe ‘serious’ de olieverslaving is, blijkt eens te meer uit de World Energy Outlook, die het Internationaal Energie Agentschap (IEA) vorige week publiceerde.
Het IEA voorspelt voor 2015 dat: 1) de olieproductie van bestaande olievelden met een kwart zal zijn gedaald; 2) de vraag naar olie groeit van 86 miljoen naar 106 miljoen vaten per dag; en 3) bij ongewijzigd beleid de wereld in 2015 per dag 7 miljoen vaten olie tekort zal komen. Olietekort. Slecht nieuws voor een verslaafde. De ‘oil supply crunch’, zoals het IEA het noemt, betekent dat de huidige daling van de olieprijs snel voorbij zal zijn. De olieprijs daalt nu, vorige week tot 56 dollar per vat, vanwege de naderende recessie. Maar als de IEA het goed heeft en de vraag naar olie in China, India, het Midden-Oosten en Brazilië inderdaad zo hard zal stijgen als verwacht, dan zullen recordprijzen zoals afgelopen juli (147 dollar per vat) over twee jaar weer de normaalste zaak zijn.
De huidige daling van de olieprijs is dus reeds de methadonkuur. We mogen nu het economisch slechter gaat nog even profiteren van relatief goedkope olie. Na 2010 wordt het cold turkey afkicken.
En dat zal pijn doen. Dure olie remt de groei van de mondiale economie. Een paar voorbeelden: olie levert grondstoffen voor de industrie. Dure olie betekent dus dure producten. Dure olie is verder nadelig voor het internationale goederentransport en dus voor de internationale handel. En dure olie is zeker pijnlijk voor de luchtvaart en voor het direct daaraan gerelateerde toerisme.
Combineren we de kredietcrisis (het afkicken van goedkoop geld) met het toekomstscenario van het IEA (de ontwenningskuur van de goedkope olie), dan is het niet zo verwonderlijk dat de aandelenkoersen wereldwijd onder water staan. Het is achteraf wat makkelijk praten, maar kenners van de oliemarkt hadden dit scenario al voorspeld. Colin Campbell schetste tien jaar terug in de Scientific American het naderende olietekort. Drie jaar geleden wees deze Canadese geoloog erop hoezeer de vanzelfsprekende aanwezigheid van goedkope olie een onzichtbaar fundament heeft gelegd voor het vertrouwen in de economische groei. Het filmpje uit 2005 waarin Campbell erop wijst dat het geloof in goedkope olie bankiers ertoe heeft gezet te makkelijk met hun geld om te gaan, doet het de laatste tijd goed op YouTube. (Zie: Colin Campbell predicts credit crunch due to peak oil 2005) Vanuit het gezichtspunt van het naderende olietekort is er weinig reden optimistisch te zijn over de toekomstige winstgevendheid van het bedrijfsleven. ‘Gebrek aan vertrouwen’, als verklaring voor de neergang op de beurzen klinkt met het IEA-rapport in de hand ineens als psychologisch geneuzel: it’s the oil supply crunch, stupid.
