VN MediagidsEr is werk aan de winkel voor de prille provinciale politici
Economie 03.03.2011

De kiezer heeft gesproken. Voor de prille provinciale politici is er nu werk aan de winkel. Het is zaak werkbare coalities te smeden en de - vage - verkiezingsprogramma's om te zetten in concrete actie. Economisch staan twee actiepunten al vast. Het eerste ligt voor de hand. Dat is, conform het regeringsbeleid, snoeien. Het tweede actiepunt spreekt niet overal vanzelf: het in goede banen leiden van de grote volksverhuizing van het platteland naar de stad, die de komende jaren echt op gang gaat komen. In Limburg, Zeeland en Groningen is het al gaande. Jonge mensen trekken naar de steden op zoek naar onderwijs, werk en vertier. Oude mensen blijven achter.
De bevolkingskrimp op het platteland staat inmiddels hoog op de politieke agenda, minister Donner komt dit voorjaar met de jongste editie van zijn nationale actieplan. Het leuke van de provinciale verkiezingen was dat de doorgaans nogal stadsgerichte media de afgelopen week ook oog hadden voor de regionale aanpak van de krimp. De teneur van de krimpverhalen is nogal deprimerend. Zo schetst Marcia Luyten in NRC Handelsblad een fraai maar naargeestig beeld van haar Limburgse geboortegrond: het is een verhaal van verpaupering en vergrijzing, van jonge mensen die vluchten en van het benepen conservatisme van de PVV-stemmende achterblijvers. Volkskrantredacteur Alex Burghoorn tekent mooi op hoe in de dorpen ten oosten van Doetinchem de bibliotheken, muziekscholen en VVV-kantoren verdwijnen.
Het begeleiden van de bevolkingskrimp in de periferie en - vice versa - het in goede banen leiden van de bevolkingsgroei in de steden, is geen sinecure. Juist de provincies kunnen bij deze opgave een belangrijke rol spelen. Want of het nu gaat om het beheer van de woningvoorraad (slopen op het platteland, bouwen in de stad), of het op peil houden van voorzieningen als onderwijs en zorg, steeds zal regionale afstemming nodig zijn die de invloedssfeer van de afzonderlijke gemeenten overstijgt.
- Niet elke dorpskern op het platteland zal straks nog een eigen schooltje hebben
In de krimpregio's moeten publieke instellingen als scholen, zwembaden en woningcorporaties bovengemeentelijk hun aanbod afstemmen. Hetzelfde geldt voor zorginstellingen die, om de kwaliteit te waarborgen, bepaalde specialistische ingrepen handig over de regio moeten verdelen. In Zeeuws-Vlaanderen, Parkstad Limburg en de Eemsdelta is deze regionale samenwerking al gaande. In de Achterhoek, het Groene Hart, Drenthe, Noordoost-Friesland en de Hoekse Waard moet de bevolkingsdaling nog beginnen. Voor deze zogeheten 'anticipeerregio's' is er nog het nodige werk te doen.
Nu willen bestuurders van krimpregio's over het algemeen maar één ding: de leegloop stoppen. Maar bij het denken over de grote volksverhuizing is het de kunst juist niet in een reactionaire kramp te schieten. Verstedelijking en bevolkingskrimp in de periferie zijn trends die worden voortgestuwd door sterke economische, sociale en culturele motieven. Deze realiteit onder ogen zien, betekent: niet krampachtig vasthouden aan de huidige situatie, maar meebewegen. Niet elke dorpskern op het platteland zal straks nog een eigen schooltje hebben, slechts een enkel regionaal ziekenhuis zal nog bevallingen doen.
De andere kant van deze medaille is dat de steden hun woningvoorraad moeten uitbreiden. Mensen willen onderwijs, werk en goede voorzieningen en betalen zich daarom scheel voor een woning in de stad. Meebewegen betekent: bouwen waar de mensen willen wonen, of, zoals directeur Coen Teulings van het Centraal Planbureau het laatst zei, bouwen waar de grondprijzen het hoogst zijn.
Meebewegen betekent voor de prille provinciale politici: werken aan de herindeling van Nederland. Voor de groeiregio's geldt: concentratie van economische activiteit, woningen en voorzieningen. Voor de krimpregio's betekent de herindeling echt niet alleen maar droefenis. Hier ontstaat ruimte voor natuur, voor landbouw en voor ontspanning.
De herindeling vergt nog het nodige denkwerk, maar als de provinciale politici hun best doen, dan is er over pakweg vijftien jaar geen reden meer voor deprimerende verhalen.
