VN MediagidsDe politiek wordt een normale sector
Economie 18.03.2010

De beste manier om de problemen van mensen met zware beroepen op te lossen, is zorgen dat zwaar werk niet bestaat, zei Wouter Bos september vorig jaar. Hij wil werkgevers verplichten het werk zo te organiseren dat werknemers niet 'kapot' gaan. Dertig jaar straten maken, bus chauffeuren of beton vlechten; dat houdt niemand vol.
Nu, een half jaar later, voegt Bos de daad bij het woord. Hij wacht niet op zijn werkgever, maar neemt zelf het heft in handen. Bos stapt uit de politiek - volgens premier Balkenende immers ook een zwaar beroep. Na twaalf jaar, waarvan de laatste drie ontegenzeggelijk zwaar, kiest Bos voor de 'duurzame inzetbaarheid' van zichzelf, en voor meer balans tussen werk en privé. Collega-minister Camiel Eurlings van het CDA deed een dag eerder hetzelfde.
De reacties zijn tweeslachtig. Uiteraard is er 'respect' voor de keuzen van Bos en Eurlings. Maar de commentaren druipen ook van afkeuring. Onder de kop 'Politicus wil ook door de week het vlees snijden' vraagt Het Financieele Dagblad zich af waar 'de ouderwetse politieke roeping' is gebleven. In de Volkskrant schrijft Jan Tromp over de goede oude tijd, waarin de diehards op zaterdag politiek bedreven terwijl 'de vrouw boodschappen deed' en waarin kerels als Joop en Dries onderhandelden tot diep in de nacht. 'De politieke cultuur is verzakelijkt,' verzucht Tromp vol weemoed. Oftewel: Bos en Eurlings zijn een stel watjes.
De publieke meningsvorming is doordrenkt met beelden uit ons patriarchale verleden: de staatsman, de kostwinner, de politicus die zijn leven in dienst stelt van de goede zaak. Maar dit zijn andere tijden. En al hebben de romantici er moeite mee: de politiek wordt langzamerhand een normale sector.
Dat is maar goed ook. Buiten het Haagse bestaat 'een baan voor het leven' al nauwelijks meer. De duur van een dienstverband is de laatste decennia steeds korter geworden. Nederlanders zijn gemiddeld zo'n negen jaar in dienst bij hun werkgever. De helft van de werkenden heeft zijn baan zelfs nog geen vijf jaar. De houdbaarheid van toppers is nog korter dan gemiddeld. Pakweg zeven jaar is de vuistregel die managementgoeroes hanteren voor topmensen in het bedrijfsleven. Zo bezien doen de afzwaaiende Eurlings en Bos niets ongebruikelijks.
- Hoogopgeleide stellen kiezen tegenwoordig voor stuivertje wisselen
De normalisering van de politieke sector betekent ook een betere balans tussen werk en privé. In de politiek werken vooral hoogopgeleiden. Juist in deze groep kiezen de mannen steeds vaker voor een baan van vier dagen, met oog op het gezin. Ook vanuit dit perspectief is de stap van Bos en Eurlings dus doodgewoon.
Er zijn banen die niet in deeltijd kunnen. Minister van Financiën zou daar best een van kunnen zijn, al beweerde Gerrit Zalm voor de crisis nog anders. Topfuncties vergen vaak honderd procent inzet en beschikbaarheid. Om die te combineren met een gezin kiezen hoogopgeleide stellen tegenwoordig voor stuivertje wisselen. Mamma werkt dan bijvoorbeeld eerst een paar jaar aan haar carrière, en vervolgens is pappa aan de beurt om zijn professionele ambities even te botvieren. Zo zijn topfuncties - die altijd tijdelijk zijn - te combineren met een gezin. Zie wat Bos de afgelopen jaren heeft gedaan.
De normalisering van het politieke bedrijf is goed voor de politici. Zij hoeven zich niet blijvend op hun vak te storten en kunnen een kleurrijker leven leiden, waarin naast de politiek ook andere zaken betekenisgevend zijn. Het is ook goed voor de samenleving. Idealiter is een democratie een samenleving waarin de macht van hand tot hand gaat als een estafettestokje. De maatschappij is dan minder afhankelijk van schijnbaar onmisbare leiders.
Een hogere omloopsnelheid van personen biedt ook meer gelegenheid voor de uitwisseling van talentvolle mensen tussen bedrijfsleven en politiek - een manier om de Haagse kaasstolp open te breken. Tijdig het stokje doorgeven voorkomt bovendien dat politici worden gecorrumpeerd door de macht. En de politiek wordt aantrekkelijker voor buitenstaanders, die zich een tijdje voluit willen inzetten voor de publieke zaak.
Zwaar werk blijft het, maar politiek als zwaar beroep behoort tot het verleden. Mede met dank aan Eurlings en Bos.
