VN MediagidsDe handen-beddenratio
Ziekenhuizen kampen met steeds minder handen aan het bed, is het beeld. Maar in feite verzorgde vroeger één paar handen twee bedden en doen nu twee paar handen er maar één.
Beeldvorming heeft doorgaans weinig met de feiten van doen. En wanneer een bepaald beeld zich tussen de oren heeft genesteld, laat het zich niet licht door de feiten verjagen. Neem de ziekenhuiszorg. Daar is het befaamde 'te weinig handen aan het bed' toch beeldbepalend. Wat we voor ons zien zijn rijen bedden met hulpbehoevende patiënten, en een overspannen verpleegkundige die in grote haast zijn ronde doet. We weten ook: het wordt steeds erger. Waarom anders zou de roep om 'meer handen aan het bed' steeds opnieuw opduiken in verkiezingsprogramma's, convenanten en petities?
Maar het tegendeel is waar. Ziekenhuizen bedienen steeds minder bedden met meer en meer handen, zo blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vorige week publiceerde. De handen-beddenratio, de verhouding tussen het aantal ziekenhuisbedden en de hoeveelheid handjes van het verzorgend personeel, is de afgelopen dertig jaar omgeslagen. Waar dertig jaar geleden één paar handen bijna twee bedden moest verzorgen, zijn er nu ruim twee paar handen beschikbaar voor één enkel bed.
Feiten die niet passen in het heersende beeld behoeven uitleg. Het aantal bedden in de Nederlandse ziekenhuizen mag met dertig procent zijn gedaald tot circa vijftigduizend, het zou natuurlijk kunnen dat de bezettingsgraad van die bedden sterk is toegenomen, en dat de ziekenhuizen het daar zo druk mee hebben. Maar nee, het aantal ligdagen nam nog sterker af dan het aantal bedden (met ruim veertig procent). Kijken we dus naar de ligdagen, dan is het aantal handen aan het bed nog harder gestegen. Klopt die vermeende stijging van het personeel dan wel? Telt het CBS niet stiekem al die managers mee, die de ziekenhuizen - volgens de beeldvorming - tegenwoordig bevolken?
Ook niet. Onder de term 'patiëntgebonden functies' vallen alleen verpleegkundigen, medisch specialisten in loondienst, leerlingen en laboranten. Verder blijkt uit de cijfers dat de mensen die behoren tot de beruchte 'overhead' minder in aantal zijn toegenomen dan de handen aan het bed. Anders dan de beeldvorming doet geloven is de handen-beddenratio dus niet de veroorzaker van de - gepercipieerde - hoge werkdruk in de ziekenhuizen.
De werkelijke redenen zitten wat dieper in de cijfers verscholen. De vraag die we ons moeten stellen is: hoe kan het dat ziekenhuizen het de afgelopen dertig jaar met minder bedden en minder ligdagen zijn gaan doen? Dit komt ten eerste doordat ze hun patiënten eerder naar huis sturen. Kwam je in 1973 uit op achttien ligdagen per opname, in 2005 waren dat er nog maar zeven. Hoewel het aantal opnamen in verhouding tot de personeelsgroei relatief langzaam is gestegen (met 26 procent tot 1,7 miljoen per jaar) moet het personeel die grotere stroom patiënten wel sneller doorsluizen. En steeds een nieuwe patiënt in bed, levert extra werk op.
De tweede reden heeft met bedden weinig meer van doen. Het gaat om het groeiend aantal dag- en poliklinische behandelingen. Begin jaren zeventig kwamen dagbehandelingen nog niet of nauwelijks voor. Nu zijn dat er een miljoen per jaar. Het aantal polikliniekbezoeken ligt zelfs al op tien miljoen per jaar. Ziekenhuiszorg bestaat, als we kijken naar de bulk van de productie, uit kortdurende en snel wisselende contacten tussen de zorgverleners en de patiënt.
Hierbij past eerder het beeld van een soepel geoliede productielijn dan het oude, romantische beeld van een ziekenzaal vol bedden. Werkdruk ontstaat in dit beeld niet door te weinig handen aan het bed, maar door de vluchtige zorgverlening. Uit de CBS-cijfers valt het niet op te maken, maar het zou kunnen dat in deze nieuwe vormen van ziekenhuiszorg de werkdruk effectiever omlaag kan worden gebracht door een slimmere inrichting van de productielijn.
Als dit zo is, dan kunnen al die verkiezingsprogramma's, convenanten en petities voortaan beter hameren op slimmere handen op de poli, dan op het aloude 'meer handen aan het bed'.
