VN MediagidsDe grote groene geldpot

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie / energie 11.04.2009

Door Kees Kraaijeveld

De stormloop op de grote groene geldpot is weer begonnen. Het loket is open sinds maandag.
Als u dit leest, zijn reeds duizenden aanvragen ingediend. Er is haast bij, want ook dit jaar geldt: wie het eerst komt, die het eerst maalt.

Het gaat over groot geld: 5,3 miljard euro in 2009. Doel van de pot is de productie van duurzame energie te stimuleren. Voor boeren en bedrijven gaat het om biogasinstallaties, windmolens, en – nieuw dit jaar – watermolens. Voor burgers draait het vooral om zonnepanelen.

Stel, u wilt thuis zonne-energie opwekken. Om te voorzien in de stroombehoefte van een huishouden (gemiddeld 3400 kilowattuur per jaar) moet u dan een deel van uw woning bedekken met zonnepanelen (35 vierkante meter). Dit kost volgens SenterNovem, de beheerder van de grote groene geldpot, 20.000 euro. Bij de huidige stroomprijzen van grofweg een eurokwartje per kilowattuur kost het u dan ruim twintig jaar om de investering terug te verdienen. Dat is economisch weinig aantrekkelijk.

Omdat het kabinet wil dat Nederland toch duurzame energie opwekt, is de grote groene geldpot bedacht, officieel Stimulering Duur­zame Energieproductie (SDE) geheten. Op het eerste gezicht is het een sympathieke regeling. Het lijkt ook fijn dat het kabinet in het crisisakkoord heeft afgesproken de SDE ‘ruimer en robuuster’ te financieren. Om hoeveel miljard extra het gaat, is helaas niet afgesproken. Wel weet het kabinet al wie ervoor moet betalen: dat zijn de energiegebruikers zelf, via een opslag op de stroomprijs. Bijna iedereen gaat direct bijdragen aan de grote groene geldpot. Alle reden dus om die SDE nog eens goed tegen het licht te houden.

Twee dingen vallen op: 1) de bureaucratische complexiteit van de regeling; en 2) de onbegrijpelijke verdeling van het geld over de diverse groene stroombronnen.
Eerst de complexiteit. Maria van der Hoeven, minister van Eco­no­mi­sche Zaken en initiator van de SDE, subsidieert niet de groenestroominstallatie van burger, boer of bedrijf. Ze betaalt alleen voor de duurzame elektriciteit die de nieuwe energieproducenten met hun installaties opwekken. Als u bijvoorbeeld SDE-subsidie zou aanvragen voor die zonnecellen op uw dak, dan vangt u voortaan 25 eurocent subsidie per kilowattuur groene stroom.

Voor een gemiddeld huishouden komt dat neer op 850 euro per jaar. Zo wordt het ineens wel economisch interessant om groene energieproducent te zijn. Leuk bedacht. De keerzijde van dit vernuftige systeem is de uitvoering; gedurende de looptijd van de subsidie (vijftien jaar) moet Eco­no­mi­sche Za­ken weten hoeveel groene stroom u produceert, toezichthouder Cer­tiQ moet een ‘Ga­ran­tie van Oor­sprong’ afgeven, Sen­ter­Novem moet maandelijks een voorschot uitkeren en jaarlijks nacalculeren hoeveel SDE-geld u toekomt. De ervaring van de SDE-ronde van vorig jaar leert dat het subsidiecircus weinig soepel draait. Al­leen doorzetters profiteren van het grote groene geld.

Dat Van der Hoe­ven een ingewikkelde regeling bedenkt voor grote windmolenparken in zee – die honderden miljoenen kosten – is misschien te verdedigen. Voor het subsidiëren van zonnecellen van particulieren is de SDE te omslachtig, en ongetwijfeld ook veel te duur. Wat de uitvoeringskosten van de grote groene geldpot zijn, daar doet de minister in haar rapportage over de SDE-ronde van vorig jaar in elk geval het zwijgen toe.

Een ander onbegrijpelijk aspect van de SDE is de verdeling van de miljoenen over de diverse groenestroombronnen. Van de beschikbare 5,3 miljard is bijvoorbeeld 2,6 miljard bestemd voor wind op zee, 88 miljoen voor zonnecellen en 72 miljoen voor waterkracht. De kostprijs van de opgewekte groene stroom is hierbij van ondergeschikt belang, blijkt uit bovenstaande grafiek. Zo is een kilowattuur waterkrachtstroom vijfmaal goedkoper dan zonne-energie, terwijl er minder subsidie voor beschikbaar is. Hoe Van der Hoe­ven deze afweging maakt, blijft gissen.

Voordat het kabinet heel Neder­land dwingt tot een directe bijdrage aan de grote groene geldpot, mag Maria van der Hoe­ven de regeling eerst verder vereenvoudigen, de uitvoeringskosten transparant maken en expliciteren op basis van welke concrete beslispunten ze de miljoenen over de groene stroombronnen verdeelt. De deelnemers aan de SDE-ronde 2009 wens ik intussen veel sterkte toe.