VN MediagidsDe geluksmachine

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie 06.08.2008

Door Kees Kraaijeveld

Geld mag dan volgens velen niet gelukkig maken, koopkracht doet dat wel. En de bijbehorende koopkrachtplaatjes zijn in potentie belangrijke instrumenten voor het scheppen van maatschappelijk geluk.

Onze minister van Financiën heeft dit begrepen. Wouter Bos kon vorige week alvast beloven dat er komend jaar niemand in koopkracht op achteruit zal gaan. Bos maakte zichzelf daarmee gelukkig (‘Hier staat een heel tevreden minister’), maar legde met zijn toezegging ook een goede basis voor het nationale geluk. ‘We gaan de mensen in het zonnetje zetten,’ zei Bos, met de koopkrachtplaatjes in de hand.

Mark Rutte lijkt minder te snappen wat koopkracht vermag voor het menselijk welbevinden. Op dezelfde dag dat Bos zijn toezegging deed, presenteerde de leider van de VVD de nieuwe ‘conceptbeginselverklaring’ van zijn partij. Hierin verwerpt Rutte, namens alle liberalen, de gedachte dat ‘de staat leidend moet zijn in het streven naar geluk’. ‘Het geluk zit in de mens,’ zei Rutte in een toelichting. En, zo sprak hij dreigend: ‘De staat is geen geluksmachine.’

Daarmee doet de VVD’er zichzelf en zijn collega-politici toch tekort. Met de term ‘geluksmachine’ doelde Rutte – als adept van de filosoof Robert Nozick – waarschijnlijk op de verslavende experience machine uit een van Nozicks gedachte-experimenten. Maar dat geen mens ervoor kiest om passief aan zo’n geluksmachine te gaan liggen, betekent niet dat de staat geen geluk zou kunnen genereren. Integendeel. In de economische politiek kan het nationale geluk juist een overkoepelende doelstelling vormen. Koopkracht en de bijbehorende koopkrachtplaatjes vormen daarin dan instrumenten waarmee de voorwaarden voor geluk gecreëerd worden.

Dat zit zo. Koopkracht is een maat voor hoe rijk een individu of huishouden is. De koopkrachtontwikkeling geeft aan in hoeverre ons reëel besteedbare inkomen verandert en dus bijvoorbeeld hoeveel Nutsen, limonade en Playmobil we volgend jaar kunnen kopen.

In absolute zin is koopkracht niet zo interessant. Het gaat altijd om veranderingen in de tijd (een procentje meer, een procentje minder), en om vergelijkingen van de koopkrachtontwikkeling van de een met die van de ander.

Het is dit relatieve karakter van koopkracht waardoor het begrip verband houdt met geluk. Geld maakt niet gelukkig, maar rijker zijn dan in het verleden, en vooral: niet armer worden, daar worden mensen gelukkig van. Door ervoor te zorgen dat heel Nederland er volgend jaar op vooruit gaat, doet Bos dus meer dan het bewaken van de economische stabiliteit en het op peil houden van de consumentenbestedingen. De minister is ‘leidend in het streven naar geluk’.
En er valt op dat terrein meer te doen. Een land bereikt een hoger geluksniveau naar mate de verdeling van de inkomens gelijkmatiger is, zo heeft econoom Richard Layard laten zien. Als een rijk persoon een euro aan een armer iemand geeft, wint de arme meer geluk dan de rijke opgeeft, luidt de verklaring. Nivellering maakt gelukkig.

Opnieuw kan de overheid hier dus ‘leidend zijn in het streven naar geluk’. Als het kabinet, gebruikmakend van de koopkrachtplaatjes, zijn (grondwettelijke) taak uitvoert en de spreiding van de welvaart nog serieuzer neemt, dan zal dit – als nevenproduct – een bijdrage leveren aan het nationaal geluk.

Makkelijk is het niet. De koopkrachtontwikkeling van al die groepen Nederlanders een beetje in de pas laten lopen, is geen eenvoudige taak. Maar het kan wel. De overheid heeft veel invloed op de koopkrachtontwikkeling. Premies, belastingen, toeslagen, uitkeringen; met tal van maatregelen kan de staat de koopkracht manipuleren.

Schep zoveel mogelijk geluk als je kunt en verdrijf zoveel mogelijk ellende, betoogde de Britse liberaal Jeremy Bentham. Omdat we weten dat mensen zich ellendig gaan voelen van dalende koopkracht en ongelijke inkomensverdeling, vormen de koopkrachtplaatjes een instrument waarmee de overheid op macroniveau voorwaarden voor geluk kan scheppen en ellende kan verdrijven. Zo zou de staat wel eens meer geluk kunnen genereren dan Mark Rutte in zijn angst voor geluksmachines voor mogelijk had gehouden.