VN MediagidsDe arbeidsmarkt versplintert in deeltaken
Economie / arbeidsmarkt 06.12.2010

Het nieuwste passagierstoestel van Boeing, de 787 Dreamliner, is op Schiphol geland: keurig in één stuk. Goedbeschouwd is dat een mirakel: niet alleen een wonder van techniek, maar vooral een wonder van sociale innovatie. Terwijl Boeing vorige modellen nog grotendeels zelf maakte, zijn de onderdelen van dit nieuwe vliegtuig voor 70 procent gefabriceerd door derden, in meer dan 130 fabrieken, verspreid over de hele wereld. Elk deeltaakje is uitbesteed aan de partij die deze taak het beste en het goedkoopste kan uitvoeren. Dit vliegtuig is het bewijs van een nieuwe vorm van arbeidsverdeling: de arbeidsmarkt wordt niet langer opgedeeld in bedrijven en beroepen, maar versplintert nog verder: in deeltaken.
En dat maakt nogal wat uit. Wie in beroepen denkt, ziet banen als aspergesteker en vrachtwagenchauffeur overgenomen worden door Polen en Oekraïners. Wie in bedrijven denkt, ziet textielfabrieken verhuizen naar Azië, gevolgd door de scheepswerven en de computerbouwers. Maar deze zienswijzen zijn achterhaald, zo blijkt uit het onderzoek 'Measuring and interpreting trends in the division of labour in the Netherlands', dat het Centraal Planbureau vorige week publiceerde. De oude scheidslijnen tussen 'beroepen die het in Nederland goed blijven doen' en 'beroepen die verplaatst zullen worden naar lagelonenlanden' voldoen niet meer. Het gaat om taken en om de verdeling daarvan.
Een voorbeeld van deze nieuwe 'taakverdeling' is ook de werkwijze van Demand Media, de Amerikaanse leverancier van online artikelen en filmpjes waarover ik hier eerder schreef. Een internetfilmpje kan best zijn opgenomen in de VS, terwijl het beeld is bewerkt in Thailand en de feiten zijn gecontroleerd door een student in India. Het productieproces is opgeknipt en via internet vindt Demand Media de persoon die de deeltaken het goedkoopst uitvoert.
- Het gaat niet langer over banen, maar over deeltaken
De economen van het CPB hebben nu voor het eerst onderzoek gedaan naar de deeltaken waaruit Nederlandse beroepen bestaan. Ze maakten gebruik van een Brits model, dat 36 deeltaken met bijbehorende vaardigheden onderkent, variërend van 'lange documenten lezen' en 'rekenen', tot 'toespraken houden' en 'uithoudingsvermogen'.
In hoeverre zijn Nederlandse beroepen op te delen? Dat hangt af van twee factoren. De eerste factor is de 'verbondenheid' van een deeltaak met de andere taken binnen het beroep. Zo is voor een advocaat de taak 'stukken lezen' verbonden aan de taak 'stukken schrijven'. Terwijl bij een onderzoeker het verzamelen van informatie wel goed is te scheiden van de statistische analyse van de data. Factor twee is het loonverschil dat ontstaat als de taken uit elkaar worden geplukt: hoe groter het verschil in beloning voor de afzonderlijke deeltaken, des te financieel aantrekkelijker is de taakverdeling.
De hamvraag is nu: naar welke deeltaken is er in de Nederlandse economie de meeste vraag? De werkgelegenheid blijkt het hardst gegroeid voor taken die onderling verbonden zijn. Het gaat dan vooral om taken waarbij complex denkwerk is vereist. Opvallend is echter dat ook de best afsplitsbare taken, die fysieke kracht en uithoudingsvermogen vergen, werkgelegenheidsgroei laten zien. Hierbij gaat het dan om taken die in theorie goed kunnen worden uitbesteed, maar in de praktijk niet zijn te verplaatsen, bijvoorbeeld schoonmaakwerk of pakketbezorging.
In de takeneconomie gaat het niet langer over de verplaatsbaarheid van banen, maar om het verplaatsen van deeltaken. De oude scheidslijnen met aan de ene kant beroepen die het slachtoffer van de globalisering worden en anderzijds de beroepen die profiteren, zijn onvoldoende in staat om de 'winnaarstaken' van de 'verliezerstaken' te onderscheiden. En daar draait het straks om. Somberaars als socioloog Richard Sennett, die vorige week de Spinozalens kreeg, zien de takeneconomie wellicht als weer een volgende stap op de neerwaartse spiraal van nog grilliger carrièrepaden en nog meer vervreemding. Maar het biedt ook kansen. Om in te kunnen springen op de meest gevraagde taken, moeten we een beter beeld krijgen van het takencraquelé waaruit de arbeidsmarkt straks zal bestaan. Zoals het CPB zelf ook constateert: verder onderzoek is wenselijk.
