VN MediagidsBoterzacht half miljoen
Economie / arbeidsmarkt 29.11.2008
‘Een werkloze aan een vaste baan helpen, kost 537.000 euro’, kopte de Volkskrant afgelopen week op de voorpagina. Ruim een half miljoen per werkloze! De boze reacties waren niet van de lucht.
Op de website van de krant verscheen een – ietwat suggestieve – peiling met de vraag: ‘Ruim een half miljoen euro. Zoveel kost het om één langdurig werkloze van overheidswege aan een baan te helpen. Is dat nog de moeite waard?’ Negentig procent van de lezers vond van niet.
In de Tweede Kamer, waar de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid diezelfde donderdagmorgen bijeen was om de gebrekkige effectiviteit van het reïntegratiebeleid te bespreken, domineerde de half miljoen het debat. Ook hier verontwaardiging alom.
Niemand die zich afvroeg of het cijfer wel klopte. Dat is jammer, maar begrijpelijk. De half miljoen komt namelijk uit schijnbaar betrouwbare bron: het eerste rapport van het College voor Stedelijke Innovatie, een adviesclub bestaande uit zeven hoogleraren, die onderdeel uitmaakt van het gerenommeerde Nicis Institute. Om elke verdere twijfel weg te nemen, vermeldt Nicis in het begeleidende persbericht ook nog dat ‘De adviezen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek.’ Dat schept vertrouwen.
Maar een half miljoen per werkloze? Dat de reïntegratiemarkt nogal kwistig met geld omgaat, was bekend. Bedragen van twintigduizend euro per reïntegrant, daar zijn we inmiddels wel een beetje aan gewend. Maar een half miljoen? Toch maar even het rapport erop nageslagen. En wat blijkt? Die half miljoen is boterzacht. De redenering van Jouke van Dijk, in het dagelijks leven hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, zou ik u graag hebben bespaard. Maar omdat die half miljoen nu al zo’n impact heeft en voor je het weet nog jaren aan elke succesvol geïntegreerde werkloze hangt, wil ik u toch vragen even mee te kijken naar de berekening waarop Van Dijk zich baseert.
Van Dijk gaat uit van het totale budget dat gemeenten hebben besteed aan reïntegratietrajecten voor mensen met een bijstandsuitkering. In 2007 was dit een kleine anderhalf miljard euro voor circa 223.000 reïntegratietrajecten. Dit zou betekenen dat er aan een gemiddeld traject een prijskaartje hangt van ongeveer 6500 euro.
Maar Van Dijk wil laten zien wat het kost om te komen tot een ‘naar werk geïntegreerd persoon’. Reïntegratietrajecten zijn waardeloos als ze niet direct uitmonden in een baan, redeneert hij. In 2007 zijn van de 223.000 reïntegratieklanten er 21.000 uitgestroomd naar werk. Omdat alleen die opbrengst meetelt, slaat Van Dijk nu het volledige budget om naar deze 21.000 ‘geïntegreerden’.
Prijskaartje: een kleine 70.000 euro per kop. Het kan nog spectaculairder, moeten ze bij Nicis hebben gedacht. Want van die 21.000 mensen hadden de meesten vast ook wel een baan gevonden zonder het reïntegratietraject. Dat klopt. Onderzoeksinstituut SEO berekende begin dit jaar het ‘netto-effect’ van integratietrajecten tussen 1999 en 2005. Voor mannen was dit over deze periode toevalligerwijs drie procent. (zie grafiek). Zonder verdere toelichting pakt Van Dijk hierom drie procent van de (negentigduizend) mensen die in 2007 hun traject hebben afgerond. Dat zijn er dan 2700. Deel 1,5 miljard door 2700 en u heeft de half miljoen van Van Dijk.
‘Broddelwerk’, zo kwalificeerde Ahmed Aboutaleb de berekeningen van Van Dijk, na een eerste blik in het rapport. Op basis van de calculaties van Van Dijk kun je nagenoeg elk prijskaartje hangen aan een succesvol reïntegratietraject, van 50.000 euro tot een miljoen. De vraag is wat het nut is van dergelijke grove schattingen. Dat reïntegratie efficiënter kan, wisten we al. Op extra stigmatisering zit geen enkele vers geïntegreerde werkloze te wachten. En van het eerste rapport van het College voor Stedelijke Innovatie hadden we toch wat meer nuance mogen verwachten. Zinvoller dan de half miljoen is daarom de aanbeveling van Van Dijk om de kosten én baten van reïntegratietrajecten nu echt goed in kaart te brengen. Daar zou Aboutaleb, of zijn opvolgster Jetta Klijnsma, toch oren naar moeten hebben. Al is het maar om te laten zien hoe boterzacht die half miljoen is.
