VN MediagidsAlleen met een groots gebaar maakt Europa een einde aan het Monopolyspel

Het bijeenhouden van de Europese Monetaire Unie (EMU) is een spel op hoog niveau, met een-tweetjes tussen Sarkozy en Merkel en heftig debat bij de Europese Raad. Toch is het net een potje Monopoly. De eindfase van dit bordspel kennen we allemaal: de winnaar heeft zijn straten bebouwd met hotels, waardoor hij binnenloopt. De verliezers kunnen niet anders dan betalen, zijn gedwongen hun huizen en straten te verkopen of te verpanden en zien hun inkomsten opdrogen. Wie aan de winnende hand is, wordt vanzelf rijker. Wie in de neerwaartse spiraal zit, gaat bankroet. Zo werkt het ook binnen Europa. De winnaars zijn landen als Duitsland en Nederland. De verliezers zijn Griekenland en Ierland, die nu overeind worden gehouden met leningen uit het Europese noodfonds. Portugal en Spanje zitten ook in de neerwaartse spiraal.
Een cruciale factor in het EMU-spel is de rente die de landen betalen op hun staatsschuld. Landen lenen geld door staatsobligaties uit te geven aan geldschieters, bijvoorbeeld aan banken of beleggers. De geldschieters krijgen zolang de obligatie loopt jaarlijks een vooraf vastgestelde rente. Nu is de rente op staatsobligaties doorgaans relatief laag omdat het risico klein is dat een land zijn lening niet, of niet helemaal, terugbetaalt. Landen kunnen niet failliet gaan. Het komt wel voor dat een land niet meer aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen, zoals Argentinië in 2002. Dan zoekt een land een oplossing samen met zijn schuldeisers. Dit betekent meestal dat de obligatiehouders maar een deel van het uitgeleende geld terugkrijgen. Het land zelf, dat het vertrouwen van de geldschieters heeft beschaamd, wordt 'gestraft' doordat het in de jaren die volgen een hogere rente moet betalen. Hogere rente is een vergoeding voor het hogere risico dat de geldschieters lopen.
- Nederland verdient geld aan het noodfonds
Terug naar de rol van de rente in het EMU-spel. Hoe staat het met de rente die de eurolanden betalen op hun staatsobligaties? Voor de invoering van de euro was dat heel verschillend. De landen die het niet zo nauw nemen met hun begrotingsdiscipline (Griekenland, Italië) betaalden hoge rentes. Solide landen als Duitsland en Nederland betaalden lage rentes. Met de komst van de euro was dat voorbij. Obligatiehouders geloofden in de euro en zagen de EMU vrolijk als een echte financiële unie. Het resultaat: rentes op de obligatieleningen van de eurolanden gingen keurig in de pas lopen.
Tot de kredietcrisis. Weg was het vertrouwen. En weg was de illusie van de Europese eenheid. De renteniveaus stoven weer uiteen. Griekenland moest, vlak voor de redding, 12 procent rente vergoeden om geld te lenen. Voor Ierland liep de rente op richting 10 procent. Dit terwijl aan de kant van de solide landen de rente juist historische dieptepunten bereikte. Minister Jan Kees de Jager leent nu bijvoorbeeld tegen pakweg 3 procent. Een koopje.
De Grieken en de Ieren daarentegen moeten nog ruim 5 procent betalen, ook nu ze door Europa zijn 'gered'. Voor Duitsland en Nederland, die het geld dat ze verstrekken aan het Europese noodfonds voor lagere rentes kunnen lenen, betekent dit dus geld verdienen.
Zo trekt het opgelopen renteverschil Europa in tweeën. De parallel met Monopoly is helder. Er zijn de winnaars: Duits-land, Nederland, Finland - de spelers met de hotels, of in het EMU-spel: landen met economische groei, een handelsoverschot en een behapbare staatsschuld die te financieren is tegen lage rentes. En er zijn de verliezers die in de neerwaartse spiraal zitten: landen met een relatief grote staatsschuld, die steeds lastiger betaalbaar is door de oplopende rentes, die hard moeten bezuinigen, waardoor de economie nog verder krimpt en de tekorten op de begroting en de handelsbalans alleen maar verder oplopen.
Kenners van Monopoly weten hoe het verder gaat. Als de Europese Raad er niet in slaagt met een groots gebaar het vertrouwen in de eenheid van Europa te herwinnen, betekent dat het einde van de EMU in de huidige vorm. En al hebben Merkel en De Jager geen zin om hun zwakke broeders nogmaals de hand te reiken, een groots gebaar betekent dat de winnaars de verliezers zullen steunen. Willen we de EMU redden, dan is Europese solidariteit noodzaak. En dat gaat ons, winnaars, geld kosten.
