VN MediagidsVWO in vijf jaar

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie / Onderwijs 27.06.2009

Door Frank Kalshoven

Roelf de Boer is voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) en toont zich op de website van zijn club een tevreden mens. ‘In de Volkskrant kan ik goed nieuws kwijt over de sterk gestegen arbeidsproductiviteit van de ziekenhuizen,’ blogt hij. ‘Het beeld van de ziekenhuissector als een bodemloze put waarin bakken met geld verdwijnen, kan voorgoed de prullenbak in. Hetzelfde geldt voor de ‘wet van Baumol’ – de stelling dat verbetering van de arbeidsproductiviteit in de dienstensector eindig is, terwijl de loonontwikkeling almaar doorgaat.’

 

De Boer baseert zijn stelling op een in zijn opdracht gemaakt rapport van Prismant, een organisatie die de zorgsector van cijfers voorziet. Terwijl de arbeidsproductiviteit bij de ziekenhuizen eind jaren negentig en in het begin van deze eeuw daalde of maar mondjesmaat toenam, vertoont de productie per werknemer sinds 2003 een stijgende lijn. Sterker nog: de arbeidsproductiviteit in de ziekenhuizen stijgt bijkans sneller dan die in de rest van de economie.

Waarom is dit goed nieuws? En wat heeft dit met het onderwijs te maken?
Prismant-onderzoeker Leo Vandermeulen somt drie redenen op waarom de stijging van de arbeidsproductiviteit goed nieuws is. Een: door de vergrijzing ontstaat er steeds meer vraag naar werknemers in de zorg terwijl de werknemers steeds schaarser worden – laat de crisis met zijn tijdelijke gevolgen er even buiten. Groei van de productie per werknemer betekent dat met minder mensen meer zorg kan worden geleverd. Mutatis mutandis kan hetzelfde natuurlijk gezegd worden van het onderwijs. Het ‘lerarentekort’ is zelfs beruchter dan het ‘verpleegkundigentekort’.

Twee: de gezondheidszorg valt onder de collectieve uitgaven, en stijging van de productiviteit helpt de groei van de uitgaven te beteugelen. Voor onderwijs geldt hetzelfde, waarbij zij aangetekend dat de zorgsector grofweg twee keer zo groot is als de onderwijssector: dik tien versus dik vijf procent van ons nationaal inkomen.

Drie: een stijging van de arbeidsproductiviteit helpt het financiële rendement van ziekenhuizen te verbeteren, waardoor het eigen vermogen kan worden opgevijzeld. In de ziekenhuissector, die nog riskanter is gefinancierd dan de wildste New Yorkse zakenbank, is dat een belangrijk voordeel. In het onderwijs speelt dit niet, omdat de financiering hier veel conservatiever is dan die van de brave Rabobank.

De Boer en Vandermeulen leggen een direct verband tussen de invoering van gereguleerde marktwerking in de zorg en stijging van de productiviteit. ‘Boter bij de vis’ is volgens Prismant een van de redenen waarom ziekenhuizen zijn gaan sturen op een betere bedrijfsvoering. Een van de onderdelen hiervan is de sterke daling van het aantal ‘ligdagen’. Zoals Kees Kraaijeveld onlangs op deze plek al schreef: ‘Ziekenhuiszorg bestaat (tegenwoordig) als we kijken naar de bulk van de productie, uit kortdurende en snel wisselende contacten tussen de zorgverleners en de patiënt.’

Voor het onderwijs zijn beide aspecten ook interessant. Stelselniveau: blijkbaar is de overheid in staat instellingen te prikkelen tot gedrag dat de arbeidsproductiviteit verhoogt. In de zorg is het gereguleerde marktwerking – wat is de pendant in het onderwijs? Instellingenniveau: zou het mogelijk zijn de ‘doorlooptijd’ van leerlingen net zo te verkorten als die van een patiënt? Concreter: waarom duurt het eigenlijk zes jaar en pakweg zesduizend lesuren om een VWO-diploma te halen? Kan dat ook korter met de inzet van minder werkuren per docent? Daar categorisch nee tegen zeggen plaatst het onderwijs zich in de positie van artsen en verpleegkundigen die in het verleden ongetwijfeld hebben geprotesteerd tegen de afname van het aantal ligdagen.

Het lijkt er daarom op dat scholen iets kunnen leren van ziekenhuizen. In het onderwijs is het met de arbeidsproductiviteit nu namelijk net zo gesteld als een paar jaar geleden in de zorg: dalend tot stabiel.

[reageren]