VN MediagidsWonderbaarlijke genezing
Economie / huizenmarkt 21.10.2006
Het aantal nieuw toegekende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen is de afgelopen jaren spectaculair gedaald. Kregen in het begin van deze eeuw jaarlijks dik vijftigduizend mannen en dik zestigduizend vrouwen een nieuwe uitkering, sindsdien is de ‘instroom’ gedaald tot negenduizend mannen en vrouwen in de eerste helft van dit jaar. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde de feiten vorige week.
Deze afname van de instroom begint ook effect te hebben op de voorraad arbeidsongeschikten. Naderde begin 2003 de teller het magische aantal van één miljoen arbeidsongeschikten – op een werkzame beroepsbevolking van grofweg zeven miljoen mensen – sindsdien is dat aantal gedaald met 135.000 uitkeringen tot 878.000. De komende jaren, is de verwachting, zal de daling zich voortzetten.
Toen ik het grafiekje over de dalende instroom op de site van het CBS zag staan, moest ik meteen aan de immigratie denken. Ook die is, door de wet die is bedacht door de toenmalige staatssecretaris voor Vreemdelingenzaken Job Cohen, thans burgemeester van Amsterdam, in korte tijd spectaculair gedaald. Tientallen procenten minder immigranten van het ene jaar op het andere.
Het zijn twee intrigerende voorbeelden. Zowel de WAO als de immigratie zijn ‘zware dossiers’ waarover lang en breed en vruchteloos is gesproken. Verschillen zijn er ook: de WAO werd al sinds de jaren tachtig openlijk als een probleem besproken – Nederland is ziek, zei premier Lubbers (CDA) destijds. Immigratie is lange tijd genegeerd in het openbare debat – Frits Bolkestein (VVD) en Paul Scheffer (PvdA) voerden een eenzame strijd – , en toen dat uiteindelijk toch losbarstte, had Cohen zijn wet al klaar.
Maar de reden om de twee vraagstukken in een adem te noemen is deze: het is, blijkbaar, zeer goed mogelijk om grote en hardnekkige problemen daadkrachtig te bestrijden. Als de politieke elite over de wil beschikt, en bereid is om eventueel maatschappelijk verzet op de koop toe te nemen omwille van de goede zaak, kan er in korte tijd veel verbeteren.
Er is een heel lijstje onderwerpen die een mens graag zou willen voordragen voor deze vorm van wonderbaarlijke genezing.
Op de eerste plaats van mijn lijstje staat het terugdringen van het vroegtijdige schoolverlaten tot nul. De kans op werkloosheid voor jongeren zonder zogeheten startkwalificatie is vele malen groter dan voor jongeren met startkwalificatie. Dat is een statistisch feit. Zonder diploma van school is een recept voor een ellendig leven, waarin niet alleen veel werkloosheid zal voorkomen, maar ook nog eens een slechte gezondheid en een vroege dood – dit alles, statistisch, ten opzichte van beter opgeleiden.
Het huidige kabinet heeft dit onderwerp wel op de politieke agenda gezet, er veel over gesproken, zelfs een bescheiden kwantitatieve doelstelling geformuleerd, maar de resultaten zijn niet om over naar huis te schrijven. Het onderwerp bevindt zich nog in de fase waarin de WAO eindeloos verkeerde: veel praten maar het probleem intussen niet oplossen.
Op twee: de huizenmarkt. Het is de top van de politieke partijen genoegzaam bekend dat de regulering van de huizenmarkt onhoudbaar is. Aan de neus van de hypotheekrenteaftrek zit een kameel vast, met in de ene bult het vraagstuk van de sociale huursector (huurmaximering; huurtoeslag) en in de andere bult de bouwkwestie (regulering van de markt voor nieuwbouw). Minister Dekker heeft geprobeerd in de huursector wat te liberaliseren – zonder veel resultaat. CDA en VVD verkeren, althans publiekelijk, nog in de ontkenningsfase, als het gaat om de hypotheekrenteaftrek.
Op de huizenmarkt zijn de lusten en lasten intussen zeer scheef verdeeld: tegenover degenen die twintig jaar geleden een huis kochten en tonnen overwinst in de boeken hebben genoteerd, staan de starters op de huizenmarkt voor de ondankbare opgave die overwinst te verzilveren door het afsluiten van torenhoge hypotheken. Het hervormen van de huizenmarkt gaat grote verliezers en grote winnaars kennen en hoort dus nadrukkelijk in het rijtje wonderbaarlijke genezingen.
Op drie, tot slot: natuur en landschap. Ondanks de toegenomen welvaart, hebben we van Nederland de afgelopen jaren geen fraaier land gemaakt. Als J.C. Bloem vandaag de dag zou dichten, zou hij in geen geval schrijven: ‘En dan, wat is natuur nog in dit land?/ Een stukje bos ter grootte van een krant/ Een heuvel met wat villaatjes ertegen.’
Het ‘ruige tuinieren’, zoals ik natuur en landschap altijd maar noem, is hier te lande bepaald geen grote kwestie. Onverschilligheid is de grondtoon. Als we dan toch weer in wonderen mogen geloven, wens ik dat de politieke elite ook dit onderwerp agendeert en oplost.
Dat het kan, laten de voorbeelden WAO en immigratie zien.
