VN MediagidsWerkgevers openen aanval op pensioen

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie / pensioen 22.03.2008

Door Frank Kalshoven

Het Financieele Dagblad opende er de krant mee, maar de overige redacties waren blijkbaar even in dromenland. Toch is het echt waar: de gezamenlijke werkgeversorganisaties hebben de aanval geopend op het pensioen.

In hun publicatie Naar een modern en betaalbaar pensioen; voorstellen voor een weerbaar en wendbaar pensioenstelsel doen de werkgeversclubs VNO-NCW, MKB Nederland, LTO Nederland en de AWVN, het hele soepie dus, voorstellen waar menig werknemer van zal opkijken – als het nieuws hem tenminste zou worden gebracht.

De werkgevers roemen, om te beginnen, het Nederlandse pensioenstelsel als ‘een van de beste stelsels ter wereld’. Er is ook veel ‘om trots en zuinig op te zijn’. Maar, het is de bekende verhaallijn, om te behouden wat zo mooi is, moet er wel het nodige veranderen. De werkgevers: ‘Als we het goede in ons pensioenstelsel willen behouden, zullen we bereid moeten zijn het tijdig aan te passen.’

De analyse van de bedrijfs(tak)pensioenen door de werkgeversclubs bestaat op hoofdlijnen uit twee elementen. Ten eerste: kosten. Ondanks de omslag, de afgelopen jaren, van pensioenen die gebaseerd zijn op het laatst verdiende salaris (eindloon) naar een sys­teem waarin het gemiddeld verdiende salaris de norm is (middelloon), stijgen de jaarlijkse pensioenpremies sterk. In 1998 werd in totaal 9 miljard euro pensioenpremie betaald, in 2006 is dat opgelopen tot 24 miljard euro. ‘Het plafond is bereikt,’ aldus de werkgevers. ‘De aan pensioenregelingen verbonden kosten moeten worden teruggedrongen.’

Het tweede element gaat over risico. Bij pensioenen is dat een indrukwekkend lijstje: beleggingsrisico (een lager dan verwacht rendement), het inflatierisico (hoger dan verwachte prijsstijgingen waardoor indexatie van pensioenen duurder wordt), het renterisico (op een lage rente waardoor de opbrengsten lager worden) en het lang-leven-risico (wat voor mensen wel fijn is, maar voor degene die tot de dood pensioen moet uitkeren niet). Deze risico’s zijn fors. Denk aan de beurskrach in het begin van deze eeuw en de huidige turbulentie op de financiële markten.

Op een totaal pensioenvermogen in Nederland van pakweg zeshonderd miljard euro, staat tien procent waardedaling gelijk aan zestig miljard euro – geen klein bier. Thans worden de risico’s gedeeld door de onderneming (bijlappen), de premiebetalers (hogere premie betalen) en de gepensioneerden (onvolledige indexatie van het pensioen). De werkgevers willen dat het risico van de onderneming wordt beperkt: ‘De risico’s moeten worden verschoven van de onderneming naar (het collectief van) de pensioendeelnemers.’

Kortom: de werkgevers willen de kosten beperken en de risico’s voor een zo groot mogelijk deel bij werknemers en gepensioneerden leggen. Ze zijn niet te verlegen om ook nog even op te schrijven hoe dat zou moeten.

Waar het gaat om de risico’s, stellen de werkgevers voor: leg maar een ‘plafond’ vast voor de bijdrage van ondernemingen. Tot een bepaald bedrag delen de ondernemingen in het risico, daarboven is het voor de werknemers en gepensioneerden. Dit zou ook goed uitkomen (maar dat is een heel technisch verhaal) in verband met internationale boekhoudregels. De vraag of het ook efficiënt en rechtvaardig is risico’s op deze manier te verdelen, wordt niet gesteld.

Als het gaat om het besparen van kosten (dat wil zeggen: de pensioenaanspraken van werknemers verminderen) zijn de werkgevers ook creatief. Met stip op één staat de wens om de verplichte pensioenopbouw te verminderen. Als werknemers dan pensioen tekortkomen, kunnen ze zich zelf (voor eigen rekening) bijverzekeren. Maar uit dezelfde familie maatregelen kan ook gekozen worden voor langer doorwerken (waardoor langer premie wordt betaald en korter pensioen hoeft te worden uitgekeerd) of beperking van de pensioengrondslag (waardoor pensioenen lager uitvallen).

Wat van dit alles te denken? In de eerste plaats: het zou toch niet onaardig zijn geweest als de nieuwsmedia hierover hadden bericht? Dan: dit alles is geen wet of afspraak, maar de inzet van de werkgeverslobby. De soep wordt niet zo heet gegeten als in het werkgeversstuk opgediend.

Tenslotte: op een iets abstracter niveau wordt impliciet een discussie gevoerd over de (beste) verdeling van risico’s tussen werkgevers en werknemers. Dit gaat over pensioenrisico’s, maar denk ook aan het ontslagrisico, het employability-risico, en de risico’s op (beroeps)ziekte. Het lijkt verstandig dit, meer dan in het werkgeversstuk gebeurt, in samenhang te bekijken. Dat werknemers meer risico kunnen dragen dan nu het geval is, klinkt wel aannemelijk, maar dan zou ik toch eerder denken aan ontslag en investeren in kennis en kunde dan aan het pensioen.