VN MediagidsWat bakker zag
Economie / arbeidsmarkt 28.06.2008
Onder voorzitterschap van Peter Bakker, topman van postbedrijf TNT, boog een commissie zich de afgelopen maanden over de knelpunten op de (toekomstige) arbeidsmarkt.
‘Bakker’ was een manier om de coalitie, die in de herfst van vorig jaar tot op de rand van kabinetscrisis ruzie had gekregen over het ontslagrecht, te apaiseren. Een brede blik van buiten zou rust brengen. Nog even afgezien van de voorstellen van de commissie-Bakker om de problemen op te lossen, klopt de analyse wel?
De belangrijkste beweging die de commissie maakt in Naar een toekomst die werkt, is het verleggen van het speelveld. Het betreft een verplaatsing in de tijd. In plaats van naar het heden te kijken vanuit het perspectief van het verleden, richt de commissie-Bakker zich op het heden met een blik op de toekomst. De kwestie van het ontslagrecht wordt zo afgedaan als wapentuig uit de vorige oorlog – nogal irrelevant. Hiermee is de hamvraag rond het rapport dus in eerste instantie: is die verlegging van het speelveld gerechtvaardigd?
De commissie-Bakker benadrukt: de toekomst ziet er fundamenteel anders uit dan het verleden. De afgelopen decennia zijn we gewend aan een groeiende (beroeps)bevolking en aan schaarste aan werk. Vandaar dat er in Nederland anno 2008 veel mensen niet werken, al dan niet met een uitkering, en dat veel mensen (vooral vrouwen) in deeltijd werken. Vandaar dat een vol jaar werken hier zoveel minder uren telt dan in vergelijkbare buitenlanden, en dat veel mensen op relatief jeugdige leeftijd met pensioen gaan. Werk was schaars.
In de toekomst is er werk in overvloed en zijn de werknemers schaars, stelt Bakker. De huidige krapte op de arbeidsmarkt – er zijn ruim tweehonderdduizend vacatures – mag vooral conjunctureel zijn bepaald, publieke en private organisaties zullen de komende decennia vechten om de schaarse werknemers. Dat is een kwestie van demografie. Op hoofdlijnen klopt deze voorstelling van zaken. We hebben het er op deze plaats vaker over gehad. De ogen van de politiek waren jarenlang gericht op de vergrijzing als het belangrijkste demografische fenomeen voor de toekomst (het toenemen dus van het aantal 65-plussers). Maar naast de vergrijzing krijgen we ook te maken met krimp van de beroepsbevolking, het aantal mensen in Nederland tussen de 20 en 65 jaar. Een van de plaatjes die de commissie ter illustratie heeft getekend, is hiernaast gereproduceerd. We zien de beroepsbevolking vanaf enig moment in de nabije toekomst krimpen, en als we het verschil meten tussen de piek en de toestand in 2040 komt Nederland zevenhonderdduizend werknemers ‘tekort’.
Dus ja, er vindt een fundamentele omslag plaats op de arbeidsmarkt. Daar moet Nederland aan wennen. Het is dus goed dat Bakker cum suis dat nog eens benadrukken.
Nadenkend over die nieuwe toekomst – er wordt al jaren over nagedacht en geschreven, maar het dringt niet goed door tot het grote publiek – zijn de afgelopen tijd verschillende, elkaar niet uitsluitende, beleidsopties de revue gepasseerd. Eén: meer mensen uit het buitenland halen. Twee: de bestaande bevolking meer laten werken. Drie: de arbeidsproductiviteit verhogen.
Bakker en de zijnen verwerpen de immigratie-optie, en dat is volkomen terecht. Het helpt nauwelijks (want immigranten worden zelf ook ouder en gaan dan ook met pensioen) en de sommetjes die gemaakt zijn over aantallen immigranten die in Nederland (en Europa) nodig zouden zijn, monden uit in onvoorstelbare hoeveelheden mensen. Bakker zet dus vol in op optie twee, het meer laten werken van de bestaande bevolking.
En Bakker gaat, volkomen ten onrechte, voorbij aan de interessantste optie: het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Meer mensen aan het werk – dat gaat straks, als gevolg van de schaarste aan werknemers, grotendeels vanzelf. Meer produceren met hetzelfde aantal mensen is veel lastiger, ook beleidsmatig, maar het verhoogt de toekomstige welvaart meer.
Het debat over de toekomstige arbeidsmarkt is met Naar een toekomst die werkt dus niet voorbij. Integendeel, laten we hopen dat het nu echt is begonnen.
