VN MediagidsWajong als water
Economie 08.09.2007
Water, dat weten we allemaal, zoekt het laagste punt. Een ketting is zo sterk als de zwakste schakel. Aan dat soort metaforen moeten we denken om de opwinding te begrijpen over de Wajong, de wet die niets te maken heeft met een Chinees stenenspel, maar alles met jonggehandicapten en hun recht op een uitkering.
In de Volkskrant van vorige week zei Kees Goudswaard, Leids econoom en kroonlid van de Sociaal Economische Raad: ‘De regeling groeit zo snel dat het aan de WAO-geschiedenis herinnert.’ Dat zijn geen zoete herinneringen.
Eerst de feiten. In 2002 kregen 134.000 mensen een Wajong-uitkering, in 2006 156.000, een groei van 16 procent in vijf jaar. De gronden waarop mensen in aanmerking komen voor een uitkering veranderen ook. Het aantal nieuwe mensen dat op grond van een ‘lichamelijke beperking’ een uitkering krijgt, is de afgelopen jaren stabiel gebleven, grofweg 1700 mensen per jaar. Maar de instroom op grond van een ‘psychische aandoening’ groeide sterk (van 2700 in 2002 naar 3600 mensen in 2005, 33 procent dus). De derde categorie, ‘verstandelijke handicap’, spande de kroon: van 2400 naar 3900 mensen, een groei van 62 procent.
Er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken dat als de groei van de aantallen mensen met een psychische aandoening of verstandelijke handicap zo doorgaat, het beroep op de collectieve kassen snel gaat oplopen.
De verwijzing, door Goudswaard, naar de WAO-geschiedenis betreft het vermoeden dat het stijgende beroep op de uitkeringen weinig te maken heeft met de gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking. Waarschijnlijk is in de loop van de eenentwintigste eeuw het aantal verstandelijk gehandicapten min of meer stabiel gebleven (of in percentages hooguit meegegroeid met de bevolking). Voor de verklaring van de groei van 62 procent hebben we geen dokters nodig, maar economen.
Een vriendelijk economische verklaring zou zijn dat het niet-gebruik van de regeling is afgenomen. Dat zou goed nieuws zijn: de groei zou dan worden verklaard door een ‘inhaaleffect’ dat bijdraagt aan meer rechtvaardigheid, en dat uit zijn aard tijdelijk is. Omdat de Wajong al erg lang bestaat, doet deze vriendelijke verklaring waarschijnlijk geen opgeld.
Minder vriendelijk, maar wel realistischer, is de verklaring dat gemeenten Bijstandsklanten met succes afschuiven op het UWV dat de Wajong uitvoert. Sinds een paar jaar dragen de gemeenten financieel risico voor de Bijstand en wordt er dus gewerkt aan het terugdringen van het aantal Bijstandsgerechtigden. Dat gebeurt op tal van manieren, waaronder het aan het werk helpen van Bijstandsgerechtigden en het bemoeilijken van de instroom in de Bijstand. Het ‘afschuiven’ van klanten op andermans budget hoort ook tot het wapenarsenaal van de Diensten Werk en Inkomen.
Dat dit plaatsvindt, leidt geen twijfel. Er is goedbeschouwd weinig mis mee als de gemeenten hun Bijstandsbestand ‘opschonen’. Bovendien zou dit slechts resulteren in een tijdelijke groei van het aantal Wajongers, die tegelijkertijd wordt gecompenseerd door een navenante afname van het aantal Bijstandsgerechtigden.
Goedbeschouwd blijft er dan maar één alarmistische verklaring over: de water-naar-het-laagste-punt-redenering. Dit geldt als de Wajong voor burgers de makkelijkst toegankelijke uitkering is met goede voorwaarden – een aantrekkelijk alternatief nu zowel de Bijstand als de werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen strenger zijn geworden. Of dit de belangrijkste oorzaak is van de groei van het aantal Wajong-uitkeringen weten we nog niet. Maar wat erg achterdochtig maakt, is de stabiliteit van het aantal mensen met een, makkelijk objectiveerbare, fysieke beperking, en de sterke groei van het aantal mensen met de, moeilijker objectiveerbare, geestelijke beperkingen. We kennen dit soort groei inderdaad uit de geschiedenis van de WAO.
De juiste stappen voorwaarts zijn gemakkelijk: onderzoek het relatieve gewicht van de verschillende verklaringen. Als de derde ‘water-verklaring’ van sterk gewicht blijkt te zijn: snel dichtschroeien die regeling, om er de enigszins onsmakelijke Haagse term voor te gebruiken. Uit diezelfde WAO-geschiedenis hebben we kunnen leren dat het terugdringen van eenmaal verstrekte rechten lastig is en gepaard gaat met veel maatschappelijke onrust. Beter is het een ongewenste ontwikkeling in de kiem te smoren.
