VN MediagidsVan tijdschrijven kun je veel leren

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie 10.12.2009

Door Frank Kalshoven

Van tijdschrijven kun je veel leren. Plasterk rijdt een scheve schaats door zich ‘tegen’ te verklaren.

De Onderwijsraad stuurde minister Plasterk van Onderwijs het rapport Naar doelmatiger Onderwijs; zes manieren om het doelmatigheidsbesef in het onderwijs te verbeteren, en kreeg per kerende post een ingezonden brief van Plasterk in de Volkskrant. Onderwerp van de ministeriële toorn: tijdschrijven. 'Ik ben er tegen dat leraren, die toch al zoveel moeten, nu nog een extra klus in de schoenen geschoven krijgen. Daarom zal ik het niet laten gebeuren dat ze moeten gaan tijdschrijven. Leraren hebben genoeg andere beslommeringen naast lesgeven, en op nog meer papier zit niemand te wachten.' Een bezopen reactie van een toch doorgaans verstandige man.
Laten we eerst maar even op taalniveau naar dit citaat kijken.

'... dat leraren, die toch al zoveel moeten [zijn leraren dan geen gewone werknemers die in ruil voor loon dingen moeten doen?], nu nog een extra klus [van grofweg een minuut per dag] in de schoenen geschoven krijgen [een adviescollege denkt dat het zinvol is iets te doen]. Daarom zal ik het niet laten gebeuren [gaat de minister daar dan over?] dat ze moeten gaan tijdschrijven. Leraren hebben genoeg andere beslommeringen naast lesgeven [dit is nu precies de klassieke dichotomie die de Onderwijsraad wil doorbreken], en op nog meer papier [in welke eeuw leeft de minister?] zit niemand te wachten [de minister bedoelt dat hij er zelf tegen is].'

De Onderwijsraad constateert terecht: 'Streven naar doelmatig(er) onderwijs is momenteel binnen onderwijs beslist nog geen gemeengoed': in het onderwijs wordt van alles gedaan om onderwijs te vernieuwen en te verbeteren, maar daarbij krijgt doelmatigheid doorgaans weinig aandacht.
Volgens de Raad is het daarom verstandig het onderwerp te agenderen. Daarbij gaat het dan in eerste instantie om het verkrijgen van inzicht in kosten en het verspreiden van kostenbesef onder alle betrokkenen.

Tijdschrijven is een van de middelen die hiertoe kan worden ingezet. In de kern gaat het er hierbij om dat veel onderwijsgevenden net als hun minister de werkdag indelen in 'lesgeven' en 'rompslomp'. Dat zou niet zo erg zijn als onderwijsgevenden negentig procent van hun tijd bezig waren met 'lesgeven'. Maar zo is het niet. In veel onderwijs-cao's (het verschilt) is een maximum gesteld aan het aantal 'lesuren'. Van een volledig jaar van 1659 uur kan daarom zomaar de helft opgaan aan 'rompslomp', niet-lesgebonden taken. Deze 'rompslomp' wordt doorgaans wel vooruit gepland, maar achteraf niet verantwoord. Voeg dan nog toe dat van de totale kosten aan onderwijs meer dan driekwart bestaat uit arbeidskosten, en je weet: de tijdbesteding van onderwijsmensen is een cruciale sleutel bij het verhogen van de doelmatigheid - en eerlijk gezegd ook de kwaliteit - van het onderwijs.

Stel dat we beschikken over de volledige urenadministratie van een school. Wat zouden we dan zoal kunnen leren? Eén: dat er mensen zijn die veel meer uren werken dan waarvoor ze betaald worden, en vice versa, zodat hierover eerlijke gesprekken kunnen plaatsvinden. Twee: dat er grote verschillen bestaan tussen docenten in taken als 'voorbereiding lessen', 'nakijken', 'maken toetsen', zodat docenten met elkaar in gesprek kunnen gaan over de handigste manier om taken uit te voeren. Drie: dat er taken zijn, bijvoorbeeld 'kopiëren', of 'surveillance bij examens', die worden uitgevoerd door mensen die de school per uur veel kosten, zodat kan worden gekeken of dat met taakafsplitsing niet goedkoper te organiseren is. Vier: dat er taken zijn, zoals het 'maken van lesmateriaal', die goedkoper kunnen worden ingekocht. Vijf: dat er arbeidsintensieve taken zijn die, nu je zicht hebt op de kosten ervan, beter geautomatiseerd kunnen worden. En dit is maar het begin van wat je leren kunt van een urenadministratie.

Zo'n urenadministratie, en de lerende houding die daarbij hoort, veronderstelt een volwassen en open relatie tussen management en professionals. Met zijn interventie duwt Plasterk de onderwijsgevenden in de rol van ploeterende lesboeren met rompslompangst. Zelfbewuste onderwijsprofessionals gaan gewoon met hun management aan de slag om de doelmatigheid op hun school te verhogen met tijdschrijven - daar heeft Plasterk helemaal niets over te vertellen.

[reageren]