VN MediagidsUw eigen inflatiecijfer
Economie 12.04.2008
Via www.cbs.nl kan eenieder die daar lol in heeft nu zijn eigen maandelijkse inflatie uitrekenen. Het ongrijpbare wordt tastbaar gemaakt.
Een briefje van tien: dat kunt u vastpakken. Een glas wijn ook. En bij het getal op uw bankrekening kunt u zich in elk geval een voorstelling maken: via de flappentap kan het abstracte getal worden omgezet in briefjes die vastgepakt kunnen worden, en desgewenst geruild tegen een glas wijn. Maar inflatie – da’s iets heel anders. Een ongrijpbaar fenomeen, dat niettemin een stevige greep heeft op ons persoonlijk leven. Ongrijpbaar – maar nu niet meer. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde deze week op zijn website (www.cbs.nl) een geinig dingetje dat het de ‘persoonlijke inflatiecalculator’ noemt. Inflatie is vanaf nu grijpbaar en individueel.
Inflatie is een constructie, een bedenksel van economen. Dat bedenksel was nodig om na te kunnen gaan hoe prijzen zich in de loop van de tijd ontwikkelen. Het prijsverloop van één product volgen is niet zo lastig: elke maand de prijs opzoeken en je weet het. Maar hoe ontwikkelt zich het algemene prijspeil, een samenstel dus uit meerdere producten? Daar zijn prijsindexcijfers voor uitgevonden, en inflatie is niets anders dan de ontwikkeling van zo’n index, het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie.
Dat werkt zo. Bij het CBS weten ze hoeveel geld een gemiddeld huishouden maandelijks uitgeeft aan van alles en nog wat. Per maand slaan we 2.745 euro stuk, waarvan 37 euro aan alcohol, 22 euro aan openbaar vervoer, en 59 euro aan boeken en Vrij Nederlands. Anders gezegd: het CBS kent de verdeling van onze uitgaven over uitgavencategorieën. Dit wordt ook wel het ‘mandje’ genoemd.
Om de prijsontwikkeling van alle onderdelen van het mandje te volgen, kijkt het CBS maandelijks naar de prijzen van liefst zeventigduizend artikelen, van hondenvoer tot televisies, van huur tot benzine. Van al die artikelen zijn daarom per maand alle prijzen bekend.
Op basis van het mandje en de prijzen berekent het CBS de inflatie. Dat is dus een kwestie van de prijsstijgingen in een bepaalde uitgavencategorie vermenigvuldigen met het aandeel van die categorie in de totale uitgaven van het gemiddelde Nederlandse huishouden. Een huurstijging van 3 procent tikt zwaarder aan dan een tabaksprijsstijging van 3 procent, omdat tabak en alcohol samen nog geen 4 procent uitmaken van het mandje van goederen en huisvestingskosten bijna een kwart. Een huurstijging tikt daarom zwaarder aan in het inflatiecijfer.
Deze constructie heeft twee nadelen. Ten eerste verandert de samenstelling van het boodschappenmandje van een gemiddeld Nederlands huishouden in de loop van de tijd. Voedingsmiddelen bijvoorbeeld, maken nu nog maar een procent of tien uit van onze uitgaven, en dat was dertig jaar geleden aanmerkelijk meer. Omgekeerd zijn onze uitgaven aan vervoer (nu ruim tien procent) juist gestegen. Om dit probleem te ondervangen, stelt het CBS het boodschappenmandje elke vijf jaar opnieuw vast – een pragmatische oplossing.
Het tweede nadeel is dat ieders individuele boodschappenmandje drastisch kan afwijken van dat van het gemiddelde huishouden. Ook in consumptiepatronen neemt de heterogeniteit toe. Geheelonthouders hebben een ander consumptiepatroon dan lieden die stevig roken en drinken. Een prijsstijging (bijvoorbeeld door hogere accijns) van tabak merkt de geheelonthouder niet en de roker wel degelijk in de beurs. Autorijders geven geld uit aan benzine, terwijl gebruikers van het openbaar vervoer nimmer bij de pomp staan. De recente olieprijsstijgingen tikken bij de automobilist wel aan, en bij de treinreiziger (in elk geval op korte termijn) niet.
Dat nadeel is nu dus opgelost. Via www.cbs.nl kan eenieder die daar lol in heeft zijn eigen inflatie uitrekenen. Of die van een ander. Zo leidt het invullen van het uitgavenpatroon alsof u vrij arm bent, voor veel jaren tot een hoger dan gemiddelde inflatie. Arme mensen geven weinig geld uit aan audiovisuele apparatuur en computers, en dus tellen de relatief kleine prijsstijgingen in dat budgetonderdeel minder (of helemaal niet) mee bij de persoonlijke inflatie. Idem voor dure auto’s. Voor arme mensen is de inflatie dus hoger dan voor rijke.
Wat ontbreekt in de persoonlijke inflatiecalculator is de mogelijkheid om het cumulatieve effect van een afwijkende persoonlijke inflatie vast te stellen. Het CBS geeft de inflatie keurig per maand weer, in getallen, staafgrafieken of desgewenst in lijngrafieken, sinds april 2002. Maar wat ik ook wel zou willen weten is: wat is nu het totale effect sinds april 2002 van mijn afwijkende consumptiepatroon? Hoeveel procent ben ik, over zes jaar gemeten, beter of slechter af dan gemiddeld? Deze wens wordt versterkt doordat een afwijkend consumptiepatroon het ene jaar een bovengemiddelde en het volgende jaar een ondergemiddelde inflatie kan laten zien.
Afgezien van dit schoonheidsfoutje (graag herstellen in de volgende versie), brengt het CBS met deze nieuwigheid de inflatie dichter bij de burger. Het ongrijpbare wordt tastbaar gemaakt. Dat is mooi werk.
