VN MediagidsSupers die terugpakken

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie 17.05.2008

Door Frank Kalshoven

Nergens is de economie zo dichtbij als in de supermarkt. Het grootste deel van ons gezinsinkomen vliegt bijna ongezien de deur weer uit (aan woonlasten, verzekeringen, abonnementen en dergelijke, vaak met behulp van automatische overschrijvingen), maar bij bestedingen aan groenten, kaas, vuilniszakken, waspoeder en frisdrank is de band tussen kopen en betalen heel direct.

In de supermarkt slaan Neder­landers jaarlijks ruim vijfentwintig miljard euro stuk, een procent of vijf van het nationaal inkomen. Het is daarom erg aardig dat het Centraal Planbureau (CPB) zich eens heeft verdiept in de economie van de supermarkt. De hoofdconclusie van de studie Static efficiency in the Dutch supermarket chain is dat het supermarktwezen de afgelopen tien jaar efficiënter is geworden, en dat toegenomen concurrentie de prijzen heeft gedrukt en de winst gehalveerd.

In de studie kijkt het CPB eigenlijk naar twee markten. Naast de verkoopmarkt van supers (aan consumenten) keken de Haagse economen naar de inkoopmarkt waar grootgrutters zelf hun boodschappen doen, onder meer bij de voedingsindustrie. Omdat van elke euro omzet van de supermarkten drie kwartjes opgaan aan inkoopkosten, is die inkoopmarkt zeer interessant.

Sinds 1995 is zowel het aantal supermarktbedrijven als het aantal toeleveranciers verminderd. Zou je normaal gesproken verwachten dat hierdoor de marktmacht van de achterblijvers toeneemt en de consument een poot wordt uitgedraaid, in de wereld van de dagelijkse boodschappen gebeurde het omgekeerde: zowel door de opkomst van een aantal prijsvechters als door een verandering in ons eigen gedrag zijn juist de winstmarges gedaald. We gaan vaker naar de supermarkt, wisselen met steeds minder schroom van supermarkt als we een product elders goedkoper kunnen krijgen, en dwingen de supers zo tot lage prijzen. Supermarktbedrijven leverden tussen 1995 en 2005 bijna de helft van hun winstmarge in, terwijl de bedrijven waar de supers zelf hun inkopen doen een kwart van de winstmarge moesten prijsgeven.

Het spel tussen supers en fabrikanten heeft de afgelopen jaren geregeld stof doen opwaaien, vooral tijdens de supermarktoorlog in 2003. De supers zouden de fabrikanten het vel over de neus halen om de consument zo goedkoop mogelijk te bedienen. Met een prominentere positionering van de eigen ‘huismerken’ zetten de supermarkten de fabrikanten van A-merken onder druk.

Uit de CPB-studie blijkt dat de fabrikanten, geheel tegen de beeldvorming in, als winnaars uit de strijd komen. Niet alleen hebben ze dus minder marge ingeleverd dan de supermarkten, hun marges zijn bovendien substantieel hoger dan die van de grutters.

De huidige discussie in de Kamer over het prijsopdrijvend effect van de verpakkingsbelasting is beter te snappen met de CPB-studie in de hand. Omwille van het milieu heeft het kabinet een (ingewikkelde) heffing ingevoerd op allerlei soorten verpakkingsmateriaal. Volgens Kamer­leden zou dit een prijsverhoging in de supermarkten rechtvaardigen van maximaal 0,2 procent; de supermarkten zeggen hun prijzen met een procent te moeten verhogen. Aangezien de verpakkingsbelasting voor ruim 200 miljoen in de begroting staat, en de omzet van de branche ruim 25 miljard bedraagt, kunnen de supermarkten alleen (bijna) gelijk hebben als zij als enige branche in Neder­land verpakkingsbelasting zouden moeten betalen. Dat is niet zo. De supers proberen dus een beetje terug te pakken van de winstmarge die ze de afgelopen tien jaar zijn kwijtgeraakt.

We weten nu ook door het CPB economisch onderbouwd wat we daar tegen kunnen doen: bij het boodschappen doen op de kleintjes blijven letten.