VN MediagidsStrijd om de snelweg
Economie 02.09.2006
Een plaat voor je kop wil in de publieke arena wel eens handig zijn: alle onwelgevallige informatie ketst erop af. En als journalisten er de regel op zouden nahouden dat onzinnige uitspraken niet in de krant kwamen, zou er bij ontbijt en na het avondeten veel te weinig te lezen zijn. Maar Bert Mooren, directeur van VNO-NCW West, maakte het vorige week in Het Financieele Dagblad wel erg bont.
De kwestie is de bestrijding van files aan de zuidkant van Amsterdam. Het fileleed is daar al aanzienlijk, en omdat het, naast de gewone groei van het autoverkeer, ook nog eens de bedoeling is dat er de komende jaren in Almere grofweg vijftigduizend huizen bijgebouwd worden, zal er naar verwachting nog veel meer gelegenheid ontstaan tot het bestuderen van achterbumpers.
Wat te doen? Verkeersminister Karla Peijs presenteerde twee (bouw)varianten. De ene heet de ‘stroomlijnvariant’, waarin alle snelwegen in de buurt breder worden gemaakt: de A6 (bij Almere), de A1 (van Muiden tot de Amsterdamse ringweg) en de A9 (dwars door Amsterdam Zuidoost). De tweede heet de ‘verbindingsvariant’ waarbij een nieuwe snelweg wordt aangelegd, die het verkeer dat over de A6 uit Almere komt rechtstreeks naar de A9 voert.
De presentatie van de varianten veroorzaakte – uiteraard – de nodige discussie. De verbindingsvariant viel slecht bij liefhebbers van landschap en natuur, ondanks de beloofde tunnel langs het Naardermeer. De stroomlijnvariant deed bewoners van Amsterdam Zuidoost het ergste vrezen voor hun woongenot. Terwijl het Nimby-denken (alles goed en wel, maar Not In My BackYard) hoogtij vierde, had Verkeers-minister Karla Peijs wilde het kabinet graag laten besluiten tot aanleg van de verbindingsvariant.
Maar op de dag der vergaderdagen viel het kabinet, en tot op de dag van vandaag is onduidelijk of het huidige kabinet-Balkenende een besluit kan/zal/wil nemen over ‘Dossier A6/A9’.
In elk geval ontstonden zo tijd en ruimte voor wat extra rekenwerk. Aangespoord, lees ik in de krant, door minister Zalm van Financiën, keek het Centraal Planbureau (CPB) nog eens naar (nieuwe) informatie over de twee varianten. Het rapporteert hierover in de notitie die de sexy titel kreeg: Second Opinion op de aanvullende KBA-planstudie Schiphol-Amsterdam-Almere.
De inhoud, echter, is fascinerend. Het CPB speelt zijn rol van etterbakje in het algemeen belang uitstekend. Auteur Paul Besseling suggereert een nieuwe variant, de ‘lokatiespecifieke’ die in tegenstelling tot de twee bestaande varianten wél maatschappelijk rendabel is.
Uit een ‘eenvoudige knelpuntenanalyse’ (het CPB verwondert zich erover dat die ‘blijkbaar niet eerder’ is uitgevoerd) komt naar voren dat de grootste congestieproblemen zich (zullen) voordoen op de A6, A1 en de Amsterdamse ringweg A10. Tegelijkertijd is bekend dat juist deze stukken snelweg (relatief) goedkoop kunnen worden verbreed. Zo ontstaat een nieuwe variant waarin met grofweg 1,2 miljard euro aan kosten ruim twee miljard aan baten kunnen worden geboekt. ‘De merites van deze variant zijn helaas spaarzaam onderzocht.’
Het CPB suggereert dat deze variant – die niet alleen maatschappelijk rendabel is, maar ook nog eens aanmerkelijk minder investeringsgeld vraagt dan de andere – een ‘geen spijt’-karakter heeft. Van het aanpakken van de A6/A1/A10 krijgt je nooit spijt, hoe overigens de snelwegen in het hele gebied ook worden aangepakt.
Het CPB rekent voor dat het sowieso zeer onrendabel is om – na het uitvoeren van de eigen lokatiespecifieke variant – de A9 aan te pakken of een nieuwe weg aan te leggen langs het Naardermeer. In beide gevallen zijn de baten ruim een miljard euro lager dan de aanlegkosten.
Rationele besluitvormers zouden weinig moeite hebben met het trekken van een conclusie: de lokatiespecifieke variant zo snel mogelijk uitvoeren; op de rest nog maar eens rustig studeren.
Maar dan komt er dus zo’n regionale VNO-NCW-bestuurder, en die kakelt: ‘Dit is geen nieuw geluid,’ wat kan worden afgedaan als een klein leugentje. Die toevoegt dat de CPB-studie ‘is gebaseerd op een groot bouwwerk van bijzonder theoretische aannames’, wat moet worden beschouwd als lariekoek. Die zegt dat het ‘ons er om gaat dat het verkeersnetwerk een stuk robuuster wordt doordat er een verbinding bijkomt’, wat nou net een van de redeneringen is die door het CPB expliciet aan stukken wordt gerafeld en in de prullenbak terechtkomt. En die tenslotte opmerkt dat ‘de verkeersgroei in de randstad de komende twintig jaar vijftig procent bedraagt’, inderdaad een van de aannamen in het huiswerk van Karla Peijs waar het CPB bij het nakijken nou net een rood kruis door had gezet.
Laten we hopen dat de echte beslissers wel ontvankelijk zijn voor nieuwe informatie. Beslissen kan nu, en wel over het geen-spijt-tracé.
