VN MediagidsSteeds minder (bij)scholing

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie / China / Onderwijs 16.09.2006

Door Frank Kalshoven

Kennis. China. Economie. U kent het verhaal: we moeten het in Nederland en Europa steeds meer van onze hersens hebben, want de handen van Chinezen zijn goedkoper dan de onze.

En ofschoon er met dit verhaal ook een hoop onzin en bangmakerij wordt meeverkocht, is het in essentie wel juist: onze economie wordt, net als het leven zelf, steeds kennisintensiever. We moeten meer leren, van kinds af aan, maar ook als volwassene gedurende het werkzame leven. Mee in het tempo, mee met de innovatie.

We vertikken het.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde vorige week schokkende cijfers – schokkend in dit verband – over het zogeheten post-initieel onderwijs. Initieel onderwijs is: van kinds af aan naar school, en dat doen we steeds langer. Post-initieel wil zeggen: als we aan het werk zijn nog iets bijleren, en dat varieert dan van een tweedaagse softwarecursus tot een deeltijd hbo-opleiding. Dat doen we dus niet meer (Kennis. China. Economie) maar juist steeds minder (Handarbeid. Sociale Zekerheid. Belastingdruk). De daling is ingezet (zie de grafiek) in 2003.

In werkelijkheid is het nog erger. In de grafiek wordt alleen duidelijk hoeveel mensen een post-initiële opleiding volgden. In 1995 (niet zichtbaar) was dat minder dan twaalf procent van de beroepsbevolking tussen de vijftien en de vijfenzestig jaar. Na jaren van gestage groei, volgden op de piek in 2003 vijftien van de honderd beroepsbevolkers een cursus; daarna is dit teruggelopen tot 13,5 procent. Max van Herpen, de betrokken CBS-onderzoeker, weet te vertellen dat daarbinnen het aantal kortdurende cursussen toeneemt terwijl het langduriger onderwijs juist afneemt. Als we de bijscholing dus meten in opleidingsdagen (wat veel relevanter is dan het aantal cursussen) is de daling van de bijscholing dus nog veel sterker.

Binnen de groep bijscholers is het enthousiasme ook nog weer eens scheef verdeeld. (Toch al) hoogopgeleiden houden hun menselijk kapitaal wel bij. Laagopgeleiden volgen veel minder vaak een cursus. Het bijhouden van kennis en het opdoen van nieuwe kennis is vooral in trek onder jongeren: hoe ouder we worden, des te minder we bijleren.
Het post-initieel onderwijs, kortom, neemt af, en versterkt tegelijkertijd de scholingskloof tussen hoogopgeleid/jongeren
en laagopgeleid/ouderen. Hiermee worden dus ook de inkomensverhoudingen niet rechter maar schever.

Het gat tussen theorie en praktijk had niet groter kunnen zijn. De theorie die zegt dat er veel meer kennis nodig is om als werknemer weerbaar te zijn op de arbeidsmarkt van de eenentwintigste eeuw. De theorie die zegt dat we in een tijdperk leven van ‘permanente educatie’. De theorie ook, die zegt dat oudere werknemers langer moeten doorwerken, en daarom tussentijds meer moeten investeren in hun kennis, kunde en vaardigheden.

Het is een gevalletje ist en soll. De theorie zegt hoe het zou moeten zijn, maar vertelt ons niet hoe het is.
Als de theorie dan in elk geval het juiste voorschrift geeft (weerbaarheid en emancipatie door educatie), wat staat ons dan te doen? Wat meteen in het hoofd schiet, is de ‘individuele scholingsfaciliteit’, een op het oog verstandig idee, dat onlangs ook weer een plek verwierf in het advies van de Sociaal Economische Raad aan de politiek. Geef iedere werknemer een eigen potje scholingsgeld, naar eigen inzicht verstandig te besteden, en de markt voor post-initieel onderwijs zal opbloeien.

De nieuwe CBS-cijfers doen mij toch vrezen dat dit weliswaar een prima plan is – voor jongeren en hoogopgeleiden –, maar dat de doelgroep die het echt nodig heeft – ouderen en laagopgeleiden – zo niet op maat bediend wordt. De jonge doctorandus slaat gerust uit zijn individuele scholingspotje vijfduizend euro stuk op zijn eerste managementcursus, maar de gewezen lts’er (de technische school van vroeger) zal minder makkelijk op achtendertigjarige leeftijd een mbo-diploma autotechniek gaan scoren. Dat verzin ik niet: dat beeld rijst op uit de CBS-cijfers.

Als we het verhaal serieus nemen (Kennis. China. Economie), zal het geschut dus aanmerkelijk zwaarder moeten zijn dan het rechttoe-rechtaan individuele scholingsbudget, dat, net als het huidige post-initiële onderwijs, de spreiding van kennis schever zal maken, niet rechter.

Ik ben er niet over uitgedacht, maar het minste wat zou moeten gebeuren, is nadenken over de vormgeving van dat scholingsbudget. Dat de basis een vast percentage van de loonsom van de werknemer is, ligt nogal voor de hand. Naast deze bijdrage van de werkgever, zou de overheid een bijdrage kunnen storten, afhankelijk van opleidingsniveau: hoe lager iemand is opgeleid, des te meer geld hij van de overheid krijgt. Daarmee zijn we er nog lang niet – naast geld speelt ook cultuur een grote rol – maar het is een beginnetje.

Hoe dan ook: als scholing steeds belangrijker wordt, mag de uitkomst niet zijn dat we er minder aan doen.