VN MediagidsSparen uit angst

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie 02.08.2008

Door Frank Kalshoven

Is sparen zinvol? Beantwoord de vraag zelf aan de hand van de mogelijkheden ‘jazeker’, ‘ja, misschien’, ‘waarschijnlijk niet’, ‘zeker niet’ of ‘weet niet’. De kans dat u de vraag positief heeft beantwoord, is fors: Nederland is, naast wereldkampioen deeltijdwerk, ook vice-Europees kampioen spaarzin.

Het CBS publiceerde onlangs op zijn website een reeks feiten rond sparen, en dat is een alleraardigst overzicht. Om te beginnen gaat het bij dat vice-kampioenschap, net achter Denemarken, niet om het feitelijke gedrag (hoeveel euro’s zijn opzijgezet?) maar om de opvattingen. Wie de grafiek bekijkt, merkt op dat de armste (rijkste) Europese landen het negatiefst (positiefst) zijn over de zin van sparen. Omdat het bepaald geen lineair verband is (Luxemburgers en Ieren zijn per kop rijker dan wij, maar zien minder nut in sparen), spelen naast inkomen andere factoren een rol. Hou die gedachte even vast.

Het tweede interessante feit is dat de opvattingen van Ne­der­landers over sparen de afgelopen dertig jaar radicaal zijn veranderd. Eind jaren zeventig was de spaarzin net boven de tien – wat wil zeggen dat het aantal mensen dat sparen zinvol vond, maar iets groter was dan het aantal mensen dat sparen ‘waarschijnlijk’ of ‘zeker’ niet zinvol vond. In de jaren nadien klom dat verhoudingsgetal gestaag op naar bijna zeventig. Thans zijn vier op de vijf Neder­lan­ders overtuigd van spaarzin.

Spaarzin en het feitelijke spaargedrag lopen uiteen. Het eerste is onafhankelijk, het tweede is afhankelijk van de feitelijke gang van zaken in de economie. In de afgelopen dertig jaar zakten de besparingen steeds terug in tijden van economische tegenslag om in de jaren nadien weer te groeien. Ondanks die golfbeweging is de trend stijgende: steeds meer Nederlan­ders zeggen sparen zinvol te vinden en doen het ook meer.

Volgens het CBS hangt de spaarzin vooral samen met leeftijd (hoe jonger, hoe positiever over sparen) en inkomen (hoe hoger des te positiever over sparen). In de inkomensafhankelijkheid van deze voorkeuren zien we dus de Eu­ro­pe­se verhoudingen op Nederlandse schaal geïmiteerd. Waarom? Dat is natuurlijk de grote vraag. Waarom houden Nederlanders zo van sparen? En wat betekent dat?

Sparen is het uitstellen van consumptie tot een later tijdstip. Redenen variëren van iets dat in de toekomst moet worden betaald (opleiding van kinderen, huis), een voorkeur voor flexibiliteit (ontslag kunnen nemen, of een sabbatical) tot een wens in de toekomst (minder werken). Dat het verlangen naar dit type uitgestelde consumptie toeneemt met het inkomen lijkt logisch – arme mensen hoeven geen hypotheken af te lossen en zijn doorgaans niet bezig met een sabbatical.

Maar er speelt mogelijkerwijs nog iets anders. Binnen de groep rijke Eu­ro­pe­se landen is Ne­der­land een extreme spaarder. De hypothese: Ne­der­landers zijn Eu­ro­pees topspaarders omdat ze weinig vertrouwen hebben in de toekomst. Preciezer: in inkomensgroei in de toekomst. Wie er zonder meer vanuit gaat dat de toekomst mooier is dan het heden – een geloof dat tot in de jaren zeventig werd aangehangen – hoeft niet zo veel te sparen. Als een groot deel van het verwachte levensinkomen in de toekomst ligt, is het rationeel niet nu maar later te sparen. De arme Bul­gaar die een welvarende toekomst in Eu­ro­pa voor zich ziet, stelt sparen terecht uit. Wie weinig vertrouwen in de toekomst heeft, pot op om het gewenste consumptiepeil ook in die onzekere toekomst te kunnen handhaven.

Zo bezien heeft het spaaroverzicht van het CBS niet alleen een feitelijk karakter met een positieve morele lading (spaarzin als deugd), maar leert het ons ook iets over ons zwarige gemoed. Misschien moeten we eens een klein beetje van de besparingen gebruiken voor ongeremde consumeerdrift. Wellicht klaart ons humeur er iets van op.