VN MediagidsPensioencrisis

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie / Crisis 11.10.2008

Door Frank Kalshoven

En plots ziet de wereld er heel anders uit. Tijdens de algemene financiële beschouwingen van vorige week in de Kamer – normaal gesproken een moment om eens fijn haren te kloven over een kwart procentje koopkracht hier en een extra uitgave van vijftig miljoen daar – werd ineens gesproken op hoofd­lijnen.

Ja, de begroting van minister van Financiën Wouter Bos ziet er op hoofdlijnen goed uit, constateerden de financieel woordvoerders. Snel over tot de orde van de dag: de financiële crisis.

Op hoofdlijnen kan de Miljoenennota inderdaad zo blijven als hij is, maar op één punt kan de begroting voor komend jaar niet anders dan de plank volledig misslaan: de ontwikkeling van de koopkracht van de burgers, en dan speciaal: de gepensioneerden onder hen. De gepensioneerde is komend jaar de klos.

De financiële crisis heeft voor een werknemer heel andere gevolgen dan voor een gepensioneerde. De koopkrachtontwikkeling van een werknemer is grotendeels afhankelijk van de stijging van de cao-lonen. Vakbonden, de eisende partij, bepalen de loonruimte door te kijken naar de inflatie en de stijging van de arbeidsproductiviteit. Die som is inzet voor de looneis, en matiging van de lonen (waar het kabinet zo vurig op aandringt) betekent dat men iets onder dat getalletje gaat zitten.

De gepensioneerde is afhankelijk van zijn pensioenfonds. Dat fonds heeft regels voor het verhogen van pensioenen, en anders dan tussen vakbonden en werkgevers valt daarover niet te onderhandelen. De crux bij het bepalen van pensioenverhogingen is de dekkingsgraad van het pensioenfonds, dat is de mate waarin het pensioenvermogen voldoende is om de toekomstige pensioenuitkeringen te dekken. De hoofdregel is simpel: hoge dekkingsgraad, wel indexeren voor inflatie; lage dekkingsgraad, niet indexeren.

Het grootste pensioenfonds van Nederland ABP, voor ambtenaren en aanpalende beroepen, is op zijn web­site zeer helder over de compensatie van gepensioneerden voor gestegen prijzen. ‘Indexatie is geen recht,’ schrijft het fonds.

Het bestuur maakt onderscheid tussen drie niveaus van de dekkingsgraad. Hoger dan 135: dan wordt er geïndexeerd, en kan zelfs koopkrachtverlies uit het verleden gerepareerd worden. Tussen de 104 en 135: gedeeltelijke indexatie. Onder de 104: geen indexatie.

In de grafiek is te zien hoe de dekkingsgraad van alle pakweg 450 pensioenfondsen in Nederland zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Te zien is het aantal pensioenfondsen met een dekkingsgraad hoger dan 130, fondsen dus die gepensioneerden volledig kunnen compenseren voor gestegen inflatie. In het tweede kwartaal van 2007 waren dat er nog 337; aan het einde van het tweede kwartaal van dit jaar nog maar 176. De ergste slachting op de beurzen – en dus de ergste aantasting van de waarde van het vermogen van de fondsen – moest toen nog beginnen. Als niet alle fondsen hun dekkingsgraad onder de 130 hebben zien zakken de afgelopen weken, dan zijn er toch hooguit een paar de dans ontsprongen.

De financiële crisis maakt dus – als we ons tot gewone burgers beperken – als eerste koopkrachtslachtoffers onder gepensioneerden. De timing kon niet beroerder zijn, gezien het hoge inflatiepeil, dat volgens de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek ruim 3 procent bedraagt. Er is dus een zeer eenduidige conclusie te trekken: gepensioneerden zijn de klos.
Het tekent de opmerkelijke periode die we beleven dat het daar in het publieke en politieke debat nog even helemaal niet over gaat. Anders gezegd: het ergste leed van de financiële crisis is geleden zo gauw we weer vol passie in debat kunnen gaan over de koopkracht van gepensioneerden.

Dat dat maar snel het geval moge zijn.