VN MediagidsOudere werknemer produceert gewoon door
De oudere werknemer staat in de belangstelling. De gemiddelde leeftijd van de werkzame beroepsbevolking stijgt al honderd jaar, maar als gevolg van de babyboom gaat het nu wel erg snel.
Tegelijkertijd neemt het aantal mensen van 55 jaar en ouder dat werkt weer een beetje toe, na jarenlang achteruitgekacheld te zijn. Omwille van de arbeidsparticipatie is het de bedoeling van achtereenvolgende kabinetten om die toename van werkende 55-plussers verder aan te wakkeren.
Maar op de arbeidsmarkt staat de oudere werknemer er gekleurd op. Achter alle (voor)oordelen van werkgevers lijkt een harde economische logica schuil te gaan: de arbeidsproductiviteit van werknemers gaat vanaf zekere leeftijd omlaag. Omdat de lonen niet meedalen met dit verlies aan productie, lijkt het ontslaan van ouderen (respectievelijk het niet aannemen bij vacatures) een rationele handelswijze. Het kabinet wikt, maar de werkgever beschikt.
Daarom is het onderzoek van een drietal economen van de Universiteit van Mannheim hartstikke interessant. De conclusies van Axel Börsch-Supan, Ismail Düzgün en Matthias Weiss zijn tweeledig. Eén: arbeidsproductiviteit en leeftijd hebben niets met elkaar te maken. Twee: als je teams aan het werk zet, denk dan niet dat een leuke (leeftijds)mix goed is voor de productiviteit van het team. Homogene teams functioneren beter.
Hun onderzoek is zo aardig omdat ze spectaculair goede data wisten te verzamelen bij een autofabriek in Duitsland. Twee jaar lang rolden de data binnen van honderd teams die aan de lopende band auto’s aan het assembleren waren. De productie per team wordt bepaald door de snelheid van de lopende band – daar hebben werknemers geen invloed op – maar aan het eind van de productielijnen krijgt elke auto een kwaliteitscontrole. Daarbij krijgt de auto een nauwkeurig kwaliteitscijfer (waarna productiefouten worden hersteld uiteraard, maar dat is voor ons verder niet interessant). Omdat de onderzoekers aan de ene kant dus alles wisten van de werknemers en de teams, en aan de andere kant op detailniveau de kwaliteit van hun productie konden meten, konden exacte berekeningen worden gemaakt over de invloed van (onder meer) leeftijd op kwaliteit.
Op grond van vooroordelen zou je verwachten: oudere werknemers maken meer fouten (omdat ze het tempo van de lopende band moeilijker kunnen volhouden), en teams waarin jeugdige spierkracht gemixt is met ervaring van oude rotten produceren het best. Beide vooroordelen worden door de data ontkracht. Voor die tweede conclusie voeren de onderzoekers als verklaringen aan dat communicatie binnen de assemblageteams van groot belang is en dat het nu eenmaal makkelijker communiceert binnen homogene dan binnen heterogene teams. Bovendien, stellen ze, zet de aanwezigheid van jongere werknemers in een team de ouderen onder druk waardoor ze meer fouten maken en de vooroordelen over oudere werknemers een self-fulfilling prophesy worden.
Zijn hiermee nu voor eens en voor altijd de vooroordelen over oudere werknemers ontkracht? Nee.
Om te beginnen blijkt uit de beschrijving van de verzamelde data (zie grafiek), dat geen van de productiemedewerkers in deze Duitse autofabriek zijn vijftigste verjaardag al had gevierd: de oudste werknemer was 49 jaar. De piek van de leeftijdsverdeling ligt tussen de 35 en de 45 jaar. Deze studie vertelt ons dus niets over de 55-plussers waarin wij zo geïnteresseerd zijn. De sterke suggestie is natuurlijk wel: rationele productiebedrijven zouden de leeftijdsgrens waarop ze afscheid willen nemen van medewerkers op moeten schuiven.
Ten tweede gaat de studie over specifiek productiewerk, wat de vraag oproept hoe ver de conclusies mogen worden opgerekt naar andere sectoren en andere soorten arbeid. Om van dat laatste een voorbeeld te geven: uit ander onderzoek blijkt dat als het gaat om creativiteit en innovatie de heterogeniteit van teams (naar leeftijd, culturele achtergrond, nationaliteit, et cetera) stimulerend werkt en de kwaliteit van het werk bevordert. Ook over de reikwijdte van de conclusies kun je dus nog wel een boom opzetten.
En toch zijn de conclusies kras. Want afname van productiviteit verwachten we in de eerste plaats in de fysieke beroepen die hier zijn onderzocht en pas later in beroepen waar de hersens centraal staan. De studie is dus – naast een inspirerend voorbeeld voor andere onderzoekers om elders vergelijkbare data te verzamelen – op z’n minst een waarschuwing voor werkgevers die gewend zijn routinematig afscheid te nemen van grijzende werknemers. Ze doen niet alleen hun oudere werknemers maar ook zichzelf te kort.
