VN MediagidsOppotten in het primair onderwijs
Hoe scherp kan je financieren? Hoeveel risico durf je aan? Voor ondernemingen zijn dit expliciete vragen, waarop overigens zeer uiteenlopende antwoorden gegeven worden.
In de publieke sector worden deze vragen zelden of nooit gesteld. En het resultaat is dat ondernemingen die veel risico lopen, door de bank genomen veel scherper gefinancierd zijn dan publieke sectoren die weinig risico lopen.
Wilt u het populistischer? Scholen in het primair onderwijs zijn massaal aan het bankieren geslagen, blijkt uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Nu eerst maar even de feiten. Het CBS publiceerde het jaaroverzicht van de financiële gegevens over 2006. De scholen in het primair onderwijs kregen 8,4 miljard euro aan baten binnen en boekten 8,3 miljard aan lasten. Het totale exploitatieresultaat bedroeg 143 miljoen euro, waarvan iets minder dan de helft het resultaat was van financiële baten. Huiselijker gezegd: de scholen kregen van de overheid geld om uit te geven aan onderwijs en dat ging bijna schoon op. Niets bijzonders dus. Alleen die financiële baten zijn opmerkelijk. Waar komen die vandaan?
Dat zien we in de balans van de sector, het overzicht van alle bezittingen en schulden aan het einde van 2006. Het balanstotaal is 4 miljard euro, en het opmerkelijke is dat de sector voor slechts 785 miljoen euro vaste activa heeft, gebouwen en dergelijke. De bulk bestaat uit geld, te weten 1,8 miljard aan euro’s op de bank en nog eens een half miljard aan effecten, voor een deel aandelen maar in meerderheid obligaties. Dit is dus de bron van de financiële baten uit de exploitatierekening: rente en koerswinst. Aan de andere kant van de balans zien we wat kortlopende schulden (1 miljard) en vooral heel veel eigen vermogen: 2,4 miljard euro. De solvabiliteit (het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal) is dus 2,4 miljard gedeeld door 4 miljard, 60 procent. Huiselijker gezegd: scholen in het primair onderwijs zakken bijna door hun funderingen door het gewicht van alle euro’s. Niet alle scholen in gelijke mate uiteraard, maar de sector als totaal heeft een indrukwekkende berg geld opgepot.
Waarom? Ik zou het echt niet weten. Bij ondernemingen wordt voortdurend gekeken naar de mix van eigen en vreemd vermogen. Het voordeel van financieren met vreemd vermogen is dat een hefboom ontstaat die de winst voor aandeelhouders vergroot. Stel: een aandeelhouder legt twee euro in, het bedrijf maakt een euro winst. Dan is het rendement dus 50 procent. Nu legt de aandeelhouder maar één euro in, en leent het bedrijf die andere euro bij een bank. Is de winst weer een euro (ondanks de betaalde rente op die geleende euro), dan is het rendement voor de aandeelhouder ditmaal 100 procent (in plaats van 50 procent). Hoe meer er geleend wordt, des te groter de hefboom. Scherp financieren heet dat.
Hieraan kleven risico’s. Kan het bedrijf de rentelasten wel dragen? Wat gebeurt er als er een jaar verlies wordt gemaakt? Om dat soort risico’s draaglijk te houden, houden ondernemingen eigen vermogen aan. En de hoofdregel is: hoe groter de risico’s des te meer eigen vermogen er nodig is.
Vergeleken bij de risico’s van ondernemingen, zijn die van scholen in het primair onderwijs beperkt. Het grootste financiële risico, lijkt me, is dat de instroom van nieuwe leerlingen tegenvalt, waardoor het ministerie minder euro’s overboekt. Daar zet je wat geld voor opzij, akkoord.
Maar verder is al die solvabiliteit en al die liquiditeit (dat geld op de bank) nergens voor nodig. Als scholen ondernemingen waren, zou er al lang zo’n vuige durfkapitalist zijn langsgekomen die die balans eens eventjes zou hebben opgeschoond. Bij gebrek aan vuige durfkapitalisten, wat te doen?
Er zijn twee hoofdroutes. Op de ene hoofdroute besluiten scholen de kwaliteit van de dienstverlening aan ouders en kinderen te verbeteren. Dat leidt tot verlies (meer lasten bij dezelfde baten), en dan teren de vermogens van de scholen in de loop der jaren vanzelf weg. Zo komt het geld dus ten goede aan de kwaliteit van het onderwijs.
Op de andere hoofdroute houden de scholen vast aan hun conservatieve financiering, en komt de minister van Financiën een keer langs om het overtollige geld af te romen. Dan gaan de euro’s eerst de schatkist in, en kunnen ze vervolgens elders worden besteed.
Ik heb geen sterke voorkeur voor de ene of de andere route, maar helder is dat de huidige vermogenspositie van het primair onderwijs onhoudbaar is. Publieke middelen oppotten is geen taak van scholen.
