VN MediagidsOnzichtbaar sociaal gezicht
Economie 06.05.2006
‘De achterban kan tevreden zijn.’ Dit concludeerde minister van Sociale Zaken Aart-Jan de Geus in een interview in de Volkskrant, nadat het kabinet had besloten zowel dit als volgend jaar een miljard extra te besteden aan koopkrachtbehoud.
De Geus maakte er in de krant een hele show van. Hij was woedend weggelopen bij het ministeriële overleg ter zake, vertelde hij, ‘aangegrepen’ door het steeds maar weer afwijzen van zijn mooie voorstellen. Begrijp het dus goed: De Geus heeft als een leeuw gevochten voor het ‘sociale gezicht’ van het CDA. En begrijp ook: meer zit er niet in, want De Geus is al tot het uiterste gegaan.
De armoede van dit kabinetsbesluit, van het CDA voorop, moet op minstens drie niveaus worden bekeken. Eén: het is een bedrag van niets. Eén miljard euro is 0,2 procent van ons nationaal inkomen, dat in totaal grofweg 500 miljard groot is. Twee: het uitdelen van dat miljard wekt toch weer de illusie van Haagse verantwoordelijkheid voor kleine koopkrachtverschillen. Bij een deel van het ‘koopkrachtpakket’ gaat het om het repareren van forse, onbedoelde gevolgen voor specifieke groepen van het invoeren van het nieuwe zorgstelsel – daar is weinig mis mee. Maar dat alle Nederlandse huishoudens worden ‘getrakteerd’ op een paar tientjes minder energiebelasting – bah. Het is echt een raadsel hoe volwassen politici kunnen denken dat zij daarmee hun ‘sociale gezicht’ aan de kiezer tonen.
Het derde niveau van armoe is het interessantst. Het kabinet heeft vaak en luid verkondigd dat het een ‘hervormingskabinet’ wilde zijn. Het heeft onder meer ingegrepen in de WAO, de bijstand, de WW en de regels inzake het vroegpensioen. Ofschoon het zich hiermee bij grote delen van de bevolking niet populair maakte, hield het kabinet – op hoofdlijnen terecht – vol dat deze ingrepen zowel bijdroegen aan een sterkere economie als aan een socialere samenleving.
Hier lag de volgende redenering achter, bijvoorbeeld als het gaat om de bijstand: het decentraliseren van de bijstand geeft gemeentelijke sociale diensten een prikkel om hun klantenbestand te minimaliseren. Ze zullen kritischer gaan kijken, strenger controleren en bijstandsgerechtigden beter begeleiden naar een nieuwe baan. Het gevolg zal zijn dat uitkeringen minder vaak op de verkeerde plek terechtkomen (controle) en dat meer bijstandsgerechtigden vaker werk vinden (activering).
En inderdaad, het wonder is geschied: ook al beleefde Nederland de afgelopen jaren een langdurige periode van laagconjunctuur, het aantal bijstandsuitkeringen is gedaald en directeuren van sociale diensten zijn de arbeidsmarktkansen van hun klanten aanmerkelijk zonniger gaan inzien. Het etiket ‘onbemiddelbaar’ wordt minder vaak opgeplakt. Dankzij het kabinet ontsnappen meer mensen aan de bijstand, zijn meer mensen weer in staat met werk in hun eigen levensonderhoud te voorzien.
Dit ‘sociale gezicht’ wordt echter slecht herkend. Laatst vroeg iemand me: ‘Waar zijn al die mensen dan die zo blij zijn met het kabinet? Ik zie ze niet.’
Hij heeft gelijk, die zie je niet. De bijstandsgerechtigde die eindelijk een baan vindt, zal die feestelijke omstandigheid verklaren uit eigen verdienste, puike hulp van de Sociale Dienst en (eindelijk) een beetje mazzel – maar niet verwijzen naar het kabinet. De werknemer die niet in de WAO belandt dankzij de Wet Poortwachter zal evenmin de neiging hebben het kabinet een woord van dank te sturen. Opnieuw gekeurde WAO’ers die meer uren zijn gaan werken, of hun uitkering zelfs hebben zien beëindigd, gaan al evenmin juichend de straat op. De pas afgestudeerde jurist stuurt J.P. geen sms’je om hem te bedanken dat zijn generatie niet meer wordt lastiggevallen met vroegpensioengedoe.
Het echte ‘sociale gezicht’ van het kabinet-Balkenende is hierdoor onzichtbaar, en mede daardoor – er zijn ook andere redenen, waaronder heel goede – is het kabinet zo impopulair.
Na de voor de regeringspartijen slecht verlopen gemeenteraadsverkiezingen, is daarom, met name in het CDA, de knop omgezet. De impopulaire partijtop is gezwicht voor druk uit de afdelingen, die eisten dat het ‘sociale gezicht’ moest worden getoond – bedoeld werd: de koopkracht van de achterban moest worden opgetrokken.
Nu dat is gelukt, rijst de vraag, zou dit wél helpen? Als je je sociale beleid niet kunt uitleggen, is kiezerstrouw dan met cash te koop? Het antwoord is een dubbelzinnig nee. Dubbelzinnig: want nee, met dat miljard, die 0,2 procent van ons nationaal inkomen, koopt het kabinet op zichzelf niets. Het is te weinig en heeft te veel weg van de jongen die gepest wordt op school en snoepjes gaat uitdelen om aardig gevonden te worden – een beetje zielig.
Anderzijds: kiezers zijn wel degelijk gevoelig voor geld. Electoraal succes wordt namelijk voor een deel bepaald door de stand van de conjunctuur. Een zittende coalitie heeft een grotere kans door de kiezers beloond te worden in een hoogconjunctuur dan in een economisch dal. De inkomensgroei in een opgaande fase van de economie wordt dan door kiezers – grotendeels ten onrechte overigens – toegeschreven aan het zittende kabinet.
Kijk daarom niet gek op als zich volgend jaar, bij de verkiezingen, de volgende paradoxale toestand voordoet: de regeringspartijen komen veel beter uit de verkiezingen dan nu wordt verwacht. Dit is dan vooral het gevolg van de inkomensgroei die voortkomt uit de aantrekkende conjunctuur, mede mogelijk gemaakt door de sociale hervormingen die het kabinet heeft doorgevoerd, maar niet uitgelegd krijgt. In zekere zin ‘koopt’ het kabinet de verkiezingen dan alsnog. Maar 2,5 procent economische groei, de verwachting voor het verkiezingsjaar, staat dan ook voor 12,5 miljard euro – in termen van de CDA-achterban is dat 12,5 keer zo sociaal als de huidige koopkrachtreparatie.
