VN MediagidsKan McKinsey wel rekenen?

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie / arbeidsmarkt 05.05.2007

Door Frank Kalshoven

‘Regels zijn sta-in-de-weg voor productie’. Zo’n kop, over zes kolommen op pagina drie van Het Finan­cieele Dagblad (FD), daar doe je het voor als ministerie van Economische Zaken (EZ).

De rekening van driekwart miljoen euro voor het onderzoek dat deze conclusie moest schragen, oogt dan ineens bescheiden, vooral als het FD zijn stuk zo begint: ‘Nederland laat kansen onbenut voor een forse versnelling van de groei van de arbeidsproductiviteit. De productiviteitstoename kan zo ongeveer verdubbelen als het kabinet de regeldruk aanpakt.’ Dank McKinsey voor het fijne werk. EZ staat weer op de kaart. De ondernemersmissie is krachtig ondersteund.
Wie naar het onderzoek kijkt (www.minez.nl) vraagt zich echter af of de jongens en meisjes bij McKinsey wel kunnen rekenen en hoofd- en bijzaken wel uit elkaar kunnen houden. Dito voor de FD-verslaggevers.

In het McKinsey-onderzoek, Versnelling arbeidsproductiviteitsgroei in Nederland; erop of eronder, wordt een belangwekkend onderwerp aangesneden. De groei van de arbeidsproductiviteit in een land is een belangrijke bron van welvaartsgroei van de bevolking. Dus als hier iets mis mee is, is het inderdaad ‘erop of eronder’.

Is er iets mis? Nee, moet je concluderen op basis van de informatie die McKinsey zelf aan­draagt. Het grote verhaal gaat over de vergelijking tussen drie landen of modellen: Neder­land, de VS en de Scandinavische landen. In de grafiek is te zien dat de arbeidsproductiviteit in Nederland (per uur, in de marktsector) een zeer hoog niveau heeft, en alleen de VS voor zich moet dulden. Maar als het gaat om de toename van de arbeidsproductiviteit, doen zowel de VS als (sommige) Scandinavische landen het beter. Dat is het normale patroon dat je ook in ander onderzoek ziet.

De belangrijkste oorzaken van de verschillen zijn heel prozaïsch. McKinsey gaat er niet op in, maar de Scandinaviërs zijn bezig met een inhaalslag. Voor de Finnen is dat in de grafiek het duidelijkst: ze staan, in het door McKinsey geselecteerde rijtje landen, op de laatste plaats als het gaat om het niveau van de arbeidsproductiviteit, en op de tweede plaats als het gaat om groei van de arbeidsproductiviteit. De Finnen zullen nog heel wat jaren van snelle groei nodig hebben om het Nederlandse niveau te bereiken.

Het verschil met de VS verklaart McKinsey zelf: ‘De kloof in het absolute arbeidsproductiviteitsniveau (…) wordt volledig veroorzaakt door verschillen in de sectormix.’ Dat wil zeggen: door verschillen tussen de VS en Nederland van de aandelen in de totale economie van verschillende sectoren (banken, industrie, landbouw et cetera). Sterker nog: ‘Als Nederland dezelfde sectormix zou hebben als de VS, zou het arbeidsproductiviteitsniveau zelfs uitkomen op ongeveer 42 euro per uur’, een paar euro hoger dus dan dat van de Amerikanen. Over die mix van sectoren zou je een fijne boom kunnen opzetten, maar daar gaat McKinsey niet op in: ‘Het was niet de focus van de studie om mogelijkheden voor sectormixveranderingen te verkennen.’

De hoofdconclusie van het onderzoek had dus moeten luiden dat Nederland een uitzonderlijk hoog niveau van arbeidsproductiviteit kent, en dat, geestig genoeg, Nederland als koploper desondanks een heel behoorlijk niveau van arbeidsproductiviteitsgroei weet te behalen. Regels zijn, om FD nog eens aan te halen, door de bank genomen helemaal geen belangrijke sta-in-de-weg voor productie.

Deze hoofdconclusie getrokken hebbende is het aardig om, zoals McKinsey doet, even te kijken naar de verschillen in productiviteitsgroei tussen Nederland en de VS, al is de keuze voor Amerika als maatstaf enigszins arbitrair (net als het buiten beschouwing laten van de publieke sector). Zo’n vergelijking leert over een bepaalde, ook al tamelijk arbitraire, periode dat de verschillen zich concentreren in vier sectoren: metaal en machinebouw, zakelijke dienstverlening, financiële dienstverlening en de detailhandel.

Ik pak de detailhandel er even uit. Die sector verklaart 0,26 procentpunt van het verschil in arbeidsproductiviteitsgroei tussen de VS en Nederland in de periode 1998-2004. Kan dat beter? Ja, zegt McKinsey in een uitgebreide sectorstudie, dat kan. En dan komen cijfers en verhalen over regels die de groei in de weg staan (zie grafiek). Twee dingen springen eruit: verschraling van het winkelaanbod zou kunnen helpen (door McKinsey omschreven als ‘groei van productieve ketens en krimp van zelfstandigen’), net als het verpesten van het landschap buiten de steden (‘toestaan vijftig hypermarkten in periferie’). Bedankt voor de tip, zou ik zeggen.

Gelukkig zei staatssecretaris Heems­kerk van EZ na het in ontvangst nemen van het rapport: ‘Je moet niet de illusie hebben dat je van Nederland een regelvrije zone kunt maken.’ Hij had er aan toe moeten voegen: en op basis van uw eigen onderzoek is er ook geen enkele reden om daar naar te verlangen.