VN MediagidsHet lerarentekortje
Economie / Onderwijs / arbeidsmarkt 26.04.2008
Er is witte rook. Maar in plaats van een nieuwe paus is er nu een onderhandelaarsakkoord tussen Onderwijsminister Ronald Plasterk en de werkgevers en werknemersorganisaties in het onderwijs. De docenten krijgen, boven op de in de toekomst af te spreken CAO-loonstijgingen, een structurele loonsverbetering van in totaal een miljard euro. Dat volledige bedrag wordt in 2020 gerealiseerd.
Toch reageren betrokkenen terughoudend. In NRC Handelsblad werd Walter Dresscher geciteerd, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die zei dat het akkoord ‘absoluut niet de definitieve oplossing van het lerarentekort’ is. Diens tegenspeler, voorzitter van de VO-raad Sjoerd Slagter, is het van harte met hem eens, getuige de uitspraak dat het ‘onverantwoord is om dit geld te laten liggen, ook al weten we dat het veel te weinig is’.
Het lijkt nuttig dit akkoord en het commentaar erop van Dresscher en Slagter even in een kwantitatief perspectief te plaatsen.
Kijk om te beginnen naar de arbeidsmarkt nu. De publieke sectoren, het onderwijs voorop, klagen steen en been over moeilijk vervulbare vacatures, en de media schrijven dat graag op. Een bezoekje aan de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zou de partijen het schaamrood naar de kaken doen stijgen: de publieke sector heeft namelijk de minste last van de huidige krapte op de arbeidsmarkt.
De vacaturegraad in de landbouw (het aantal vacatures per duizend in de sector werkzame mensen) is veertig. In de commerciële dienstverlening staat de vacaturegraad op zesendertig, in de industrie en aanverwante bedrijfstakken op dertig, wat tevens het gemiddelde is voor heel Nederland.
De vacaturegraad in de publieke sector staat op twintig. Agrarische ondernemers, kortom, hebben twee keer zoveel vacatures als de publieke sector. Wie luistert naar klagende boeren? Niemand. Anders gezegd: het onderwijs klaagt effectiever dan de boeren.
DAN DE TOEKOMST. Het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) verschaft op zijn website kwantitatieve gegevens over toekomstige arbeidsschaarste in het onderwijs. Laten we als voorbeeld het voortgezet onderwijs nemen (vmbo, havo en vwo).
In die sector zijn (in voltijdsequivalenten gemeten) in de periode tot 2015 zo’n 62.000 docentenbanen te vergeven. De schommelingen van jaar op jaar zijn minimaal. De verwachte uitstroom uit de sector (onder meer vanwege (vroeg)pensioen) is ook stabiel op een kleine vijfduizend fte per jaar, oftewel 8 procent per jaar.
Corrigeren we dit voor de normale instroom (onder meer uit opleidingen), dan resteert volgens SBO een lerarentekort in het voortgezet onderwijs van pakweg tweeduizend docenten, nu oplopend tot pakweg zesduizend docenten in 2015, wat dus 10 procent is van het totale aantal benodigde fte’s.
Het lerarentekort kan dus ook zo geformuleerd worden: het management van scholen moet de komende zeven jaar stap voor stap toewerken naar een personeelsreductie van 10 procent en daarbij grofweg hetzelfde aantal leerlingen blijven onderwijzen.
DIRECTIES EN MANAGERS vinden dat normaal gesproken een heel overzichtelijk klusje. Een personeelsreductie van 10 procent binnen één jaar is zelfs goed te doen. Vraag maar na, niet alleen in de marktsector maar ook bij leidinggevenden op Haagse ministeries. Iedere manager kan het – behalve in het onderwijs.
De opdracht aan de scholen is door Plasterk dus nog aanmerkelijk eenvoudiger gemaakt door dat miljard. In het hele onderwijs (van primair tot universitair) werken ruim driehonderdduizend mensen. Een miljard erbij is dus grofweg drie mille per kop per jaar, exclusief de normale CAO-loonstijgingen.
Als de sector er dan nog niet in slaagt het personeelstekortje op te lossen – en dat zeggen Dresscher en Slagter toch met zoveel woorden – is de leiding geen knip voor de neus waard. V
