VN MediagidsHet gaat goed met het (Nederlandse) milieu
Willen we goed nieuws soms niet horen? In 2006 daalde de uitstoot van broeikasgassen in Nederland voor het tweede opeenvolgende jaar.
Hiermee is het niveau van de uitstoot van broeikasgassen gedaald tot onder dat uit 1990, het basisjaar van de internationale klimaatovereenkomst die is afgesloten in Kyoto. Het is, volgens dit protocol, de bedoeling dat Nederland in 2012 zes procent minder uitstoot dan in 1990. Door de daling in 2006 is hiervan de helft – drie procent – nu al gerealiseerd. Brengers van de blijde boodschap: het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) – onverdachte bronnen.
Het goede nieuws is groter. Naast broeikasgassen zijn de uitstoot van zuren en de luchtverontreiniging slecht voor het milieu. De vooruitgang die is geboekt in het terugdringen van de uitstoot hiervan is indrukwekkender dan die van broeikasgassen. Ammoniak, stikstofoxiden, zwaveldioxide, fijnstof: de emissies nemen sterk af.
En eigenlijk, al zeggen MNP en CBS dat er niet expliciet bij, is het goede nieuws nog veel groter. Vervuiling hangt samen met het aantal mensen dat in een land woont en het niveau van de economische activiteit. In 1990 produceerden we in Nederland grofweg 250 miljard euro, in 2006 ruimschoots het dubbele. Als we daar het effect van prijsstijgingen uithalen, en dus alleen kijken naar het volume van de economische activiteit van de gegroeide bevolking, dan bedraagt de toename sinds 1990 nog altijd bijna vijftig procent.
Dus sinds 1990 produceren we de helft meer, maar is de uitstoot van broeikasgas afgenomen en de uitstoot van andere vieze stofjes zelfs spectaculair afgenomen. De groei van de economie en onze bijdrage aan de vervuiling van de planeet zijn losgekoppeld. Waar blijft de champagne?
Natuurlijk is er altijd iets te zeuren. Er is zeuren in het klein: omdat de winters van 2005 en 2006 zo zacht waren, was het gasverbruik lager dan normaal. En er is – interessanter – zeuren in het groot. De sectoren industrie en energie zijn de grootvervuilers als het gaat om de uitstoot van koolstofdioxide. Met elkaar stoten ze zo’n tachtig megaton CO2 uit terwijl alle consumenten bij elkaar onder de twintig megaton blijven. En bij die grootvervuilers haalt Nederland in feite een slimme truc uit: het importeren van stroom.
‘De belangrijkste daling van de uitstoot van koolstofdioxide deed zich voor bij de productie van elektriciteit,’ schrijven MNP en CBS. ‘Hoewel er meer elektriciteit werd verbruikt, nam de productie van elektriciteit in Nederland in 2005 en 2006 af. Daardoor verminderde vanaf 2004 de CO2-emissie met bijna 5,5 miljard kg. Om aan de vraag naar elektriciteit te kunnen voldoen, werd in 2006 tweeëntwintig procent van de verbruikte elektriciteit uit het buitenland geïmporteerd.’
Als we het scherp willen stellen: Nederland maakt een goede beurt met het milieu door de vervuiling te exporteren. We wentelen de extra milieudruk die samenhangt met economische groei simpelweg af op buitenlanden. Deels, in elk geval.
Het formele antwoord hierop luidt: het mag, van Kyoto. Een deel van de te behalen milieuwinst ten opzichte van 1990 mag worden behaald in het buitenland. Achter dit antwoord schuilt nog logica ook. Broeikasuitstoot is geen lokaal, maar een mondiaal probleem. Als alle landen zich aan het Kyoto-protocol houden (doen ze niet), dan bevordert het exporteren en importeren van koolstofdioxide het efficiënt bereiken van de mondiale reductiedoelstelling. Als Nederlanders, bijvoorbeeld, problemen hebben met kerncentrales en Fransen niet, dan is het – vanuit het oogpunt van de reductie van CO2-uitstoot – hartstikke efficiënt om in Nederland Franse kernenergie te importeren.
Mensen die gewoon zijn glazen half leeg te zien, mogen dus redenen zien om het
goede nieuws te bagatelliseren, ik zou zeggen: schenk nog eens bij, dan klinken we met een vol glas champagne op het Nederlandse milieu.
