VN MediagidsHervormingen sociale zekerheid budgetneutraal
Economie 20.04.2010

De hoeveelheid plannen die dezer dagen vanuit Den Haag over de samenleving wordt uitgestort, is zo groot dat zelfs een geroutineerde beleidsnotalezer - uw dienaar - het niet bij kan houden. De aanbevelingen voor het belastingstelsel - vorige week gepresenteerd als het werk van de '21ste werkgroep' - nu even niet!
De (demissionaire) kabinetsplannen met het pensioenstelsel - wacht maar even! Ik ben nog bij de stapel gedachten van de negentien werkgroepen die op 1 april hun grofweg duizend pagina's het licht deden zien. Meer in het bijzonder bij werkgroep 9: 'Op afstand tot de arbeidsmarkt'. En ik ben aangenaam getroffen.
Het onderwerp van deze werkgroep betreft in feite de onderkant van de samenleving. Dat is geen terrein waarop de doorsnee VN-lezer - en -columnist - graag bezuinigt. En toch komt er uit deze werkgroep een goed idee, dat nog geld bespaart ook.
Aan die onderkant van de samenleving is het nu een wirwar aan regels en uitvoerders. Ik som even een paar afkortingen op en daag u uit vloeiend doorlezend te weten waar het over gaat: Wajong, WWB, Wsw, WIJ, WIA, en dan natuurlijk de WIK, BBZ, de IOAW/IOAZ en niet te vergeten de ANW. De werkgroep schrijft: 'De verschillende regelingen kennen elk een eigen uitkeringsniveau (dan wel loonniveau in geval van de sociale werkplaatsen), andere rechten en plichten, toegangsvoorwaarden, verschillen in inkomens- en vermogenstoetsen en bijverdienmogelijkheden en verschillende uitvoerders. Hoewel elke regeling zijn eigen achtergrond kent, is de stelling te verdedigen dat wie het stelsel nu opnieuw zou moeten ontwerpen, niet precies op het huidige stelsel uit zou komen.'
- Wajong, WWB, Wsw, WIJ, WIA, de WIK, BBZ, niet te vergten de ANW
En dus is het voorstel: maak één regeling waarin al deze sociale wetgeving opgaat. Dat is om te beginnen overzichtelijker. Dat is ten tweede rechtvaardiger omdat alle mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op dezelfde wijze behandeld worden. En dat is ten derde een stuk efficiënter, mits de uitvoering goed geregeld wordt.
De ambtelijke werkgroep maakt hiervoor een heldere keuze: de gemeenten moeten het doen. De achtergrond hiervan is het succes van de introductie van de nieuwe Bijstandswet, ruim vijf jaar geleden. Die wet (WWB) prikkelde gemeenten effectief om zoveel mogelijk burgers aan het werk te krijgen. Het gaat te ver om de transformatie van Sociale Diensten te omschrijven als 'van slome do-gooders naar scherpe reïntegratiemachines', maar deze onterechte beschrijving geeft wel goed de richting aan.
Eén regeling met één goed geprikkelde uitvoerder, daar is geld mee te besparen. Alle regelingen die de werkgroep onderzocht, kosten de overheid grofweg twintig miljard euro per jaar. Bundel ze, en bespaar twee miljard euro, rekenen de ambtenaren voor, zo'n tien procent van het totaal dus.
Er zit wel een adder onder het gras. Deze besparing van twee miljard euro bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste veronderstellen de ambtenaren dat alle regelingen worden geharmoniseerd naar Bijstandsniveau en Bijstandsvoorwaarden. Voor betrokkenen die nu een andersoortige uitkering hebben, betekent dat veelal een verslechtering van hun voorwaarden, bijvoorbeeld omdat ze nu meer geld krijgen (mensen die in een sociale werkplaats werken bijvoorbeeld) of er niet wordt gekeken naar het inkomen van een partner (jonggehandicapten). Het tweede deel van de besparing betreft de kostenbesparing op de uitvoering. Je hoeft geen VN-lezer te zijn om die tweede besparingpost interessanter te vinden dan de eerste.
De weg voorwaarts is helder. Ja, laat er één regeling komen, en ja, laat die uitvoeren door de gemeenten, met de bijbehorende prikkels. Maar denk dan eerst goed na over de polisvoorwaarden. Bezuinigen doe je liever op het hoger onderwijs, de hypotheekrenteaftrek, de AOW of de pensioenpremies. Deze hervorming van de sociale zekerheid kan dan best budgetneutraal.
