VN MediagidsHartelijk bedankt, China

Op deze pagina vind u de volgende onderwerpen:

U kunt ook direct naar het hoofdmenu of het zoekveld springen.

Economie / China 23.09.2006

Door Frank Kalshoven

Stromen de pleinen vol Nederlanders, scanderend: China, bedankt! China, bedankt! China, China, China bedankt! Neen. Er waren zelfs respectabele nieuwsbrengers die het vertikten om een woord vuil te maken aan de publicatie van China and the Dutch Economy van het Centraal Planbureau.

Toen CDA-fractievoorzitter Ma-xime Verhagen steen en been klaagde dat de energierekening wel vijfendertig euro per huishouden steeg omdat de olie zo duur is, ja, toen stonden de kranten bol. Dat het erg is, en de schuld van de Chinezen bovendien, omdat die een onstilbare honger hebben naar grondstoffen. Het belangrijkste nieuws, intussen, is dat door de opkomst van China het gemiddelde Nederlandse huishouden per jaar driehonderd euro goedkoper uit is. De studie van het CPB analyseert nuchter en kwantitatief wat de opkomst van China betekent voor de Nederlandse economie. Die gevolgen staan in schril contrast met het beeld dat doorgaans wordt opgeroepen. Wat klopt aan het beeld: de Chinese economie groeit al decennialang erg snel, en de handel van Nederland met China neemt navenant toe.

Sinds het eind van de jaren tachtig is het aandeel van Chinese spullen in de Nederlandse import gestegen van iets meer dan nul tot acht procent. Maar de gevolgen hiervan zijn niet vooral negatief (het beeld) maar juist positief. Chinese bedrijven zouden Nederlandse ondernemingen ‘wegconcurreren’; uit Neder-land zouden hierdoor zeer veel banen verdwijnen. Bovendien zouden de lage lonen in China ook hier de lonen aan de onderkant van de arbeidsmarkt onder druk zetten, met grotere inkomensongelijkheid als gevolg.

Maar, constateert de groep CPB’ers: ‘De kale feiten vertellen een ander verhaal.’ Dat gebrek aan negatieve gevolgen heeft er vooral mee te maken dat Nederlandse bedrijven andere dingen produceren dan Chinese. China is sterk in arbeidsintensieve producten gemaakt door laaggeschoolden (schoenen, textiel, speelgoed), en in de assemblage van (technologie-intensieve) consumentenelektronica. Voor de Nederlandse productie zijn dit onbelangrijke categorieën.
Voor de inkomensongelijkheid is het verhaal nog saaier: daar is al vijftien jaar praktisch niets aan veranderd.

Zijn de negatieve gevolgen van de opmars van China dus verwaarloosbaar, positieve gevolgen zijn er wel. Het belangrijkste is het drukkende effect dat de goedkope import heeft op de inflatie. Dat oogt misschien klein (min 0,2 procentpunt in de afgelopen jaren), maar dat kleine percentage vertegenwoordigt dus die driehonderd euro per huishouden per jaar. Daarnaast profiteert Nederland – vooral Rotterdam – van de doorvoer van Chinese goederen naar het Europese vasteland, en bieden Chinese bedrijven die in Nederland gevestigd zijn werk aan meer dan twintigduizend werknemers.

Oké, de straat op gaan om de Chinezen te bedanken voor de toename van onze welvaart is misschien een beetje overdreven. En je hoeft er de krant ook niet allemaal mee te openen. Maar deze nuchtere opsomming van de effecten van de opmars van China wijken zozeer af van opgeroepen (angst)beelden, dat een beetje serieuze aandacht toch wel gerechtvaardigd is. Waarvan akte.